Paul van der Zwaan, in deze regio maar ondertussen ook daarbuiten een zeer bekende en gerenommeerde trainer, is ook al enige tijd columnist van LeidenAmateurVoetbal.nl. Daar is ons team blij mee en trots op. Paul is een prettig mens om mee te praten en vaak zijn die gesprekken meer dan zinvol. Van gezelligheid is de Leiderdorper ook niet vies en dat maakt dat de trainer uitstekend past in ons team. Door zijn club Quick, uit Den Haag, werd hem gevraagd een artikel (nog niet eens zo zeer een column) te schrijven. Dat deed hij en met verve. Paul bood ons het proza ook aan en als bijna vanzelfsprekend waren we weer meer dan gemiddeld content met zijn bijdrage. Voor de liefhebber (niet per se coaches)…neem even de tijd. En Paul, andermaal bedankt!

Coaching

Mij is gevraagd mijn visie en werkwijze met betrekking tot het coachen toe te lichten. Voorwaar niet eens zo’n makkelijke vraag.

Wat is coaching nu eigenlijk:
In 2004 heeft een werkgroep binnen de NOBCO (Nederlandse Orde voor Beroeps Coaches) een poging gedaan om een bruikbare definitie voor het begrip ‘coaching’ op te stellen. Dit is de volgende beschrijving geworden:

“Coaching is een gestructureerd en doelgericht proces, waarbij de coach op interactieve wijze de gecoachte aanzet tot effectief gedrag door: bewustwording en persoonlijke groei, het vergroten van zelfvertrouwen en het exploreren, ontwikkelen en toepassen van eigen mogelijkheden.”

Een mooi theoretische definitie, maar wat betekent dat nu voor mij in de praktijk? Als ik het voor mezelf vertaal is coachen voor mij het beïnvloeden van de handelingen van spelers en staf, met als doel een gezamenlijk, realistisch gesteld doel na te streven. Met andere woorden, coachen is een interactie van mensen en moet mijnsinziens dan ook voornamelijk gericht zijn op omgang met mensen. Een coach kan in mijn visie dan ook nooit alleen maar boven een groep staan, hij ontkomt er niet aan een onderdeel van die groep te zijn. Heel vaak lees en hoor ik van coaches dat zij praten in de ik-vorm. Ze hebben het dan over bv mijn keeper, mijn ploeg, mijn speelwijze etc.. Terwijl ik dan denk:  “daar is helemaal niets van jou bij!” Dat is iets van de groep waarvan jij slechts een onderdeel bent. Weliswaar een prominent onderdeel, maar toch slechts een onderdeel. Het praten van coaches in de ik-vorm is volgens mij dan ook een heel slecht signaal naar de spelers toe. Het maakt hen slechts uitvoerende, in plaats van meedenkende en participerende groepsleden.

Het eerste vereiste om te kunnen coachen is dan ook het werken aan een vertrouwensrelatie. Daarvoor moet je jezelf open stellen, kwetsbaar en “echt” durven zijn. Je moet laten zien wie je werkelijk bent. In een vertrouwensrelatie is er sprake van onderling respect, voor de persoon, maar ook voor diens kwaliteiten en overtuigingen. Je moet, als coach, de ander accepteren zoals hij is, maar hem er ook constant op wijzen dat zijn gedrag en handelingen in dienst moeten staan van de groep. Op het eerste oog lijkt het of er in een vertrouwensrelatie sprake is van een gelijkwaardige verhouding, je stelt namelijk dezelfde eisen aan elkaar wat betreft het vertrouwen. Toch is de verhouding niet helemaal gelijkwaardig. Vanuit de verantwoordelijkheid van de coach is er sprake van een gezagsverhouding. In de samenwerking tussen mij en een speler is er sprake van afhankelijkheid. De speler is meer afhankelijk van mij, dan omgekeerd. Ik ben als coach daarom ook als eerste verantwoordelijk voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie met een speler. Tegelijkertijd mag je, als coach van de spelers ook respect, echtheid en transparantie verwachten. De relatie tussen coach en speler(s) mag dus nooit gebaseerd zijn op macht, nooit op het simpele gegeven dat de coach de coach is en de speler slechts de speler die heeft te luisteren naar de coach omdat die toevallig de coach is. Nee, de relatie moet gebaseerd zijn op gezag. Gezag dat ik als coach moet ontlenen aan mijn kennis, mijn ervaringen, mijn persoonlijkheid en vaardigheden om zaken over te brengen. Uiteraard helpen resultaten daar wel behoorlijk bij. Als winnende coach is het toch een stuk simpeler dingen over te brengen en te beïnvloeden dan als verliezende coach.

Coachen is het begeleiden en sturen van een groepsproces. En groepsprocessen zijn vaak heel complexe processen waarin belangen soms ver uiteen liggen. Mensen in het algemeen hebben veel moeite om hun persoonlijke belangen ondergeschikt te maken aan een collectief doel. Zeker als dat doel niet direct binnen handbereik ligt. Spelers hebben soms een ander beeld van zichzelf dan dat jij dat als coach hebt. Als coach ben je constant op zoek naar balans in een team, naar spelers die elkaar aanvullen en daarbij het gezamenlijke doel voor ogen houden. Het ingrijpen als blijkt dat daar een probleem bij ontstaat, is een belangrijke en niet altijd plezierige taak. Afgelopen seizoenen hebben we bv in dat proces een paar keer moeten ingrijpen en geen leuke beslissingen moeten nemen. Dat heeft niets met de personen te maken, maar is wel noodzakelijk om het groepsproces en de groepscohesie te beschermen.

Als coach moet je dus een goed inzicht hebben in hoe jezelf bent, waar je zwakke en sterke punten liggen. Dan is het verstandig om met name richting die zwakke punten te zorgen dat daar mensen bijkomen met aanvullende kwaliteiten.  Momenteel heb ik een assistent, Hans Verheij, die voor mij de perfecte man is om mee samen te werken. Hij is completair aan mij, vult de organisatorische gebreken van mij aan, heeft kennis en clubliefde en is altijd opbouwend kritisch. Maar ook zeer scherp in het groepsproces, heeft alles in de gaten. Ziet dingen die ik mis en weet dingen die ik niet weet. Om goed te kunnen coachen is het verschrikkelijk belangrijk een goede betrouwbare staf om je heen te hebben. Geen meelopers, maar meedenkers.

Bij Quick heb ik het voorrecht dat te hebben. Het sparren met elkaar, de humor met elkaar, de pijn met elkaar en de vreugde met elkaar. Dat alles vind ik terug binnen het begeleidingsteam en is noodzakelijk om tot presteren te komen. Het heeft een positieve invloed op het groepsproces: spelers voelen dat volgens mij ook, doen daar in mee en zorgen dan ook weer voor een positieve en plezierige omgeving. Het is in mijn Quick tijd nog niet één keer voorgekomen dat ik met tegenzin naar de club kom. Sterker, ik kom meestal met meer energie het trainingsveld af dan dat ik erop ging. Als er getraind wordt is het bijna altijd met plezier, beseft men waarom we het doen en wordt er ook regelmatig gelachen. Je kunt coachen wat je wilt, maar als de groep er niet positief inzit gaat het niets opleveren. Een groep moet intrinsiek gemotiveerd zijn, zich autonoom voelen en plezier met elkaar hebben. Pas dan is het coachbaar.

Coachen is in mijn ogen wel een echt ervaringsvak. De ervaringen die je in de loop van je carrière, maar zeker ook in je gewone leven meeneemt, maken je stabieler en zekerder. Iedere trainer heeft en moét ook wel een bepaald ego hebben, met name beginnende coaches en trainers willen te vaak en te graag hun stempel drukken en leven nog te veel in de “ik mag niets fout doen” modus. In mijn geval betekende dat dat ik alles onder controle wilde hebben en dan te ver ging om dat te bereiken. Ik maakte boekwerkjes met afspraken, onrealistische doelstellingen en heel, heel veel regeltjes. Bijna nooit in overleg met betrokkenen dus gewoon opgelegd. Waarom? Puur uit angst de grip kwijt te raken. Wat ik me toen nog niet realiseerde is dat al die regeltjes eigenlijk als een strop om mijn eigen nek kwamen te liggen. Alles moest gesanctioneerd worden bij overtreding en het opgelegde gedrag van spelers controleren werd bijna nog belangrijker dan het eigenlijke doel, namelijk als team gezamenlijk een prestatie neerzetten. Waanzin ten top en een belemmering voor jou als coach en dus het hele team. Naar mate mijn carrière volgde, maar met name door ervaringen in het gewone leven, kwam ik langzamerhand tot andere denkbeelden. Het gaat om het doel en niet om de weg daarheen. Ik leerde meer te relativeren, begon het coachen als een vak te zien i.p.v. een obsessie. Werd steeds minder bang om fouten te maken en leerde met toch gemaakte fouten om te gaan. Was niet bang meer om kwetsbaar te zijn. Daarbij had ik het geluk om hier bij Quick te komen. Een club en omgeving die ideaal is voor een coach. Spelers die, mede door het niet betalen, echt intrinsiek gemotiveerd zijn. Geen verborgen agenda’s hebben en liefde voor de club uitstralen. Een bestuur dat niet, als zo vaak in de voetballerij, opportunistisch en kortzichtig handelt, maar oog heeft voor realiteit en lange termijn.

Nogmaals, de kracht van Quick momenteel is de volwassenheid en motivatie van de spelersgroep. Dat maakt het als coach een stuk eenvoudiger maar toch komt soms het ego-gevoel van een trainer weer naar boven. In ons eerste jaar derde divisie haalden we de nacompetitie richting tweede divisie. Maar gedurende die competitie en mede door onze speelstijl hadden we erg veel tegendoelpunten moeten incasseren. In de zomerstop kwam ik tot de conclusie dat met het terugdringen van tegendoelpunten het puntenaantal omhoog zou gaan. Een aanpassing in de speelwijze zou de oplossing moeten bieden. Op zich heel logisch en rationeel beredeneerd. In plaats van onze vertrouwde driehoek-vlak gingen we met twee controleurs spelen. De spelers deden in de nieuwe speelwijze hun uiterste best maar de resultaten waren dramatisch. Na acht gespeelde wedstrijden en drie punten zijn we in overleg weer teruggekomen op onze eigen vertrouwde speelwijze, een speelwijze die min of meer het eigendom van de ploeg was. De wederopstanding was spectaculair en de punten stroomden binnen. Ik had het hart uit de ploeg gehaald met die verandering en de ratio boven het gevoel geplaatst. Een handeling die vanuit tactische overwegingen heel normaal en juist leek, bleek op mentaal vlak compleet de verkeerde. Vroeger zou ik het gezien hebben als een falen, nu heb ik het gezien als een heel mooi proces.

Coachen is niet speelwijzen opleggen aan spelers, coachen is het observeren en analyseren van spelers om vandaaruit gezamenlijk te komen tot een manier van spelen die gedragen wordt door de spelers. Een speelwijze waarvan spelers het eigenaarschap gaan voelen. Om zo’n proces goed te managen zijn ervaring, zelfzekerheid, mensenkennis en stressbestendigheid belangrijke aspecten. Maar het belangrijkste is een spelersgroep die intrinsiek gemotiveerd is, spelers die beseffen dat voetbal een teamsport is waarin je niet zelfstandig tot resultaat kunt komen, een spelersgroep die respect voor elkaar heeft en over acceptatievermogen beschikt. Een goede coach is afhankelijk van de spelers. Zijn rol is het sturen en begeleiden van een groep naar een uitdagend en realistisch doel. Een goede coach zet niet een groep naar zijn hand, maar neemt een groep bij de hand.

Het is ook belangrijk, in je ontwikkeling als coach, om soms met je kop tegen de muur te lopen, om tegenslagen te verwerken en kritiek te krijgen. Met name dat laatste is voor veel coaches, en voor veel mensen in het algemeen, een lastige. Als coach krijg je te snel en veel kritiek, meestal niet echt gefundamenteerd, maar puur op de uitslag van een wedstrijd. Vaak zonder dat de criticasters ook maar enig idee hebben wat er bijvoorbeeld die week allemaal is gebeurt en wat de afspraken zijn. Ook de journaille kan soms stevig uit de hoek komen, om nog maar te zwijgen over ontevreden spelers die vinden dat ze moeten spelen. In het jeugdvoetbal komen daar ook nog vaak ouders bij die allemaal hun mening en commentaar klaar hebben. Daarbinnen moet je als coach laveren en je weg vinden. Het alleen verdedigen van jouw genomen besluit vergroot de tegenstelling vaak meer dan dat het iets oplost. Mijn advies; niet overal bovenop springen, meer luisteren dan reageren. Kortom, stilzitten als je geschoren wordt. Maar wel altijd je eigen handelen analyseren en zelfreflectie niet uit de weg gaan. Eerlijk zijn naar jezelf. Conclusies trekken na je analyse en niet gaan dwalen. Je eigen visie en werkwijze blijven volgen. Je handelen niet laten beïnvloeden door omstanders, alleen door de staf en spelers met wie je wekelijks vele uren bezig bent op trainingen en wedstrijden. Dat zijn de mensen voor wie je open moet staan en naar wie je inhoudelijk echt moet luisteren.

Coachen is een gecompliceerd vak, een vak dat nooit op routine kan worden uitgevoerd. Coachen is altijd dynamisch, wat vandaag goed en normaal is kan morgen slecht en abnormaal zijn. Daar moet je op voorbereid zijn en mee om kunnen gaan. Er zijn ook heel veel aspecten waar je mee te maken krijgt waarop je helemaal geen invloed hebt. Scheidsrechters, weersomstandigheden, blessures etc. etc. Allemaal zaken waar jij als coach niets mee kan, maar die wel heel veel invloed hebben op je werk. Dat geeft stress en soms kan dat leiden tot ongecontroleerde emotionele beslissingen die dan weer een verkeerd en negatief doorwerken op de groep. De kunst van coachen is mijn inziens dan ook het onder controle hebben en houden van stress. Blijven ‘helicopteren’, het doel centraal houden en dat uitstralen naar de groep. Dat is niet makkelijk en gaat, zelfs met al mijn ervaringen, heus niet altijd goed.

Coachen kan niet alleen je werk zijn, om het goed te doen moet het je passie zijn. Maar bovenal is het noodzakelijk een band te hebben met de spelers. Respect voelen en geven, pas dan is coachen mogelijk.

Paul van der Zwaan