De veteranen van Smeetsland hadden op enig moment een keepersprobleem. De eigenlijke doelman had een hernia. Jarenlang balen sjouwen in de haven had zijn tol geëist. Iemand wist nog een kennis van een kennis en zo werd een nieuwe doelman ingevlogen. Uit privacy overwegingen noemen we hem W. W werkte in het diepvries warehouse van Iglo aan de Maashaven. Een talentvol doelman was hij niet. De gedachte vatte post, dat ie zelf te lang in de vriezer had gelegen, naast de kroketten en visburgers.

Wel had W. een schoonheid van een vrouw, hierna R. genoemd. R zal nu een besje van boven de 80 zijn, die in het weekend zit te kwartetten met haar kleinkinderen. Die hoeven niet te weten wat oma in haar jonge jaren uitvrat.  Het was ongebruikelijk, dat spelers hun vrouwen meenamen naar de wedstrijd. Die zaten meestal maar te zeiken als het te hard ging met het bier. Bijzonder hinderlijk. W kende die afspraak niet en nam bij zijn debuut zijn echtgenote mee. Als een roedel hongerige hyena’s hingen de spelers om R heen.

Enkelen veegden met de rug van de hand het water van de kin. Helaas voor de interim- goalie had R niet alleen een zeer prompt en appetijtelijk voorkomen, ze had ook het libido van een konijn. Het waren de begin jaren’70 van vrije sex en ongeschoren schaamteloosheid,  in de echo van Woodstock en haar navolgers. R voorzag de term wisselbeurt van een geheel nieuwe dimensie, door elke week tijdens de wedstrijd met een reservespeler de kleedkamer op te zoeken. En dat was niet om het interieur te bewonderen of de temperatuur van het douchewater te checken.

Iedereen wist ervan, behalve W. Die probeerde de nul te houden en dook in de modder naar ballen totdat ie een wroetschijf begon te ontwikkelen. Het verhaal kwam vaak met een vals lachje terug onder de mannen, toen W allang weer vervangen was door eerste keeper. Ikzelf had de leeftijd van wel de klok maar niet de klepel. Bovendien was dit een geheim tussen grote mannen. Als ik met mijn wijsvinger over een elftalfoto uit die tijd ga, probeer ik te raden wie…

Ome Theo niet. Te onschuldig en te lief, die zou dat zijn vrouw en W nooit aandoen. Ome Roel was een zekerheidje. De stoere voorstopper met het uiterlijk van Rutger Hauer had het zwaard standaard kort achter de gulp in paraatheid, klaar voor de strijd. Geen type om dit soort buitenkansjes te laten lopen.
Dan rust mijn wijsvinger bij het hoofd van mijn vader. De nooit verzakende middenvelder, altijd goed voor de volle 90 minuten. Behalve in die periode. Steeds voortijdig vervangen met vage hamstringklachten. Ik zal het nooit weten. Hij heeft het geheim mee zijn graf ingenomen, de oude smeerpijp.

Note redactie: dit is een column van Theo Ducaneaux, trainer van V’97 za 1, uit zijn recent uitgebrachte boek ‘Afgelast’.