Oude Clubhelden- ,,Hoe ik bij UVS belandde is een verhaal apart”, begint Jan van Hooven. ,,Mijn oom Piet, die een redelijk bokser was, maar nooit één wedstrijd heeft weten te winnen, zei tegen mijn vader dat ik naar UVS moest, daar was de jeugdopleiding het beste. Terwijl al mijn vriendjes bij LFC speelden, ging ik naar UVS. Want naar oom Piet werd geluisterd.” Op 10-jarige leeftijd werd Van Hooven lid van de blauw-witte club, toen nog aan de Wassenaarseweg. Voetballen mocht hij nog niet, wel trainen. Twee jaar later speelde hij zijn eerste wedstrijd, bij de aspiranten.

Op bezoek in de Mors bij Jan van Hooven en zijn lieve vrouw Leny. Jan heeft het interview goed voorbereid, hij is er klaar voor. Krantenknipsels, briefjes van UVS en de KNVB op datum, foto’s zijn geselecteerd. De temperatuur buiten ligt rond de 40 graden (code Oranje), binnen is het aangenaam koel. Leny loopt af en aan, eerst met koffie en thee, later met bier (zonder alcohol) en water, veel water. Zij zal aan het gesprek deelnemen, aanvullende informatie geven waar nuttig en tussentijds vertellen dat zij ‘dol is op tuinieren’ en al meer dan 50 jaar met Jan, de-liefde-van-haar-leven, een eigen volkstuin heeft. De perziken die van het eigen landje komen zijn ouderwets sappig en de eerste zelf gekweekte vijgen ogen en smaken veelbelovend. Niet alleen bij UVS, ook in de wereld van de volkstuinen is het echtpaar meer dan bekend. Over dat laatste later meer. Blijf dus lezen.

Wedstrijdprogramma’s met opstellingen werden per post thuis gestuurd.

Vakkundige klussers

Jan was er bij toen LFC als een van de eerste voetbalverenigingen lichtmasten installeerde: Flip Massaar werkte bij de Nederlandsche Electrolas Maatschappij (NEM). De aartsbietser wist daar het nodige materiaal voor de verlichting te versieren of goedkoper aan te schaffen. LFC’ers klaarden verder de klus. Bij bijna alle voetbalclubs waren vrijwilligers voortdurend actief, met schilderen, timmeren, klussen in de breedste zin van het woord. De lichtmasten van LFC, dus. Jan: ,,Zo kon ’s avonds het door Flip georganiseerde Zilveren Molen Toernooi gehouden worden. Opzienbarend. Toen was er nog nauwelijks of geen televisie. Een avondje naar de Boshuizerkade, naar FC Amsterdam, met Hans Boskamp, of Stormvogels met Piet Kraak op doel, een belevenis. De lange zijde stond stampvol.”

De zonen van Jan en Leny van Hooven bleken ware kunstenaars in het maken van bloemstukjes. Bij wedstrijden in het clubhuis Ons-Buiten ging het tweetal (Ron, midden – Erik, rechts) namens Tuinvereniging Roomburg met 1ste prijzen aan de haal. Pa Jan, jarenlang vervulde hij bestuursfuncties, heeft nog altijd een tuin op Roomburg. Nu doet zijn vrouw Leny het meeste werk.

Partijtjes op straat

Jan van Hooven is geboren in de Tollensstraat, een zijstraat van de Da Costastraat. Met een beetje fantasie kon je daar blindelings de velden vinden van de voetbalclubs Oranje Groen, VNA, LFC, en iets verderop van DoCoS. ,,We speelden veel op straat. Dat kon toen nog, er waren nog niet zo veel auto’s.’ Waarom politieagenten weleens een bal afpakten en daarmee grijnzend hun weg vervolgden, weet Jan niet. Pesterij? ,,Wij deden niemand kwaad.” Omdat voetballen hun lust en hun leven was, het belangrijkste vermaak, werd hutje bij mutje gelegd – ‘Allemaal lapten we een paar centen’ – en er werd een nieuw balletje aangeschaft. Soms ging een “brutaal jochie” naar het politiebureau in de Zonneveldstraat verhaal halen en probeerde de bal terug te krijgen. Dat lukte weleens. Hij moest dan uit een onderste la een bal kiezen. Wanneer hij zo gebukt stond, kreeg hij een schop onder zijn kont. Maar hij kwam wel de straat in, triomfantelijk met een bal.
Het liefst speelden Jan en zijn makkers op het veld van DoCoS. ,,Dat mochten wij ook van Noordman, van Gerrit Noordman. Er waren drie gebroeders Noordman, er deed er één in wijnen, een tweede werkte in de horeca en Gerrit was de administrateur van Houthandel Noordman. Gerrit was van DoCoS.” In de doelen mochten de jongens niet komen, wel op het middenveld. Op elkaar gestapelde kleren werden de doelpalen. ‘Wat een gouden tijden,’ lijkt Van Hooven te mompelen.

‘Wat een wonderlijk toeval, hè, Koos Veefkind met wie ik jarenlang heb gevoetbald, en zijn vrouw Lenie zijn nu buren van ons.’

Schoenen poetsen

Het interview verloopt pingpongend, van de hak op de tak. Geen probleem. ,,Weet je wie hier naast ons woont? Nee, natuurlijk niet. Koos Veefkind, met wie ik jarenlang heb gevoetbald bij UVS. Leuk toeval hè. Aan gespreksstof geen gebrek, Koos weet ook nog zo veel. ,,En weet je met wie Koos is getrouwd?” Ook niet natuurlijk. ,,Met Lenie, de zus van Jan en Sjaak Verkuylen, UVS’ers pur sang.” De wereld is klein. Zeker in Leiden, een stad te klein voor laken en te groot voor servet. Over laken gesproken: de vader van Jan van Hooven werkte bij de lakenfabriek van Kranenburg, die hadden twee elftallen. Een mooi verhaal: ,,Pa speelde bij De Sleutels, ooit opgericht door de Grofsmederij, daar was hij ook materiaalmeester. Mijn vader wist dat er spelers van Kranenburg een hekel hadden aan het schoonmaken van hun voetbalschoenen. Dat ben ik toen gaan doen en zo scharrelde ik mijn eerste stuivers en duppies bij elkaar.”

Een reünie bij UVS. 3e van rechts zit oom Piet, een goede bokser, die nooit een wedstrijd heeft gewonnen. Oom Piet adviseerde pa Van Hooven om Jan lid van UVS te laten worden.

Dansschool Alphenaar

Hij bezocht twee lagere scholen, aan de Morsweg, een School met de Bijbel – ‘Met veel bidden’ – en de Openbare School aan de Rijnsburgersingel. Toen hij al “een hele kerel” was, had zijn vader een belangrijke mededeling: ‘Jij krijgt een broertje.’ Jan had zijn moeder wel plaatselijk dikker zien worden, maar had daar geen aandacht voor, hij had andere dingen aan zijn hoofd. Afijn, toen Jan 13 jaar was, werd broertje Flip geboren. ’13 jaar jonger dan ik… een generatie verschil.’ Maar dat niet alleen: Flip werd verwend. Voor hem werd een fiets gekocht, die had Jan nog nooit van zijn leven gehad. ,,Toen ik wat ouder werd, begreep ik dat wel. Trouwens, ik ben nooit jaloers op Flip geweest. Ik ben van voor de oorlog, Flip van dik daarna, we hadden het thuis inmiddels veel beter gekregen.”

De oorlog: ,,Die verschrikking heb ik meegemaakt. Dat is bijna niet te geloven, ik was hartstikke klein, toch is het waar. Ik zie mezelf nog meegaan met mijn vader om aan de Haagweg gras te plukken voor de konijntjes, de Duitsers vlogen over ons heen en bombardeerden het station.”
Op de Ambachtschool aan de Haagweg leerde Jan van Hooven lassen, hij volgde drie cursussen en haalde even zovele diploma’s. Een stevig fundament om bij Philips in Den Haag aan de slag te gaan. ’s Avonds en bij Philips volgde hij opleidingen. Geen wonder dat de Leidenaar maar liefst 40 jaar bij de gloeilampenfabriek, afdeling Communicatie (telefoons, telexen) met plezier en succes heeft gewerkt. Overdag werken, ’s avonds cursussen volgen en tweemaal per week trainen. Best een pittig programma. Wanneer dan ook nog de hormonen gaan opspelen…. ,,Bij Dansschool Alphenaar leerde ik Leny kennen. Liefde op het tweede gezicht, want ik ben een tijdje, een maand of 6, omgegaan met een vriendin van haar. Leny is mijn grote liefde, al een leven lang.” Ze kijken elkaar aan en knipogen. Een mooi moment. ,,Het was een andere tijd, niet te vergelijken met nu”,  vindt Leny. ,,Wanneer we een galabal hadden moest ik echt om 00.00 uur thuis zijn. Dan zeurde ik bij mijn moeder of ik uurtje langer mocht dansen, dan ging het van “vooruit dan maar”. De tijden zijn wel veranderd, hè.”

In de jaren ’60 ontvingen kampioenen een vaantje. ‘En een etentje bij de Chinees,’ weet Jan van Hooven.

UVS/zaterdag

‘Zullen we het over UVS hebben?’ vraagt Jan indringend, tegenspraak niet duldend. ,,Met de jeugd gingen we een weekend naar Wuppertal. Daar werd een toernooi gehouden met clubs uit Engeland en Duitsland. Ajax was er ook bij. Ik weet nog wel dat trainer Binsbergen bij ons de leiding had. Zo’n weekend maakte indruk. Ik was nog nooit in het buitenland geweest.” Aan het 1ste elftal van UVS heeft Van Hooven af en toe mogen “ruiken”, kennelijk niet goed genoeg voor een vaste plaats. ,,Ik speelde vooral in het 2e elftal, nog steeds selectie hoor. Met uitstekende, maar afmattende trainingen van Piet Kantebeen en Ben van Duijl.” Dan komt Jan weer met een vraag: ,,Weet je wat zo bijzonder was? Nee? Wij gingen met een eigen bus naar de uitwedstrijden. Een bus van Beuk. Opstappen aan de Beestenmarkt. Moesten we bij voorbeeld om 10.00 uur in Den Haag bij VUC of Quick spelen, stapten we om 08.00 uur in de bus. Kennelijk kon dat allemaal. Wanneer er voldoende plek was, ging mijn vader mee.”

Mooie jaren. Samen met zijn vrouw Leny bekijkt Jan de foto’s van de UVS zaterdagteams.

De beste herinneringen bewaart de huidige Morsbewoner aan de “gouden jaren” op zaterdag. ,,De vrije zaterdag was gemeengoed geworden, veel mensen zochten naar een invulling voor die dag. Dan ligt het voor de hand dat er bijvoorbeeld gevoetbald gaat worden. Op 7 september 1963 speelde UVS zaterdag 1 haar eerste competitiewedstrijd in de 1ste klasse van de afdeling Leiden. In de annalen van de club staat geschreven van een “lolbroekenteam”.

Jan van Hooven werd door de KNVB geselecteerd voor het Leidse elftal.

Toen de zaken serieuzer werden aangepakt, kwamen er al gauw een 2e en 3e elftal bij. Vanaf toen werd UVS/zaterdag een tegenstander waar clubs danig rekening mee moesten houden. Hoogtepunt: in het seizoen 67/68 het kampioenschap van de afdeling Leiden en promotie naar de 4e klasse KNVB. In het zaterdagse vlaggenschip mannen als: Kees van der Berg en Koos Veefkind, prominente “zondagspelers” in hun nadagen. Jan: ,,Als elftal groeiden wij. In 1966 en 1967 moesten wij nog genoegen nemen met een 2e plaats, maar in 1968 was het raak.’ Het Leidsch Dagblad kopte in chocoladeletters: Sterk UVS overtuigend kampioen van Afdeling Leiden. ‘De bekroning van 4 jaar keihard werken,’ schreef clubman Dick Kikkert in het boek UVS 1914–1989.

UVS steekt niet onder stoelen of banken zeer gelukkig te zijn met weer een KNVB-team binnen de club.

Hard maar fair

,,Ik kon er stevig ingaan,nee, ik was geen lieve jongen”,  bekent hij. ,,Linksbenig was ik en stond meestal linkshalf. Mijn tegenstander had het moeilijk tegen mij. Ballen liet ik niet lopen, ik moest en zou ze hebben. Niet dat ik gemeen was hoor. In duels belandde de man die ik moest afstoppen, nooit buiten de lijnen of – erger – ergens in een sloot of op de tribune. Ik vond mezelf sterk met slidings, dat moest ook wel, want een snelheidsduivel ben ik nooit geweest.” Vaak moest Jan de concurrentie aangaan met Kees van der Berg. ,,Ik was niet fors gebouwd, Kees veel meer geblokt. Voor de linksback plaats won Kees het van mij. Terecht.”Hij denkt nog met respect aan Pouw Chaudron, de aanvoerder, een geweldige vent, een verbinder. ,,Pouw hield de ploeg bij elkaar, droeg bij aan een goede sfeer. Nog belangrijker: de jongens konden bij hem terecht wanneer er problemen waren, geldzorgen, of wanneer er sprake was van een scheiding. Hij had een luisterend oor, gaf advies of ging bij hen thuis praten.” Jacques Verkuylen zorgde voor een relaxte stemming in de kleedkamer en huidig buurman Koos Veefkind had ook altijd iets te vertellen. Wat dat betreft is Koos niet veranderd, gelukkig. Kees Matheysen stelde zich altijd bescheiden op, en wat was hij een snelle speler, hij liep iedereen eruit.” En dan Jan Delfos: ,,Een heel goede back, kleermaker bij Peek & Cloppenburg aan de Breestraat. Hij vermaakte in de avonduren kleren van jongens van UVS, mouwtje korter, broekkie langer, altijd voor een vriendenprijsje.”

1969/1970. Het 3e zaterdagteam van UVS, dat ongeslagen kampioen werd met 101 doelpunten voor en 8 tegen. Staan vlnr: Piet Mieremet, Koos van den Wijngaard, Koos Veefkind, Tom Maaskant, Dries Schreuder, Wim Roman, Jan van Hooven, Dick Kikkert, Jaap van der Broek, Pouw Chaudron, Piet Kooreman. Gehurkt vlnr: Jacques Verkuylen, Leen Kruit, Cor Schreuder, Aad van Dijk.

Zaterdagtak opgeheven

Aan de zaterdagtak van UVS kwam een einde, vrij abrupt zelfs. De afdeling ging min of meer aan het eigen succes ten onder. Dick Kikkert in U.V.S. 1914 – 1989: ‘Spelers als Leo Holl en Sjoerd Teske gaven te kennen liever voor het zaterdagteam te gaan spelen. Zij balanceerden op de rand van UVS 1 en UVS 2. Regionale jeugdspelers vertoonden dezelfde voorkeur. Kortom, UVS zaterdag werd een bedreiging voor het zondagvoetbal.’ Op 8 mei 1972 werd in een turbulente ledenvergadering het bestuursvoorstel aangenomen: UVS zaterdag wordt opgeheven. Gevolg: er stapten zaterdagvoetballers op en verkasten naar andere clubs, onder meer naar RCL. Ze maakten de rood-witte-formatie uit Leiderdorp meteen kampioen!

Een smetje op het blazoen van Jan van Hooven: hij verscheen niet op de sportkeuring. De boete werd later door UVS betaald.

Jan van Hooven heeft het allemaal meegemaakt. Hoewel niet langer spelend in de hoofdmacht op zaterdag, maar zijn niet geringe krachten etalerend in het 3e zaterdagteam, ging hij de clubkleuren van VWS, met dat prachtige complex aan de Kanaalweg, verdedigen.

1972. Jan van Hooven stapt over naar Van Wijk Sport (VWS).

Het stelde hem wel teleur dat UVS geen moeite heeft gedaan om hem voor de club te behouden. Dat is allemaal passé. Vanaf dat moment konden hij en Leny zich voor meer dan 100 procent wijden aan hun volkstuin en dat niet alleen. Jan werd een grote naam in de wereld van de volkstuinen. Jarenlang vervulde hij bestuursfuncties bij Tuinvereniging Roomburg in de Oostvlietpolder, was er jarenlang voorzitter. Voor Hare Majesteit de Koningin reden genoeg om Jan tot Lid te benoemen in de Orde van Oranje Nassau. Hij ontpopte zich als doortastende bestuurder, zoals Leiden er weinig heeft voortgebracht. Van Hooven onderscheidde zich binnen het FNV, als lid van de Ondernemingsraad van Philips, als Commandant van de Vrijwillige Brandweer van Philips. ,,De volkstuin is ons alles”, laat Jan weten, maar eerlijk is eerlijk: mijn Leny doet daar nu het meeste werk, zij heeft 10 groene vingers.

Klopt het dat er een laan naar Jan van Hooven is vernoemd. De LAV-verslaggever en -fotograaf gingen op onderzoek uit. Ja, het klopt. Wethouder Alexander Pechtold (Sport en Recreatie) onthulde de straatnaam.

Met het klimmen der jaren, wil het lichaam bij mij niet alles meer.” Dan vertelt hij hoe belangrijk volkstuinen zijn, dat ze “uit armoe” zijn ontstaan, mensen hadden na de 2e Wereldoorlog weinig geld en wilden toch aardappelen en groente op tafel hebben. Er zijn niet veel Leidenaars naar wie een straat genoemd is. De tuinvereniging Roomburg eerde haar “icoon” bij zijn afscheid, niet met een pad, steeg of straat, maar met de Jan van Hoovenlaan. Dik verdiend.

Op 31 mei 2013 ontving Jan van Hooven uit handen van wethouder Frank de Wit (Sport en Recreatie) het beeldje van Cornelis Joppensz in brons vanwege zijn buitengewone inzet voor de stad Leiden voor meer dan 25 jaar.

Foto’s en knipsels: Collectie Jan van Hooven
Scans en actuele foto’s: J.P. Kranenburg