Risicowedstrijd

Steeds sneller, steeds makkelijker ook, is de scheidsrechter Kop van Jut. Beschimpt, belaagd en betast. Wie respecteert de scheidsrechter nog? En hoe leuk is het dan om er een te zijn – of te worden? Journalist Robbert Minkhorst neemt de proef op de som.

Premier League tickets

Diep in gedachten verzonken en met overduidelijke haast snelde ik me per fiets naar Warmond. Onderweg belandde ik in de voorbereidingen op de sinterklaasintocht, die me tot een omweg dwongen. Dat hielp niet voor mijn gemoedsrust.

Ik dacht aan wat komen ging, en aan wat was geweest. Ik was op weg naar Warmunda O23 – Zuid West Den Haag O23. Een week ervoor had ik mail gekregen van de secretaris van de speciaal aanklager discriminatie van de KNVB. Door Lugdunum O23 was na de wedstrijd tegen Warmunda een klacht ingediend bij de bond. De secretaris wilde weten of ik hier iets van wist als scheidsrechter van dat duel. Maar ik had me afgemeld vanwege een blessure.

Door een vergissing in Zeist was ik nu wel onbedoeld op de hoogte van verondersteld wangedrag van een van de ploegen van mijn wedstrijd van vandaag. Tegelijk ontdekte ik dat Lugdunum al eens drie punten in mindering heeft gekregen en zag ik dat er één uitslag ontbrak. Maar het hoe en waarom daarvan heb ik niet kunnen achterhalen. Ik zocht de spelersnamen van de Haagse tegenstander op. Allemaal jongens van Marokkaanse komaf. Een risicowedstrijd, concludeerde ik daarom. En ik zou in Warmond ook nog eens beoordeeld worden door een rapporteur.

Probleemloze ontmoeting

Verder maalde de wedstrijd van het vorige weekeinde nog door mijn hoofd. Berkel 2 – UVS 2 beloofde een helft lang een probleemloze ontmoeting te worden, tot ik me steeds nadrukkelijker moest laten gelden en dat was zeer tegen mijn zin. Alles wat ik deed of niet deed werd in twijfel getrokken. Ik was beducht voor het commentaar van UVS nadat ik de Leidse ploeg in een oefenpotje tegen Meerburg in de voorbereiding op het seizoen had gefloten. Maar het meeste gezeur kwam dus uit de andere hoek.

Zij van Berkel 2 hadden duidelijk hun dag niet, grossierden in fouten en ongelukkige keuzes, en toegegeven, ook ik had mijn dag niet. Maar moest ik het daarvoor dan zo ontgelden? En een belangrijkere vraag misschien wel nog: hoe kon ik mezelf voortaan wapenen als me weer zoiets dreigt te overkomen? Stapsgewijs probeerde ik de boel beter in het gareel te krijgen. Eerst meer uitleggen. Toen waarschuwen. Daarna afkappen. Vervolgens fluiten voor commentaar op de leiding. Het was een verloren zaak. Zelden heb ik zo’n vermoeiende en vervelende middag beleefd.

‘Succes scheids’, zei de doelman toen hij het veld na afloop verliet. ‘Je zult het nodig hebben.’ ‘Jij ook, keep’, bitste ik terug. Dat was niet aardig van me, maar het ontluchtingskanaal moest even open.

Nadien moest ik denken aan al die trainers die zich beklaagden over hun scheidsrechter die ‘ineens met kaarten ging strooien’. Die voelde zich natuurlijk ook in het nauw gedreven, vermoedde ik. Met kaarten strooien heb ik ten minste niet gedaan die middag in Berkel en Rodenrijs.

Strak

Maar vandaag zou ik strak fluiten scherp zijn, prentte ik mezelf dus in toen ik sportpark Overbos in Warmond op fietste. In de eerste helft viel nauwelijks een onvertogen woord.

‘Ik vind je wat makkelijk’, zei mijn begeleider in de rust en hij beeldde dat in woord en gebaar verder uit. Bedoelde hij nou dat ik lui en ongeïnspireerd was?, dacht ik – en ik vroeg het hem. Hij aarzelde.

Toen legde ik hem uit waarom ik me wat ongerust maakte over dit duel. Dat verklaarde veel voor hem. Nu begreep hij dat ik misschien minder met de wedstrijd zelf bezig was, maar meer met wat er in de wedstrijd kon gebeuren.

Ik besloot die ballast direct van me af te gooien in de tweede helft. Als een wervelwind trok ik over het veld. Voor een 49-jarige grijsaard ben ik opmerkelijk fit en snel en dat zou iedereen merken ook. Na de voordeelregel, die ik op advies van mijn rapporteur nog nadrukkelijker benoemde – ‘Ik heb het gezien!’ – scoorde Warmunda al vlot 1-0. Met de 2-0 niet veel later leek het gedaan.

Het werd onsportiever. Vooral onder spelers in hun houding naar de tegenstander. Aangejaagd door de adrenaline smoorde ik het meest in de kiem. De aanvoerder uit Den Haag testte mijn geduld, enkele spelers van Warmunda deden alsof er achter mijn rug een aanslag op hun leven werd gepleegd. Hoe had ik dat eventueel kunnen zien? Was ik te verdraagzaam voor de Haagse aanvoerder?

‘Je bent te veel een denker’, stelde de KNVB-rapporteur na afloop vast. Telkens denkend aan wat er kan gaan gebeuren, of wat er had kunnen gebeuren. Misschien moet je het soms gewoon simpel houden, gaf hij mee, en ‘handelen in het moment’. Dat klonk best wel zen.