Sinds enige tijd publiceert onze redactie de Ruhrgolder van de Week. Dat is iemand van een regionale voetbalclub die in het zonnetje wordt gezet en voorzien wordt van een overheerlijk pilsje, gesponsord door een van onze sponsoren: Ruhrgold. Het kan gaan om een pechvogel, een super vrijwilliger, een prijswinnaar van de toto of anderzijds. Deze week is de keuze gevallen op Toni van Ooi, keeper bij Koudekerk.

,,Eerlijk gezegd vind ik trainen leuker dan de wedstrijd zelf. Ik kijk niet zoveel naar voetbal, ja, Champions League en het Nederlands elftal, maar verder, mwah. Samen met mijn vriendin zit ik  ‘s nachts naar de Superbowl te kijken. “Het is duidelijk, dit is geen doorsnee voetballer die met in de bittere kou en snijdende wind met liefde naar Appelscha 8 tegen De Knolle 3 kijkt (even voor de leek op aardrijkskundig gebied, de dorpen liggen in Friesland).

Wat Tony van Ooi gemeen heeft met andere zwaar geblesseerde spelers is de pijn, de frustratie, de krukken en een lange weg op weg naar volledig herstel. ,,In de wedstrijd tegen Roodenburg kwam ik ongelukkig in botsing met een tegenstander en moest het veld af. Ik vond het zelf allemaal wel meevallen, maar op aandringen van medespelers ben ik toch maar naar het ziekenhuis gegaan. Om een lang verhaal kort te maken: ik had een breuk in mijn scheenbeen, een keurige breuk al zeg ik het zelf, maar een operatie was toch noodzakelijk. Ik kreeg een ruggenprik en zou, net als ik ooit bij een meniscusoperatie heb gedaan, meekijken hoe de chirurg dat zou fiksen. Toen hij met een boor kwam aanzetten die je ook ziet bij de Gamma, heb ik toch maar voor een roesje gekozen. Hij heeft toen een stalen pen in mijn been aangebracht. Voordeel is wel dat ik geen gips hoef te dragen.”

Vervolgend: ,,Grappig, de wachtkamer zat vol met voetballers met kwetsuren en een van hen was een speler van Zevenhoven waar we mee in de competitie zitten, Rody Hoogendoorn. Precies even oud als ik en hij had een identieke breuk in zijn scheenbeen. Bizar.”

Van Ooi, die tot zijn zestiende met plezier bij ARC speelde, kwam daar  op een zijspoor terecht en stopte met voetbal. Alex Redel, toen nog trainer van Koudekerk, nodigde hem uit om daar te komen trainen. ,,Trainen is gewoon hartstikke leuk. Ik kwam er absoluut niet om een stekkie in de basis te veroveren. Toen vaste keeper Sam Toren stopte vroegen ze echter mij en dat ging best aardig tot het noodlot toesloeg.”

Wie denkt dat de ploeg van Ronald Rosdorff radeloos was en zich op de transfermarkt waagde komt bedrogen uit. Van Ooi: ,,Nu keept Roy Dorrepaal en hem kun je met recht een supertalent noemen. Voordat geïnteresseerde clubs hem gaan bellen: het is een ras Koudekerker die echt niet weggaat.”

De afgestudeerd meubelontwerper, nu werkend in een boomkwekerij in een administratieve functie, mist het voetbal dan wel niet, zijn werk en zijn mobiliteit wel. ,,Pfff, ik kan niet thuiszitten. Ik kijk er naar uit als ik over pakweg anderhalve week weer kan auto rijden. Dat gestrompel hier thuis vind ik maar helemaal niks.”

Er wacht de doelman (hieronder in uitduel tegen Meerburg, red.) nog een revalidatie van drie tot zes maanden. De doos Ruhrgold is een kleine troost in deze sombere tijden. ,,Laat bier nou mijn favoriete dorstlesser zijn! De gift wordt zeer gewaardeerd kan ik je zeggen.” En met een zucht: ,,Ik snak naar het moment dat ik weer kan trainen.”