Roodenburg Actueel- De afgelopen weken heeft er wekelijks een verhaal gestaan over het wel en wee van de Slaaghwijk. Een gedeelte van onze leden komt uit deze wijk. Rob Manders heeft onderzoek gedaan naar de Merenwijk en in het bijzonder de Slaaghwijk. Vanuit de sociologie heeft hij gekeken naar hoe de wijk zich ontwikkeld. Sociale mobiliteit is een belangrijk begrip. Dat laat zien wat mensen drijft om naar toe te gaan. Daarbij zijn steden plekken waar je verder kunt komen.Leiden is een dynamische stad en dat wordt veroorzaakt door de vele studenten, leerlingen van de Hogeschool. Het zijn er intussen al 40.000.En velen van hen, waaronder veel expats, gaan de stad niet meer uit. Ze blijven
hier wonen.

Zijn ze afgestudeerd, dan is de Merenwijk een wijk, waar men zich vestigt en er niet meer vertrekt. Dat zijn vestigingswijken, net zoals bv. De Professorenwijk, Nieuw Leyden en Groenoord. De Slaaghwijk is een aankomstwijk. Veel mensen beginnen daar hun
wooncarrière en als ze boven Jan zijn, dan vertrekken zij weer. In de Hoven zien we hetzelfde fenomeen. Een ander aspect van een aankomstwijk is dat men er altijd blijft wonen. Denk daarmee aan laag inkomen.

Maar wat betekent dit fenomeen nu voor de voetbalclub?

Allereerst stelt Manders, dat je als gemeente moet zorgen voor ontmoetingsplekken.
Wat dat betreft , zitten we in het juiste gebied. Mensen weten het veld en het clubhuis te vinden en meerdere culturen ontmoeten elkaar. Het nadeel van een aankomstwijk is dat velen ook weer vertrekken. Dat is funest voor het verenigingsleven. Er is een sociaal netwerk ontstaan en na een aantal jaren kiest men toch om te wonen in een vestigingswijk in Leiden en omgeving. Dat is het verschil tussen de stadsclub en de dorpsclub, waar men wel generatie op generatie met elkaar samenleeft.

Intussen is de club gemêleerd van kleur en als bestuur hoop je dan dat mensen, die het clubleven van jongs af aan het hebben ervaren, dit doorgeven aan de volgende generatie.

Twintig, dertig jaar geleden vertrokken de autochtone wijkbewoners naar elders. Er waren geen huizen te krijgen voor de nieuwe generatie en hadden we het over de WITTE VLUCHT. Nu zien we de laatste jaren een tendens  dat de allochtoon zijn heil zoekt in de vestigingswijk en spreken we van de GELE VLUCHT.

Het probleem dat bij Roodenburg en in de aankomstwijk kan ontstaan, is dat de oudere generatie de gebruiken en tradities van het verenigingsleven niet meer kan doorgeven aan de volgende generatie. Dat alles veroorzaakt door het vele verloop in de wijk.

En op het stadhuis roept men dan in koor: een vereniging heeft geen bestaansrecht meer en ze hebben waarschijnlijk niet begrepen, dat niet de bestuurders van clubs, maar zij de oorzaak zijn? Is dat misschien niet de oorzaak van het verdwijnen van zoveel beroemde
clubs in Den Haag Zuid West? VCS, VIOS, LENS en ga zo maar door?