Na intensieve arbeid van onze bemanning is het bijna zover! De eerste seizoengids van Leidenamateurvoetbal is daar. Komende maandag komt de uitgebreide gids online en daarin is er aandacht voor de 25 bij LAV aangesloten clubs. Boordevol informatie met het oog op de competitiestart in het weekend van 21 en 22 september. In deze eerste seizoengids is er gekozen voor een thema en dat is geworden: clubtrouw. Vier aan hun club verstrengelde getrouwen komen aan het woord. Een en ander wordt ingeleid door onze eigen Sem Nazloomian. Zijn bijdrage deelt onze redactie graag nu al. Ons team beleefde veel plezier aan het maken van de seizoengids en wij hopen dat het een bijdrage levert voor de lezer om met veel trek te beginnen aan een nieuw voetbalseizoen. Nog twee nachtjes en dan voor een ieder: veel leesplezier! Nu de bijdrage over clubtrouw!

Een leven lang trouw aan de voetbalclub

Kent u ze nog? Spelers die bij een club begonnen en er nooit meer weg gingen? Neem Sjaak Swart. In 1956 maakte hij zijn eerste doelpunten voor Ajax en bijna 600 wedstrijden later zwaaide hij af bij de hoofdmacht. Decennia later speelt hij zo nu en dan nog trouwens. Bij Ajax. En wat te denken van Willy van der Kuijlen, die bijna 530 wedstrijden speelde voor PSV. De clubtrouw van toen bestaat al lang niet meer, bij voetballers dan. Als het ze even niet zint denken ze al aan een andere club en als ze op hun 23ste nog niet in het buitenland spelen slaat de paniek toe, om niet te zeggen dat de carrière dan al mislukt is. Bij veel amateurvoetballers is het al jaren niet anders. Aan het einde van het seizoen worden de mutaties op een rij gezet en redacteuren bij de media hebben daar bijkans een dagtaak aan.

Waar clubtrouw tegenwoordig meer een uitzondering dan een regel lijkt te zijn, was dat in de jaren ‘60  van de vorige eeuw precies andersom. Nederland was in die jaren op elk gebied nog sterk verzuild en deze verzuiling was ook in  het amateurvoetbal  goed merkbaar. Jongetjes (meisjes mochten toen nog geen lid van een voetbalclub worden) werden aangemeld bij de vereniging, waar je vanuit je geloof, sociale achtergrond  of woonplek mee verbonden was. Eénmaal bij de club, altijd bij de club, was het credo in die tijd.

In Leiden gingen katholieke jongetjes bij de RKSV DoCoS voetballen , had je vader een eigen winkeltje dan ging je naar UVS, kwam je uit een arbeidersmilieu dan ging je naar VNA (Voetbal Na Arbeid) of je meldde je aan bij de club uit de wijk. Kinderen uit De Kooi gingen naar Roodenburg en was je geboren in Zuidwest, dan ging je  naar de Boshuizerkade om te voetballen bij  clubs als LFC, Oranje Groen of Leidsche Boys.  De kinderen voetbalden daar met hun vriendjes, bouwden  levenslange vriendschappen met elkaar op en kregen  zo nodig ook normen en waarden van de club mee. Van het begrip ‘vrijwilliger’ had toen nog nooit iemand gehoord; het was vanzelfsprekend dat je met elkaar de taken die bij een vereniging horen uitvoerde.

Hoe anders is dat anno 2019. Bijna alle voetbalclubs in de Leidse regio kampen met een chronisch gebrek aan vrijwilligers. De binding  die sommige leden met hun club hebben, is tegenwoordig  niet veel groter dan de binding die ze hebben met hun energieleverancier. In beide gevallen is een overstap snel geregeld. Ook ouders geven op dat gebied niet altijd het goede voorbeeld.  Zoon- of dochterlief niet in het gewenste team?  Dan gaan we toch lekker naar een andere club!

Trouw is in de huidige maatschappij een rekbaar begrip geworden en het verdwijnen van clubtrouw lijkt in dat beeld te passen.  Gelukkig zijn er vandaag de dag nog wél spelers en vrijwilligers, die  ervoor kiezen om  hun voetbalclub  een leven lang trouw te blijven.  Deze witte raven van het amateurvoetbal verdienen een podium en dat was voor ons reden enkele clubgetrouwen aan het woord te laten. Natuurlijk zijn er gelukkig nog veel meer, maar onze redactie maakte een willekeurige keuze. Het kwartet verbond zich, op welke wijze dan ook, aan een club en er kwam nooit geen ander. Clubtrouw en clubliefde is het centrale thema geworden voor deze gids.