De afgelopen weken zijn alle beslissingen in de top van het amateurvoetbal gevallen. Regiogenoten Noordwijk en Quick-Boys maken het sprongetje naar de tweede divisie die daardoor het komende seizoen een sterk regionaal karakter krijgt en mij doet terugdenken aan de tijd dat er nog geen sprake was van een tweede divisie, derde divisie of topklasse.

De hoofdklasse was tot 2009 het hoogste niveau waarop verenigingen uitkwamen. Zowel de zaterdag als de zondag telde drie (regionaal georiënteerde) hoofdklassen, waarbij zaterdag Hoofdklasse A met clubs uit West en Midden Nederland over het algemeen als sterkste competitie werd beschouwd. En niet ten onrechte. De Hoofdklasse A kende veel plaatselijke en regionale derby’s die niet alleen veel spektakel leverden, maar ook grote toeschouwersaantallen trokken. Als scheidsrechter heb ik vele malen deel mogen maken van deze belevenissen. Naast de clubs uit de bollenstreek werd deze klasse gecomplementeerd door roemruchte verenigingen als Scheveningen, IJsselmeervogels, Spakenburg, GVVV, DOVO, Excelsior Maassluis, Kozakken Boys en Heerjansdam, allen grootmachten binnen het zaterdagamateurvoetbal.

De KNVB heeft de afgelopen jaren veel wijzigingen aangebracht om het voetbal aantrekkelijker te maken. Helaas zijn deze niet altijd even succesvol gebleken. Vooral de landelijke samenstelling van de tweede en derde divisie heeft niet helemaal gebracht wat men ervan had verwacht. Weliswaar spelen de beste ‘amateurploegen’ (voor zover je daar nog over kan spreken) van Nederland  in één competitie, maar gelijktijdig is er de nodige scepsis betreffende de deelname van de ‘Jong-bvo’ elftallen op dit niveau.
Net als ploegen uit de eerste divisie klaagt men dat er geen pijl op te trekken is welke spelers deze ploegen wekelijks opstellen. Hun teamsamenstelling wordt niet zelden mede bepaald door andere belangen zoals het behouden van wedstrijdritme en/of herstel na een blessure van A-selectiespelers. De term competitievervalsing wordt daarom meerdere malen geuit binnen diverse bestuurskamers.

Een andere klacht was dat de publieke belangstelling sterk terug is gelopen. Deels veroorzaakt door de grote reisafstanden voor uitwedstrijden waardoor veel supporters er voor kiezen om hun club bij uitwedstrijden niet te vergezellen. Maar ook veroorzaakt door de geringe belangstelling voor de ‘Jong-bvo’ teams.

De promotiewedstrijd van Quick-Boys deed aan vroeger herinneren. Meer dan 4500 toeschouwers bevolkten het prachtige ‘Nieuw-Zuid’ in Katwijk om getuige te zijn van de strijd tussen de blauw-witte thuisploeg en VVSB.

Gelukkig krijgt de tweede divisie het volgend seizoen weer een sterk regionaal karakter, met veel (streek)derby’s. Opvallend is verder dat de tweede divisie bijzonder veel ploegen uit de voormalige Hoofdklasse A (zaterdag) herbergt.  Aangevuld met ploegen als HHC Hardenberg, al jaren een zaterdaggrootmacht in het oosten van Nederland en AFC, Kon. HFC en De Treffers die dezelfde status op zondag hebben, kunnen we gerust constateren dat de ‘absolute top’ van de het amateurvoetbal elkaar het komend seizoen in de tweede divisie tegenkomt.

In het verleden zorgden Scheveningen, Noordwijk, Quick-Boys, v.v. Katwijk, Rijnsburgse Boys, GVVV, IJsselmeervogels, Spakenburg, Kozakken Boys en Excelsior Maassluis in hun onderlinge duels al voor geweldige wedstrijden met veel publiek, spektakel en spanning. Maar vooral naar de (streek) derby’s tussen Noordwijk, Quick-Boys, Katwijk en Rijnsburg zal ik reikhalzend uitkijken, in de hoop dat oude tijden herleven.

Tot slot hoop ik dat FC Lisse en Ter Leede het komend seizoen ook nog eens weten te promoveren, zodat alles in het seizoen 2020-2021 weer bij het oude is.