Oude clubhelden- De ambulance scheurt in Verstappen-snelheid over de Morsweg, sirenes loeien. ‘Het Leidse volkslied,’ klinkt het nuchter. ‘Dat gaat hier met het ziekenhuis in de buurt de hele dag door.’  Fotograaf Johan Kranenburg en ik zijn op bezoek bij Tiny Smittenaar – Flierman, de vrouw van de in 1996 overleden Jan Smittenaar. Jan was Tiny’s eerste en enige grote liefde, dat was Tiny voor hem.

Jan Smittenaar? Een slanke jongen, geen grammetje te veel, voetbalde vanaf zijn 12e bij UVS. Gek van het spelletje, dat hij tot in de finesses beheerste. Het resultaat van jarenlang dagelijks buiten – op de Singel waar hij woonde – met vriendjes een balletje trappen. Waren zijn makkers er niet, dan trainde hij solo, de bal met de linker -en rechtervoet  ontelbare malen tegen de muur tikken, met binnen- en buitenkant van de voet toverend toucheren en werd “Jan, eten” geroepen, hield hij de bal tig-keren hoog tot aan de tafel met de dampende schotels. Dé enige manier om het leer te laten doen wat de afzender beveelt en in het veld de tegenstander gek te maken, dol te draaien.

De eerste baan van zowel Jan als LAV-verslaggever Cees Mentink was die bij studentenorganisatie Cosec aan het Leidse Rapenburg. Hier staan Jan en Cees, met de aantrekkelijke dames van kantoor. Het is september 1957.

Jan werd mijn eerste collega, of eigenlijk: mijn eerste chef, leidinggevende, Ik ben hem en zijn Tiny in de loop der jaren regelmatig in de stad tegengekomen; dan maakten we een praatje (“Weet je nog wel?”). En nu bij LeidenAmateurVoetbal voelde ik de behoefte voortdurend groeien in deze rubriek aandacht aan hem te besteden. Ik heb Jan altijd als een held beschouwd.

Ik leerde Jan kennen op 1 augustus 1957. Twee dagen daarvoor had ik mijn MULO-diploma in ontvangst genomen, met cijfers  die te denken gaven. Docenten omgekocht? Nee, dat gebeurde toen nog niet.

Leraar Kaiser (boekhouden), bestuurslid van ASC en iets hoogs bij de KNVB, wist dat ik bij DoCoS speelde. Misschien heeft dat geholpen, hem mild gestemd.

Jan Smittenaar stond op de loonlijst van Cosec (Coordinating Secretary of National Unions of Students), Rapenburg 6, Leiden. Cosec , een organisatie die jaarlijks een internationale conferentie van studentenvakbonden voorbereidde, doorgaans gehouden in verre, zonnige oorden waar een ontelbaar aantal studenten uit tientallen landen opdraafden. Wat er besproken en vastgelegd werd, vraag het niet, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Jan Smittenaar het hoofd van de postkamer was, Cosec mijn eerste baan en ik zijn assistent. Bij Cosec was Engels de voertaal. Oh ja, dagelijks kwam er een auto van de PTT om de zakken met post op te halen. Jan en vooral ik stencilden – toen al elektrisch – er vrolijk op los; we  nietten, vouwden, vulden enveloppen, zoals op meer bescheiden schaal  wekelijks bij voetbalclubs werd gedaan.

De c van Cosec had ook voor ‘chaos’ kunnen staan. Studenten liepen in en uit, babbelden in veel verschillende talen (Babylon in hartje Leiden), de dames van de administratie waren weliswaar architectonisch geslaagd, maar welke taken zij hadden en uitvoerden, daar ben ik niet achtergekomen. Door wie iedereen werd betaald, is mij ook nooit duidelijk geworden.Trouwens, het interesseerde me ook geen zier.

Jan Smittenaar ontpopte zich – vond ik – als een rustige figuur, een koele, die de indruk gaf het hele proces te begrijpen en te beheersen. Hij luisterde, stak bedachtzaam een sigaret (met mondstuk) op en voerde het verlangde vlekkeloos uit.

Ondanks het feit dat hij voor UVS uitkwam en ik voor DoCoS, klikte het tussen hem en mij. Jan kon voetballen en ik bracht er geen spaan van terecht. Van enige concurrentie kon geen sprake zijn. Op maandagmorgen bespraken wij het voetbalweekend. In alle rust, want voor 10.00 uur kon nog niet van enige bedrijvigheid gesproken worden.

De Heymansen van LFC

Bij UVS stond Jan hoog aangeschreven. Terecht. Hij speelde op niveau, van de aspiranten tot en met de A’s, het voorland van de Senioren. Altijd in 1.

Over de op 7 april 1940 geboren Smittenaar, vertelt toenmalig teamgenoot Leen Neuteboom het volgende: ,,Een technisch begaafde voetballer, zo herinner ik mij Jan. Hij droeg altijd een houtje-touwtje jas, je weet wel met een capuchon. Dat was mode in die tijd. Ik weet nog wel dat wij kampioen werden. In dat seizoen verloren wij tweemaal, uit en thuis tegen LFC. Bij de Kanaries stonden de Heymansen en De Bolster opgesteld.”

Leen, nog altijd veel langs de lijn te vinden bij UVS en RCL, maakt een zijsprongetje, een vervelend gevalletje: ,,Ik stond op doel, maakte een snoekduik voor de aanstormende spits, kreeg een trap en brak een botje.” Leen ging in het gips en nam zich voor nooit meer te keepen. Toen het gips, inmiddels opgesierd met de handtekeningen van zijn teamgenoten, eenmaal verwijderd was, werd toch weer een beroep op hem gedaan om onder de lat plaats te nemen. Leen kon geen ‘nee’ zeggen en uitgerekend tegen het altijd stevige Rouwkoop uit Voorschoten, maakte hij zijn rentree, om nooit meer dartelend de wei in te gaan.

Verliefd

7 April blijft een dierbare dag voor Tiny, haar kinderen (+ aanhang) en kleinkinderen. De dag dat Jan zijn verjaardag zou vieren. ,,Dat is traditioneel een dag vol spelletjes, lekker eten en met elkaar praten.”

Tiny Smittenaar – Flierman: ,,Ik was 14 jaar toen ik Jan leerde kennen en wij verkering kregen. Ik was stapelverliefd op hem.”

Het praten zoals nu. ,,Ik was 14 jaar toen ik Jan leerde kennen. We passeerden elkaar op weg naar school. Een vriendinnetje zei dat zij van Jan mij de groeten moest doen. Later vroeg hij of ik de groeten had gekregen. Ja dus. Toen gingen we naar de bioscoop. Trianon, dat weet ik nog wel, maar naar welke film kan ik me niet herinneren.” Dat is meestal bij een eerste date. Tiny bekent dat ze meteen voor Jan viel. ,,Als een blok.” Tiny omschrijft hem in drie woorden: ‘Charmant, lief, diplomatiek.’

Zo kennen ze hem bij UVS ook, kan beluisterd worden. Trainer Ben van Duyl signaleerde deze karaktereigenschappen en maakte hem tot aanvoerder. ,,In het veld zette Jan de lijnen uit. Hij vroeg scheidsrechters op correcte wijze waarom ze voor bepaalde overtredingen hadden gefloten”, weet Leen Neuteboom.  ,,Hij ging echt voor in de strijd.”

Ze trouwden in januari 1965. Stonden de pupillen van UVS op de trappen van het Stadhuis? ,,Nee, dat doen ze alleen voor spelers van het 1ste elftal. Trouwens, wij verlieten aan de kant van het Stadhuisplein de trouwzaal. Het was bitterkoud.”

Trots

Verloofden van spelers stonden in die tijd ook niet langs de lijn of zaten niet op de tribune. Tiny ook niet. Dat gebeurde meer bij de senioren en dan ook nog bij de hoogste teams. Bij een van de schamele keren dat Tiny naar een wedstrijd ging kijken, was in en tegen Lisse. Daar heeft zij, zoveel jaren later, geen plezierige herinnering aan: ,,Het was een vrij pittige wedstrijd, op een hard veld. Jan maakte een sliding, gleed door en had een schaafwond van wel 30 centimeter. Geen vrolijk gezicht.”

Wat Tiny nog wel weet is, dat ze ooit in een café werd aangesproken met ,,Ben jij de vriendin van Jan”, waarop ze vanzelfsprekend ja zei en “zo zo” als antwoord kreeg. ,,Toen was ik wel trots, hoor.”

Toentertijd werd er ook al gescout. Smittenaar lag goed in de markt. Op een avond komt iemand aan de deur, opa doet open en iemand vraagt of Jan ervoor voelt naar LFC te komen. De man wiens naam Tiny niet meer weet krijgt te horen: ,,Oh, nee, vergeet dat maar. Mijn kleinzoon blijft bij UVS.” Punt uit, deur dicht.

Wat Tiny ook wel grappig vindt om te vertellen is het verhaal over de “sigarenboeren”: ,,Er waren er een paar aan de Morweg, Segaar en Charité. Bij Segaar hing het affiche van UVS en bij Charité dat van LFC. Je kon er de kaartjes in de voorverkoop kopen. Segaar en Charité, 2 compleet verschillende werelden. Bijzonder hoor.”

Braunschweig

In 1958 reisden twee teams met bussen naar Duitsland. Een team in de leeftijd van onder de 19 jaar en een team van onder de 23 jaar. Weet Tiny dat nog? Ze knikt van niet.

In het Duitse Braunschweig. Staand vlnr: Izaak Klinkhamer, Jan Smittenaar, Thijs van Kooperen, UVS-keeperslegende en nog de nog altijd vrijwillig actieve Herman Vermeer en Sjaak Visser. Gehurkt 4e, 5e en 6e van links: Dinus Bol, Nico en Joop van Es. RaRa, wie zijn 1e, 2e en 3e van links? Wie helpt?

Gelukkig weet Herman Vermeer, die naadloos past in het rijtje illustere UVS-doelmannen Martin van Well,  Koos van Putten, Frits van Duijl, Wijnand Sloos, alles nog precies van de trip, hij maakte deel uit van het gezelschap: ,,Het is augustus, de leiding is in handen van Herman Bakker. Een hele organisatie, want we sliepen bij gastgezinnen van onze tegenstanders, de amateurs van Braunschweig.” Hij vervolgt: ,,We hebben daar niet allen gevoetbald, maar hebben ook een excursie van een dag gemaakt langs de Oostduitse grens, reuze spannend vonden we dat, met al dat prikkeldraad. We reden door het Harz gebergte, kregen een rondleiding in de fabriek van Volkswagen en woonden een wedstrijd bij van Eintracht Braunschweig, destijds uitkomend in de hoogste divisie, tegen Kaiserslautern.”

Seizoen 1956 – 1957 – UVS junioren A1. Staand vlnr: Ben van Duyl (trainer), Renzo Spadon, Ton Nagel , Nico van Es, Nico den Hoed, Wil Koenen, ?, Piet Grim (jeugdvoorzitter), ?. Gehurkt vlnr: Cor Bos, Jan van Polanen, Leen Neuteboom, Wim de Vrind, Jan Smittenaar, Izaak Klinkhamer.

De mannen speelden er een tournooi tegen amateurs uit de omgeving en kwamen met de nodige glimmende bekers terug naar Holland. Ze staan nog te pronken in de prijzenkast. Grapjes over “fietsen terug” werden niet getolereerd.

Seizoen 1958 – 1959. UVS junioren A1. Staand vlnr: Ben van Duyl (trainer), Nico den Hoed, Jan van Polanen, Nico van Es, Ton Nagel, Izaak Klinkhamer, Jan Smittenaar, Piet Grim (jeugdvoorzitter). Gehurkt vlnr: Wil Koenen, Renzo Spadon, Leen Neuteboom, Wim de Vrind, Jan Rietbergen.

La Courtine

Het leven van de verliefden kabbelt rustig voort in het begin van de jaren ’60. Ook voor Tiny en Jan. Naar de film, een stukje eten in Het Karrewiel, Liberty, Bellevue, Ruteck’s, ze genieten ervan.

Het elftal van de Leidse Onderwijs Instelling (LOI). Staand, 4e van links staat Henk Plantfeber, die evenals Jan Smittenaar (staand 2e van rechts) carrière maakte bij de onderwijs instelling.

Tussendoor worden “alle Chinezen” bij herhaling bezocht. Ook wordt in het café in de Mandenmakerssteeg, waar UVS-spelers en –supporters elkaar treffen een drankje gedronken.

Inmiddels is Jan in dienst getreden bij de LOI, waar hij carrière zal maken. Daar komt hij Henk Plantfeber tegen, ook een UVS’er, met wie hij in het bedrijfselftal staat opgesteld. In die periode werden bedrijfscompetities afgewerkt, op zomeravonden. Daar deed de onderwijsinstelling van harte en met succes aan mee.

De nodige bekende gezichten, hetgeen duidt op een hecht team. Jan Smittenaar, gehurkt, 3e van rechts. De doelman is Martin Kramp, wiens vader in 1958 toetrad tot de Galerij van Ereleden. De leider, staande uiterst links is Jan Wassenaar.

Eenmaal in militaire dienst moet Smittenaar ook naar La Courtine in Frankrijk. In  het liedje ‘Ik sta op wacht’ van Joop de Knegt wordt gezongen dat de soldaat door zijn geliefde naar het station wordt gebracht. Dat beeld zullen vele Leidenaars nog wel op het netvlies hebben. De soldaat in uniform, stevig gearmd met zijn meisje en in zijn pukkel “bijvoeding”, pindakaas, jam, pasta’s (alleen opwarmen) en geld om een extra gevulde koek te kopen.

De militaire dienst was ook voor Jan Smittenaar een hinderlijke onderbreking van een maatschappelijk leven in opbouw. Gelukkig zorgde het militair elftal (Jan, staand 3e van rechts) voor de nodige afwisseling.

Tiny herkent zich daar niet in. Niks afscheid bij Station Leiden. Niks tranen met tuiten. Wel weet ze dat de liefde-van-haar-leven niet voor sterren en strepen ging. ,,Dan moest je drie maanden langer dienen, daar voelde Jan niets voor.”

Wel kan ze nog lachen om een ander liedje, Hallo Tine oftewel Brief uit La Courtine, van Rijk de Gooyer. Smittenaars naam bereikte ook zijn compagnie in Vlissingen. De voetballer uit Leiden werd geselecteerd voor militaire elftallen. ,,Dat vond Jan wel aantrekkelijk, hij moest dan trainen, reizen naar andere plaatsen, geen wacht lopen of op oefening naar de hei.”

Trainer Ben van Duyl en – ietwat verscholen – jeugdvoorzitter Piet Grim staan op deze foto. De speler met bloemen is Jan Rietkerk, een look-a-like van Abe Lenstra. Keper Leen Neuteboom heeft een zonneklep in de hand, afgekeken van PSV-doelman Lieuwe Steijger.

Er ligt nog een cruciale vraag op antwoord te wachten: Waarom is Jan Smittenaar, voorbestemd een groot voetballer te worden, gestopt met voetballen? Waarom kwam er een abrupt einde aan een veelbelovende loopbaan? Waarom knakte die in de knop? Tiny haalt haar schouders op, ze weet het niet. Echt niet.

Moest Jan kiezen voor het voetbal of voor haar? ,,Oh nee, beslist niet”,  veert Tiny op. ,,Ik zou hem nooit voor zo’n keuze hebben geplaatst.”

Jan koos voor zijn maatschappelijke loopbaan, zijn vooruitzichten bij de LOI waren zeer gunstig. Hij heeft de kansen met beide handen gepakt. Daarnaast groeide het gezin. Christine en Pieter dienden zich aan, ze maakten het kwartet compleet. Naar hen ging veel aandacht en liefde.

Inmiddels hebben Christine en Pieter het ook “gemaakt”, zoals dat heet, ze zijn succesvol en hebben ook kinderen.

Pieter voetbalde bij Roodenburg, zoon Pjotr heeft bij Meerburg en GHC gevoetbald, dochter Jade speelt bij DoCoS, haar team wordt door pa Pieter getraind. Christine’s zoon Hessel speelde bij ASC, dochter Fee zwemt nu op hoog niveau, en Yara, de andere dochter, heeft andere talenten. Een sportieve familie dus.

In l996, op 56 jarige leeftijd, overlijdt Jan Smittenaar aan longkanker. In die tijd worden de kleinkinderen geboren. Tijd om te rouwen is er voor Tiny niet of nauwelijks, zij neemt de taak van oppasmoeder op zich.

,,Weet je, Jan heeft zijn kleinkinderen niet gezien, dat is best zuur.” En tot slot zegt Tiny: ,,Jan is bijna een kwarteeuw dood, maar het gemis blijft.”

,,Dat Jan zijn kleinkinderen niet heeft gezien, is heel zuur. Wat zou trots op hen zijn geweest.”

Foto’s Collectie:  Tiny Smittenaar – Flierman

Actuele foto’s: J.P. Kranenburg