Oude clubhelden- Hij woont aan een lommerrijke laan, waar het – wanneer de zon haar stralen rijkelijk naar de aarde stuurt – een paradijselijk vakantieoord lijkt.  Hij voetbalde vanaf zijn 9e bij Roodenburg, verhuisde naar Wilhelmus en via UVS haalde hij bij vv Katwijk zijn top. “Hij” is Henry Pouw (56), lang, slank (geen grammetje te veel). Een voetballer met talent die veel opzij zette om een hoog niveau te halen. Aanvankelijk leek dat niet te lukken. Van een bekende sportarts (dr. Heijboer) kreeg hij op zijn 23ste het advies om te stoppen met wedstrijdvoetbal. Oud-voorzitter Piet Kruit van UVS regelde een ‘second opinion’ bij een andere grootheid (dr. Hermans). Om een lang verhaal kort te maken: na een afwezigheid van zo’n tien maanden speelde Pouw weer een competitiewedstrijd. Wel gaf laatstgenoemde arts hem mee dat vooral de bovenbeenspieren extra getraind moesten worden en dat hij de situatie per seizoen moest bekijken. Na een tweede seizoen bij UVS heeft hij vervolgens nog vijf jaar bij Katwijk gespeeld. In de Bollenstreek leefde het zaterdagvoetbal enorm en speelde Katwijk zijn thuiswedstrijden voor zo’n 2500 toeschouwers gemiddeld.

Henry Pouw maakte begin jaren ’90 deel uit van de “gouden Katwijk-selectie”

De geboren Leidenaar blikt met LeidenAmateurVoetbal terug op een “prachtige periode” en kijkt vooruit naar een 2e, meer bescheiden maar niet minder lekker “toetje” in de competitie die Klassieke Veteranen is gedoopt.

Een verhuisdoos tot de nok gevuld met programmaboekjes, foto’s en knipsels. Wie van Henry’s zonen gaan dit ordenen?

Op de lange houten tafel waaraan de gezinsleden – met de zonen Jari, Floris en Mats in de storm-en-drang leeftijd –  menig stevig gesprek heeft plaatsgevonden, staat een schaal met voetbalronde en rijk met slagroom gevulde soesjes, overdekt met een laagje van de beste  Zwitserse chocolade, hoog opgetast – één uitnodiging om toe te tasten. Fotograaf Johan Kranenburg behoeft geen aanmoediging, de liefhebber van alles wat zoet en cacaobruin gekleurd is, veert voortdurend op en weer vindt een soesje zijn weg richting genietende smaakpapillen. Totdat – het interview nadert de finale – de schaal eenzaam leeg staat te wezen.

Bij de glimmende jukebox (Ami K uit 1960), met 100 Top Hits uit de jaren ’50, ’60 en ’70.

Eerder heeft de gastheer het LAV-duo in de biljartkamer vertelt over zijn alleszins redelijke gemiddelde in het libre en driebanden. Als intro op het interview werpt hij een munt in de caféjukebox (“Nee, geen Wurlitzer, die zijn nogal prijzig”) elders in huis en meteen klinken de klanken op van Zager & Evans  –  ‘In the  year 2525’ – actueel, naadloos passend in deze tijden van discussies over klimaat, milieu, Amersfoort-aan- Zee, onwezenlijke vergezichten, kortom:  de toekomst.

Broer Cok

De voetbaltoekomst van Henry Pouw ligt achter hem. Roodenburg, Wilhelmus, UVS en Katwijk, een staalkaart die er terugkijkend mag zijn. ,,Werd in mijn tijd al van libero gesproken?”, vraagt hij. Hij geeft zelf het antwoord: ,,Waarschijnlijk wel. Ik was een libero, laatste man, middenvelder, die graag zwierf, maar zich wel aan de opdrachten hield.’” Hij roemt de trainers die hij in zijn loopbaan heeft meegemaakt. Van elk van hen heeft hij geleerd, ze hebben hem beter gemaakt. Een gulzige leerling bleek Henry, die de kennis als een spons absorbeerde. Neem Jan Lovink. Nee, eerst Henry’s stuk oudere broer Cok. ,,Een prima speler, maar meer recreatief”, vertelt Pouw. ,,Hij speelde ook bij Roodenburg en nam mij telkens mee naar de club. Cok zorgde ervoor dat ik lid van Roodenburg werd. Ik zou niet weten wat ik zou zijn geworden of gaan doen, wanneer hij mij niet bij de hand had genomen. Ik ben hem er nog altijd dankbaar voor.”

Knipsel uit het Leidsch Dagblad. Nico Oosterlee en Henry Pouw, voor de ontmoeting Roodenburg – UVS (0-0).

Jan Lovink dus, Henry’s 1ste trainer, hij liet zijn pupillen voetballen. Dank je de koekoek, daarvoor ben je bij een voetbalclub. ,,Natuurlijk, maar Jan leerde ons genieten van het voetballen, hij bracht ons spelvreugde bij en propte ons niet vol met opdrachten. Lekker met elkaar spelen, maar ondertussen wist hij ons – spelenderwijs – veel te leren en techniek bij te brengen.”

Sfeer

Bij Roodenburg zou de huidige Oegstgeestenaar groeien van F1 tot en met A1, speelde in de hoofdmacht, om daarna gescout en al over te stappen naar Wilhelmus, waar trainer Ruud de Groot hem verder opstuwde in de vaart der volkeren. Hoe deed Ruud dat? ,,Zijn trainingen waren gevarieerd. Ruud overtuigde ons van onze kwaliteit, van onoverwinnelijkheid, dat gaf vertrouwen. Ook zei Ruud nooit bang te zijn voor de tegenstander. Borst vooruit, mouwen opgestroopt en een goed tactisch plan. Die aanpak werkte meestal.”

Henry in actie bij Roodenburg, met Peter Ciere rechts van hem . Ciere overleed veel te vroeg, op 50-jarige leeftijd.

Niet minder belangrijk vindt Henry de sfeer in en rond het elftal, wanneer die goed is, is er al veel gewonnen. ,,Wanneer je dan ook nog achter elkaar wedstrijden winnend afsluit, kom je in een ‘flow’. Dat gebeurde bij Katwijk, onder Arie Lagendijk. Arie onderkende onze individuele kwaliteiten in alle linies. Er werden gericht spelers aangetrokken, waardoor het elftal, sterk op alle posities,  stond als een huis.”

Landskampioen

,,Arie Lagendijk hamerde op automatismen, elkaar blindelings weten te vinden, vanaf de 1ste minuut druk te zetten, pressie te spelen,’vertelt hij over de “kampioenenmaker”, die tegenwoordig deels in Spanje en deels in  Leiden woont. ,,Ook liet hij ons frank en vrij spelen, onder het motto “weet wel wat je doet, ook als je de bal verliest”.  Het verschil van Katwijk met een andere club uit het dorp: we hoefden in de eerste jaren niet per se kampioen te worden.’ Welke club bedoel je? ‘Dat zeg ik niet.’ Quick Boys?  ‘Jij zegt het.’

Katwijk tegen Lunteren, hier juicht Pouw nadat hij heeft gescoord

Om te vervolgen: ,,Wanneer je zonder last op je schouders, zonder druk, zonder “je moet kampioen worden”,  relaxt de competitie ingaat, is dat lekker spelen en word je ook nog achter elkaar kampioen.”

In de tijd dat Henry Pouw bij Katwijk speelde, werd hij in zijn laatste twee seizoenen landskampioen. Na het afscheid van Pouw bleef Katwijk, tot op de dag van vandaag, een rol spelen in de top van het ‘amateurvoetbal’.

Omslag jaarboek (Gijs van Oosten / Cees van Hoogdalem) eerste klasse A zaterdag. V.l.n.r.: Hans Zwaan, Martin van Kins en Henry Pouw.

Hij pronkt en praalt niet over zijn eigen prestaties. Op verzoek van LeidenAmateurVoetbal heeft Henry de Doos van Pandorra van zolder gehaald, nokvol wedstrijdprogramma´s, stapels foto’s en ontelbare krantenknipsels. Het is er nog niet van gekomen om de lange loopbaan op papier chronologisch te ordenen en dat zal waarschijnlijk ook niet gebeuren. Daar is hij zelf te nuchter voor. De kans dat een van de zonen tegen een redelijke vergoeding dit klusje wil klaren, wordt betwijfeld in Huize Pouw.

Een prachtige actiefoto van topfotograaf Cees van Hoogdalem

Jupiler League

Na zijn periode als speler bij Katwijk bewaakte hij vele jaren bij dezelfde club (samen met het bestuurslid Technische Zaken), het prestatieve gedeelte. Het advies om op “jonge” leeftijd te stoppen met voetbal betekende dus niet het afscheid van deze mooie club. ,,De club was mij lief geworden en men vroeg mij invulling te geven aan een nog niet bestaande functie, een “tussen de spelers”. Wat houdt zo’n functie in? De sfeer bewaken, praten met trainers en spelers, plannen, scouten, enzovoort.

Katwijk, Kampioen van Nederland Amateurs 1ste Klasse. Henry Pouw, achterste rij, 2e van rechts. Trainer Arie Lagendijk, middelste rij, uiterst links

Toch komt er een einde aan de Katwijk-periode van Henry Pouw. Het is 2013. De KNVB wil topclubs uit het amateurvoetbal laten doorstromen naar de Jupiler League. Katwijk wordt benaderd en binnen de club worden de voors en tegens van profvoetbal tegen elkaar afgewogen. Pouw is er een voorstander van, het zou Katwijk een voorsprong geven op de andere voetbalclubs in de Duin- en Bollenstreek. Hij zag voldoende kwaliteiten in het bestuur van de Katwijkse club, en een hoofdsponsor die zelfs eredivisiewaardig is. Hij blijkt bij een minderheid te behoren. Hij is teleurgesteld en verlaat de club “in alle vriendschap”.

‘Jammer dat Katwijk niet besloot het profavontuur aan te gaan in de Jupiler League.’

Klassieke Veteranen

“De leukste competitie van Nederland”, zo worden de ontmoetingen genoemd waaraan vooraanstaande clubs deelnemen. (Oud-)voetballers vanaf 35 jaar, die op hoog niveau bij de amateurs of profs hebben gevoetbald, van verenigingen als VOC, HBS, HVV, Quick, Sparta, Ajax  en Koninklijke HFC, 14 in totaal, komen tegen elkaar in het  strijdperk. Henry Pouw heeft zich aangesloten bij de “klassieken” van ASC en heeft het daar geweldig naar zijn zin, ondanks zijn kwetsbare knie. Door zijn technische vaardigheden kan Pouw “aardig” meekomen, ook al is het soms maar een halve wedstrijd.  Hij spreekt van een “gezellige groep”, die 2×40 minuten – zonder grensrechters –  op zaterdagmiddag speelt. ‘Verder gelden de normale spelregels, inclusief buitenspel. ,,Het belangrijkste van de competitie is de 3e helft”, aldus Henry. ,,De thuisspelende ploeg biedt dan een gezellig samenzijn aan en verzorgt de hapjes en drankjes.”

Al die jaren voetbal heeft Henry Pouw veel, heel veel gegeven

Wie denkt dat er voor de “kat zijn staart” wordt gespeeld, heeft het mis. Wie verlies op verlies lijdt en op de 14e plaats bungelt, moet een verdraaid goede reden hebben om in het nieuwe seizoen te mogen aantreden. ,,Wij zitten in de gevarenzone”, moet Henry bekennen. ,,ASC wil niet het lelijke eendje worden in deze competitie. Dus kijkt men hoe het beter kan. Twee keer in de week trainen zou ons sterker maken. Maar ook per speler aangeven wat je van hem verwacht bij balbezit en balverlies. Nu voetbalt men teveel op het gevoel.”

Meedoen aan deze competitie, die los van de KNVB wordt georganiseerd, is voor iedere prestatievoetballer boven de 35 een prachtige en unieke kans om lekker op niveau te kunnen blijven voetballen. Oud-spelers van ASC en andere voetbalclubs  zijn welkom om de gelederen van de Klassieke Veteranen te komen versterken. Per e-mail kan contact worden opgenomen met Nanno Benninga ([email protected]).

Henry Pouw voelt zich “happy” bij de Klassieke Veteranen. Weer spelen op zaterdagmiddag op het vertrouwde tijdstip van 15.00 uur. Leuk om dat na zo’n 25 jaar weer te beleven en mobiel te blijven. ,,Voetbal heeft mij veel gegeven”, zegt hij tot slot. ,,Vriendschappen voor het leven, plezier en gezelligheid.”

Laurens Mouter (Henry’s trainer bij Roodenburg – Senioren):

Toen Maarten van Kooperen in mei 1981 besloot te stoppen met voetbal, was het niet moeilijk om een vervanger aan te wijzen: Henry Pouw speelde in Roodenburg A1 als een veldheer, het was dus simpel. Bovendien vond Henry Aad de Groot naast zich, op dat ogenblik met afstand de beste mandekker uit de omgeving.

De start was stroef, want Henry speelde zoals altijd op zijn gevoel: balletje aan de voet, wegdraaien van de tegenstander in de eigen 16, een bal voorlangs het doel was ook geen probleem. In het seniorenvoetbal gelden echter andere regels. Na een paar keer met de neus op de feiten te zijn gedrukt, begreep Henry al snel dat er soms toch sober gespeeld moest worden. Samen met andere Roodenburg-rookies (Arno Lancel, Kees Verver, Jurgen Kok, Ronald Jansen en Henny Koet) maakte hij grote stappen.

Als voetballer was hij onverstoorbaar, overtuigd van zichzelf. Als vrije verdediger wilde hij altijd de bal hebben, het middenveld oversteken en de beslissende pass geven. Henry ging zich steeds meer realiseren dat hij kon uitblinken dankzij drie geweldige mandekkers.

Altijd was Henry bezig om sterker te worden aan de bal. In die tijd was de trainingsmethode van Wiel Coerver heel erg “in”. Henry vond die oefeningen heerlijk, hij probeerde ze voortdurend in te slijpen, niet alleen tijdens de training, maar juist ook in de wedstrijd. Tsja, dan kan er wel eens iets mislukken. In die tijd waren de wedstrijden van Roodenburg nooit saai.

Veertig jaar geleden werden lang niet alle talenten ontdekt. Als Henry in deze tijd had gevoetbald, zou hij zeker op jeugdige leeftijd bij een Betaald Voetbal Organisatie hebben gezeten. Henry was eigenlijk geen verdediger, maar meer een spelmaker, een 10. Het is dan ook logisch dat zijn oudste zoon Jari heet.

Ruud de Groot, destijds Henry’s trainer bij Wilhelmus):

,,Mijn mening over Henry Pouw? Daar kan ik kort en krachtig over zijn: Een beschaafde, bedachtzame, uitstekende vrije verdediger met overzicht.”

Jan Lovink (Roodenburg):

,,Ik heb Henry een aantal jaren in mijn teams gehad. Van de C1 tot de A1. Hij speelde in de verdediging met Arno Lancel. Henry was een technisch begaafde verdediger, die ook goed kon koppen. Met spelers als Boudy Pijnakker, Bob van Bohemen, Henry Pouw en Arno Lancel, deden wij extra koptraining aan de kopgalg. Bert Jansen bracht zijn kennis mee en ze trainden op dinsdag- en donderdagavond extra op het koppen. In zijn laatste seizoen bij de junioren liep Henry na de winterstop een knieblessure op. Een operatie volgde. Ik heb toen een programma van zes weken met hem gedraaid, waardoor hij fit kon starten in de selectie van Laurens Mouter. Na het 1e elftal van Roodenburg (eerste klasse zondag), heeft Henry veel wedstrijden gespeeld bij topamateurs. Henry was een speler met kwaliteiten en een leefwijze om te slagen in het profvoetbal.”

Arie Lagendijk (Henry’s trainer bij vv Katwijk):

,,Henry Pouw bezette een belangrijke positie in het elftal, een bepalende voor het uitvoeren van de strategie. Hij had in het hart van de verdediging een schone en veelomvattende taak, die hij uitstekend aan kon omdat Henry een wedstrijd goed kon lezen. We zetten altijd druk, deze druk gecombineerd met zijn passie, de bal willen hebben en zijn doordekkend vermogen, maakte hem tot een belangrijke speler, agressief wanneer nodig en nuttig. Hij  was wel blessuregevoelig, gelukkig voor hem en het elftal hadden wij bij Katwijk een steengoede fysio. Henry leefde voor de sport, lette op zijn voeding, zoals nu ook veel gebeurt. Omdat er tactisch weinig veranderd is, zou Henry met zijn kwaliteiten, zijn natuurlijke leiderschap en mondigheid nu een heel goede profvoetballer zijn geweest.”

Foto’s: Collectie Henry Pouw e.a.

Actuele foto’s en scans: J.P. Kranenburg