Steeds sneller, steeds makkelijker ook, is de scheidsrechter Kop van Jut. Beschimpt, belaagd en betast. Wie respecteert de scheidsrechter nog? En hoe leuk is het dan om er een te zijn – of te worden? Journalist Robbert Minkhorst neemt de proef op de som.

Dat wordt nog een dingetje, schreef ik toen ik mezelf in de krant en bij de KNVB als aanstaand-scheidsrechter introduceerde. Dat is nu bijna vijf jaar geleden.

Premier League tickets

Die zin sloeg op een opmerking van mijn KNVB-docent op de eerste cursusavond. De ‘meesten van jullie’ hebben al heel wat wedstrijden op de club gefloten, wist hij. Alleen niet ik. Ooit leidde ik als coach een trainingspotje van de D8 (tegenwoordig: JO-8) en een verdwaalde wedstrijd op een zaterdagochtend. Dat was het. De docent zei dat hij ons ‘naar een hoger niveau wilde brengen’. Welk niveau dan? Ik had nog helemaal geen niveau.

Ik had vooral ervaringen mét scheidsrechters, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Een journalist heeft zijn woordje meestal wel klaar, en een voetballende journalist dus ook. En op het bedenkelijke niveau waarop ik als voetballer acteer – voor sommigen begint de wedstrijd pas in de derde helft, zeg maar – valt er genoeg te mekkeren.

Je krijgt de scheidsrechter die je verdient, dat is absoluut waar, maar ik had nooit kwaad in de zin. Ik kan wel slecht tegen onrechtvaardigheid. Ik heb scheidsrechters meegemaakt, nou die hebben het thuisfluiten uitgevonden. Ze zagen overtredingen die er niet waren, of omgekeerd, maakten van ballen die worden teruggelegd buitenspelgoals – ik schreef toch TERUG gelegd?! – en dat zonder enige vorm van gêne. Waarom moesten deze mannen op zo’n verschrikkelijke manier steeds alle clichés over scheidsrechters bevestigen? Afijn, ik kon blijven zeuren, maar ik kon ook bijdragen aan de oplossing van een probleem – door zelf scheidsrechter te worden.

Dat dingetje, waarmee ik dit verhaal begon, verwees natuurlijk ook naar iets anders. Sommigen zullen over mij zeggen dat ik een wijsneus ben die moeite heeft met autoriteit. Een charmante wijsneus wellicht, maar vol van zichzelf en nog steeds iemand die graag het gezag tart. Ik kan dat niet helemaal ontkennen.

En dat moest dus scheidsrechter worden? Een eigenwijze betweter en ijdele flapuit? Het werd ofwel een match made in heaven, of een totale miskleun. Het werd het allebei niet. (Hoewel mijn ster nog rijzende is, dus wie weet).

Eerst kwam de cursus verenigingsscheidsrechter bij de club van mijn zoon, Meerburg in Zoeterwoude-Rijndijk. Ik vond fluiten zo geweldig dat ik daarna door wilde met de opleiding SO III, tot bondsscheidsrechter. Ik ben van junioren senioren gaan fluiten om mezelf meer uit te kunnen dagen. Ik deed het ook om verder promotie te kunnen maken. De coronacrisis verhinderde dat vooralsnog.

Ik heb heel veel geleerd over mezelf. Hoe streng wil je zijn? Hoe soepel moet je zijn? Scheidsrechter word je niet met een diploma, maar met meters maken, stelde ik in het eerste jaar vast. Dat is nog steeds waar. Vijf jaar betekent zo’n honderd wedstrijden. Zes- tot achtduizend speelminuten. Duizenden spelsituaties die ik heb moeten beoordelen.

De onervarenheid die mij in het begin zo onzeker kon maken, is geen last meer. Waar ik voorheen verbouwereerd of zelfs ontdaan kon zijn van tegenspraak, ben ik steeds vaker bijdehand. ‘Dank jullie wel voor al jullie goedbedoelende adviezen, maar ik neem toch liever graag zelf mijn beslissingen.’

Waarbij ik meteen besef dat de voetballende journalist in mij het niet moet overnemen van de scheidsrechter. Scheidsrechteren is jongleren dus ook, met je eigen innerlijk en met de situaties in het veld.

Er is me een belangrijk verschil duidelijk geworden. De scheidsrechter Robbert Minkhorst heeft toch wel een beetje een hekel aan de voetballer Robbert Minkhorst, ontdekte ik. Het is Bas Nijhuis versus Arjen Robben.

Onmisbare mantra’s voor mij werden: ‘Voetbal is geen democratie’. ‘Ga niet in discussie met je spelers’. Lessen van begeleiders. Niet dat ik ze blind opvolg, maar als het misging, hadden zij gelijk. Sowieso waren begeleidingsrapporten levenslessen. Eén belangrijke licht ik er nog uit. Van degene die onvast en onrustig kon overkomen in het veld, was ik degene geworden ‘die er echt staat’. Ik ben iemand, concludeerde ik. Ik ben scheidsrechter.

Dit was de laatste bijdrage van Robbert Minkhorst voor de KNVB.

Note redactie: Robbert Minkhorst is onlangs toegetreden tot de groep columnisten van LAV. Uiteraard zijn we daar blij mee. Een scheidsrechter en journalist voor de prijs van 1, zeg maar. Hierbij de motivatie van Robbert over zijn aantreden bij ons selectie gezelschap.

,,Door corona is natuurlijk ontzettend veel stilgevallen – ook de column die ik al een aantal jaren voor de KNVB schreef. Nu we ‘weer mogen’, sta ik zelf ook te popelen. Ik heb het heel tof gevonden dat de bond me al die jaren de ruimte heeft gegeven over mijn eerste stapjes als scheidsrechter, maar ik heb besloten om eens verder te kijken.

Leiden Amateurvoetbal lijkt me een mooi podium om te verhalen over mijn belevenissen. Zo bleu als scheids ben ik niet meer, het voelt ook een beetje als een nieuwe fase. De KNVB liet me altijd weten dat de column erg in de smaak viel – al denk ik zelf dat dat bij een heel gericht publiek was. Ik hoop dat ik nu ook een ander, misschien wat breder publiek weet aan te spreken.

Het vak van scheidsrechter wordt naar mijn idee nog altijd ondergewaardeerd. We kunnen weinig goed doen in de ogen van voetballers en trainers. Als ik met deze columns wat meer begrip en respect weet te kweken, zijn ze wat mij betreft al geslaagd. Ik heb zin in deze samenwerking.”