Net zoals in de voorbije jaren levert de redactie van Leidenamateurvoetbal.nl eenmaal per week een bijdrage aan het Leidsch Dagblad waarbij het Leidse voetbal centraal staat. De bijdrage wordt doorgaans op woensdag geplaatst. Deze week kwam FC Boshuizen aan de beurt in de persoon van assistent-trainer Ronald van Wattum. Voor de volgelingen van het Leidse regiovoetbal die geen LD lezen hierbij alsnog het interview en zelfs uitgebreider.

Zelf begon hij als zevenjarige te voetballen bij VV Rozenburg om vervolgens alle selectieteams te doorlopen. Tien jaar later werd  de centrale verdediger al bij het eerste elftal gehaald, hoewel hij door zijn loopvermogen werd ingezet als middenvelder. De in Leiden woonachtige Ronald van Wattum (55), al zes jaar werkzaam als assistent-trainer bij FC Boshuizen, kijkt met plezier terug op die tijd en geeft bescheiden aan dat hij ‘aardig kon ballen’. Toen de vlinders in zijn buik kwamen, verkaste hij naar Voorschoten. Hij kende de clubs niet, maar kwam uiteindelijk terecht bij het toenmalige VV Leiden. Eigenlijk een te laag niveau gezien zijn mogelijkheden, maar de club werkte zich op met jongens als Koos Siera en Rick en Rob Bink. Daarna volgden RCL, UVS en toen nog LFC. Afscheid nam hij, op 36-jarige leeftijd, bij de roodwitten waar het was begonnen. De rechterknie had het begeven.

,,In die tijd trainde ik het tweede elftal al en ik volbracht mijn TC3. Eigenlijk had ik toen moeten doorpakken, maar ik besloot anders. Bij UDO had ik vervolgens een mooie tijd en na drie jaar het eerste elftal onder mijn hoede te hebben gehad, kwam ik via Steef Roodakkers bij FC Boshuizen. Eigenlijk zou ik de job bij UDO voor vijf jaar doen, maar daar kwam men op terug. Vond ik wel wat vreemd, maar ik ben goed terecht gekomen. Nu ben ik voor het tweede seizoen onderweg met Marcel IJzendoorn.”

Vervolgend: ,,Ik stond eigenlijk altijd op eigen benen en het was dan ook wel even wennen om assistent-trainer te worden. Het beviel me echter al snel en met beide hoofdtrainers was en is er een klik. Steef was en Marcel is eindverantwoordelijk, maar in beide gevallen is alles bespreekbaar. Ik hang er niet bij of zo. Nu met Marcel zit ik veelal op dezelfde golflengte. We praten veel en delen onze visies. Soms wordt een zienswijze van mij overgenomen, soms ook niet of pas later.”

                   Ronald van Wattum op de foto in het midden naast Marcel IJzendoorn en Han Sjardijn

Vorig seizoen strandde een succesvol seizoen in de nacompetitie en dit seizoen lijkt FC Boshuizen op te gaan voor meer gezien het gegeven dat de groep grotendeels bij elkaar bleef en er volgens Van Wattum in kwalitatief en kwantitatief opzicht geplust is. ,,Ik schat in dat we in de hoofdklasse met deze selectie tegen het linker rijtje aan zouden kunnen zitten. Het is echter niet zo dat je zomaar uit de eerste klasse wandelt. Er zijn meer sterke ploegen en dan denk ik onder meer aan DHC en Den Hoorn. Waar we echt staan valt pas na de eerste seizoenshelft te zeggen, maar gezien de resultaten en wat ik heb gezien is er potentie volop. We hebben in oefenduels tegen VVSB en SJC echt fantastisch gespeeld en tegen Rood Wit in het openingsduel van de competitie liep het ook lekker. Dat we tegen CVV Zwervers punten hebben laten liggen, is onvoorstelbaar. De mooiste kansen kwamen voorbij, maar ze gingen er gewoon niet in (1-1, HK). In elk geval creëerden we volop kansen. Van alleen balbezit kan je geen brood kopen. De groep is echt ijzersterk, maar we zullen als staf iedereen tevreden moeten houden. Ze zijn allemaal gretig, maar er zijn uiteraard keuzes gemaakt. Soms moeten spelers even geduld hebben. Juist laten zien dat de trainers het mis hebben en niet opgeven. Spelen voor FC Boshuizen 2 is overigens ook geen straf gezien het niveau en het aanwezige potentieel.”

De wisselwerking met IJzendoorn bevalt Van Wattum, die al met al uitgebreid ingewijd is bij de club, uitstekend. ,,We zijn eerlijk tegen elkaar en proberen er met de staf een nog groter collectief van te maken. Als elke speler daar voor open staat ontstaat er hier wat moois. Zondag reizen we af naar Den Hoorn. Die ploeg kennen we wel. Dat wordt een uitdaging. Tegen sterke tegenstanders komt de ploeg vaak beter tot zijn recht. Dat is tevens een punt van aandacht. Ook tegen zwakkere broeders zullen we er moeten staan.”

Er is wel een dilemma bij de club aan de Boshuizerkade. ,,Als club moet je het hoogste eruit zien te halen. Daar speel je toch voor, niet waar. Het zou enkel nogal wat behelzen voor de club, organisatorisch gezien dan. Je gaat spelen door het hele land en dat vergt heel veel van een club. Het kader hier is klein. Maar goed, kansen moet je pakken als die er zijn.”

Of Van Wattum, in het dagelijks leven projectleider bij Kasteel Metaal in Zoeterwoude, weer eens op eigen benen komt te staan is nog onduidelijk. ,,Voorlopig heb ik erg naar mijn zin. Ik wil met de club dolgraag de hoofdklasse in. Als de club dat wil tenminste. En anders sta ik open voor andere clubs. Ik ben nog niet klaar als trainer. Laten we eerst maar eens afwachten hoe het seizoen zal verlopen, dat is wat nu telt en aan de orde is.”

Tenslotte over de nieuwe spelers die zijn gekomen. ,,Dat zijn positieve jongens met ieder hun kwaliteit. Zij maken de groep sterker en de concurrentie groter. Dat maakt dat het niveau omhoog gaat. Het is nu echter te vroeg om te zeggen waar we staan. Ik denk niet dat er clubs echt bovenuit stijgen in deze klasse zoals dat eerder het geval was met Leonidas, JOS en IFC.”