Wim Boting: ‘Anja heeft niet alleen mijn leven maar het leven van ons hele gezin gered’

Oude clubhelden

‘Het gebeurde op 30 augustus vorig jaar. Anja is in de keuken aan het werk en ik ben boven bezig. Zij vindt het nogal stil, ze gaat naar de gang en roept mij. Ik brabbel wat onverstaanbaars, heel raar. Anja rende de trap op, ze zag mij liggen en belde meteen 112. Even later werd ik in het ziekenhuis volgepropt met bloedverdunners. Ik had een herseninfarct. Wanneer Anja later was gekomen, had ik nu misschien in een rolstoel gezeten of nog erger: “in een eikenhouten pyjama, met glazen deksel”. Wat zou dat een ramp zijn geweest, ook voor Anja, de kinderen en kleinkinderen.’

Anja en Wim. Heel theater bezoekend Leiden kent Anja van de Schouwburg of de Stadsgehoorzaal. De twee zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Wim (62) gaat door: ‘Anja heeft niet alleen mijn leven gered, maar ook het leven van ons hele gezin.’ Wanneer Wim bijkomt en de dokter vertelt dat hij getroffen is door een herseninfarct, kijkt hij Anja aan en grapt:  ‘Nu hoor je het zelf dat ik hersens heb. Haha.’ Op dat moment voegen Anja en Wim aan hun “contract” de woorden “huwelijk verlengd tot levenslang” toe.

Premier League tickets

Wim Boting, de verzorger van een niet meer te tellen aantal voetballers, reageert alert, ook met humor, zelfs op dramatische momenten. Dat bleek toen maar weer. Hij is helemaal hersteld, praat honderd uit. De altijd opgewekte Stevenshof-bewoner heeft daarbij ook nog “de lach aan zijn kont hangen”. Dat zal ook vanmiddag blijken, wanneer LeidenAmateurVoetbal bij hem (en Anja) op bezoek is. Hoog in de lucht trekken straaljagers witte strepen in het straal blauwe universum. Niemand zou er vreemd van opgekeken hebben wanneer een vliegtuig een groot hart in de lucht had getekend met de woorden: ‘Anja, ik hou van jou, Wim.’

Het is een groot voordeel wanneer een verzorger/masseur zelf heeft gevoetbald. Hij begrijpt de geblesseerde veel beter, lichamelijk en mentaal.’

Verzorger met kennis van zaken

Er hoeft geen matje met Welkom voor de deur te liggen. Welkom stralen Anja en Wim uit. Welkom is een vanzelfsprekendheid. De als op twee druppels water op schrijver/dichter/amuseur Paul Chabot lijkende Boting heeft tijdens het 1ste Leidsche Historie Voetbal Toernooi officieel de waterzak en spons aan de wilgen gehangen. Daar maakte LeidenAmateurVoetbal bij monde van Hennie Kanbier een officieel momentje van, compleet  met warme woorden en een presentje in een enveloppe.

Tijdens het 1ste Leidsche Historie Voetbal Toernooi van LeidenAmateurVoetbal wordt met applaus afscheid genomen van Wim Boting. V.l.n.r.: Wim, Remco Mentink, Hennie Kanbier en Dick Barnhoorn.

De aanwezige oudgediende voetballers en supporters applaudisseerden dankbaar voor de man, die decennialang zo graag gezien was bij vele voetbalverenigingen. Een verzorger met kennis van zaken, sociaal vaardig, handelend in het belang en de geest van de clubs, trainers en vooral voetballers. ‘Wanneer ik constateerde dat een speler ondanks mijn intensieve behandeling niet kon voetballen, vertelde ik hem en de trainer dat,’ zegt Wim. ‘Wanneer een behandeling wel goed slaagde, zei ik dat de speler en trainer ook. Het is dan verder aan de trainer of de speler daadwerkelijk wordt opgesteld. Dat is niet aan mij, maar aan de trainer.’

Wim Boting: ‘Kijk, Cees, ik bepaal of een speler kan voetballen; de trainer bepaalt of hij speelt.’

Slechts eenmaal in zijn lange loopbaan als verzorger gingen speler en trainer in tegen het advies van expert Boting. ‘Na vijf minuten moest de man het veld uit, het ging niet. Dan ben ik niet trots op mijn gelijk. Ik denk dan aan het gedupeerde elftal; speler eruit, invaller erin, dus verzwakt.’ Welke speler, welke trainer? ‘Nee, waarom?’

Sportverzorger/sportmasseur Wim Boting betreedt de arena van Voorschoten ’97

Conflict

De liefde voor het spelletje dat voetbal heet, dateert van 58 jaar geleden. Wim Boting is dan 6 jaar, hij woont aan de Bernhardkade. Hoe dichtbij is dan Roodenburg? Na een jaar vrijblijvend dollen, dartelen en draven wordt hij keeper. Dat zal hij altijd blijven. Tot het moment – Wim is dan 42 jaar – hij een punt achter zijn sportieve voetbalcarrière zet. ‘Ik ben nooit een hoogvlieger geweest,’ bekent hij realistisch, ‘lol maken met elkaar, plezier hebben op het veld en een biertje in de 3e helft, daar ging het mij om.’

‘Water? Geen bier,’ vraagt Boting zich af. ‘Hoe leg ik dat uit?’

Wat was zijn sterkste kant als keeper? ‘Ballen uit het net vissen na weer een doelpunt tegen,’ klinkt het gekscherend. Maar hij meent dat ook. Toen het gezin Boting verhuisde naar Leiden Zuid-West, maakte de latere verzorger een uitstapje naar Leidsche Boys, kortstondig. Na nog geen jaar kwam er een abrupt einde aan dat lidmaatschap. Boting vertelt: ‘Het was  de hele week al kloteweer. De regen kwam met bakken naar beneden. De hemel had alle sluizen opengezet. Er werd toch getraind en trainer Koos Crama maakte de opstelling voor zondag bekend. Toen zei ik tegen hem: ‘Koos, doe dat nou niet, joh, alles wordt afgelast. Je hoeft mij niet op te stellen, ik heb wat anders te doen.’ Koos was op zijn pik getrapt en zei wanneer ik niet zou komen, hij mij voorlopig langs de kant zou houden. Dat hoefde hij niet, ik vertrok. ’s Zondags zat ik in de Kuip, bij Feyenoord.’ Het is de enige keer in al die voetbaljaren geweest dat Wim een conflict had met een coach.

Voetbalgek

Langer verbond Boting zich aan LDWS, 10 jaar. Bij de oprichting van de club was de schoonfamilie betrokken. Dan is 1 en 1 al gauw 3. ‘Daar stond Ger Keijzer in de verdediging. Keepers waren als de dood voor hem. Weet je waarom? Ger kon harder koppen dan menigeen kon schieten. Bij hoekschoppen en voorzetten meldde hij zich in de voorhoede, torende hoog boven alles en iedereen uit en sloeg genadeloos met zijn hoofd toe.’

De zichzelf “voetbalgek” noemende Wim Boting zegt “alles van voetbal” te weten. Dat kan best kloppen. Al heel jong stemde hij de televisie af op een kanaal met louter wedstrijden uit Zuid-Amerika. Dan zat hij alleen op de bank te genieten van die voetbaltovenaars van de andere kant van de wereld, van hun prachtige kleurrijke tenues en de overvolle stadions. Toen zag hij al het “ander soort voetbal”, de techniek van spelers en de snelheid van het spel. ‘Maar ook hoe meedogenloos de grootheden werden afgestopt en de agressie van het publiek. Voetbal in die contreien is nog altijd een religie, de wedstrijd de hoogmis, de spelers de hogepriesters en coaches de apostelen.’

Op de deurmat hoeft geen Welkom te staan. Bij Anja en Wim is welkom een vanzelfsprekendheid

Hij verzamelde voetbalplaatjes, had abonnementen op voetbaltijdschriften, luisterde naar de voetbalverslagen op de radio en miste geen voetbalwedstrijd op de televisie. Hij voetbalde zelf en was langs de lijn te vinden bij menige wedstrijd in Leiden en omgeving. Met als kers op de taart: Op de tribune genieten van een Eredivisiewedstrijd. Het is dus niet  overdreven wanneer Wim eenvoudig verklaart: ‘Ik weet alles van voetbal.’ Hebben de zonen Raymond en Ronald, hetzelfde voetbalbloed door de aderen stromen? ‘Natuurlijk zijn ze geïnfecteerd, aangestoken door mijn belangstelling voor het spelletje,’ haakt hij in. ‘Raymond speelt nog steeds bij de veteranen van Sporting Leiden. Ronald heeft daar geen tijd meer voor, die is druk, druk, druk.’ En dochter Bianca? “Zij heeft ook gevoetbald, bij vv Leiden.’

Feyenoord

Het interview stuitert heen en weer. Van onderwerp naar onderwerp. Met details als: ‘Weet je dat Richard Laterveer en zijn gezin nooit vanaf Schiphol naar hun vakantie-adres gaan? Never, nooit. Ze vertrekken altijd vanaf Rotterdam. Schiphol is te dicht bij Amsterdam, dicht bij die club waarvan ze de naam niet uit mijn strot kan krijgen.’ Heeft Amsterdam voor jou als fervente Feyenoord-fan wel iets aantrekkelijks? Boting hoeft niet lang te denken:  ‘Jazeker, de snelste trein die ons weer naar Leiden brengt. Haha.’

Er zijn fans van Feyenoord die onder een dekbed met het logo van de club-uit-zuid slapen, ben jij ook zo’n iemand? ‘Toen ik jong was kroop ik daar lekker onder. Maar sinds ik met Anja getrouwd ben, is dat verleden tijd. Zij gunt mij mijn hobby, maar onder een dekbed van Feyenoord, gaat haar te ver. Omdat ik zo van haar houd, heb ik me daar zonder protest bij neergelegd.’

Tijdens een weekend shoppen in Londen kocht Anja het keeperstenue van Aston Villa. De 1ste fraaie keeperskleding voor haar Wim: witte broek, lichtblauw shirt, met paarsachtig rode streep. Daarmee werd Boting een van de eerste keepers die in een opvallend tenue tussen de palen stond. Tegenwoordig hebben de keepers een kledingkast vol setjes in allerhande tinten, met bijpassende schoentjes. Mietjes? ‘Nee. Kom nou. Die hele modeshow is onderdeel geworden van de industrie voetballen. Ja, industrie, voetbalclubs zijn bedrijven, de profclubs sowieso, maar ook de verenigingen in de lagere regionen.’

Een zottigheidje met Thomas van der Veldt van Voorschoten ’97, voordat het 1ste fluitsignaal zal klinken. Het typeert de plezierige verhouding van de speler met de verzorger.

Als keeper viel hij niet op, laat Wim noteren:  ‘Een beetje bonte kleding moest toen veel goed maken.’ Van de hak op de tak, van hot naar haar: ‘Laatst ging ik kijken bij Voorschoten ’97 tegen HOVDJSCR, ja die club bestaat echt. Bij Voorschoten ’97 stond Chris van der Mijn op doel. Ik heb hem een paar keer behandeld. Hij ziet me, springt over het hek en geeft een knuffel. Dat doet me veel, dat is vriendschap.’

Een van zijn vier broers heet Ed-Jan, een niet dagelijks voorkomende naam. ‘Dat klopt. De naam Ed-Jan is bijzonder. Ed en Jan zijn de voornamen van twee dikke vrienden van mijn vader, die tijdens de 2e Wereldoorlog door de Duitsers zijn vermoord. Als eerbetoon bedacht pa de naam Ed-Jan. Mooi, hè.’ Wim kijkt naar buiten (‘Aan de overkant woont Ron van Poelgeest, ooit voorzitter van Roodenburg’), de zonnestralen zorgen ervoor dat de met veel smaak aangelegde tuin zo uit een sprookje komt, hij pinkt een traan achter de brillenglazen weg: ‘Mijn vader heeft in het verzet gezeten.’ Er valt een stilte. Hoe verder? Een nieuw, lang en mooi hoofdstuk, Wim, de verzorger Boting. Zullen we? Hij knikt.

Hoewel de lach aan hem kleeft, toch doet het pijn dat hij stopt met zijn taak als verzorger/masseur. Ruim 20 jaar geleden zat Wim Boting voor het eerst met water, spons en EHBO-trommel in de dug-out bij vv Leiden. Zijn tocht voerde hem langs onder meer FC Boshuizen, UVS, FC Rijnland en FC Oegstgeest. Hij was, is en blijft overal welkom. Van harte zelfs.

De verzorger Wim Boting

Met actief voetballen stoppen is één, maar blijft de vraag: hoe verder in de sport die zo bepalend is in Wim zijn leven? Trainer worden? Nee, daar voelde Boting niet voor. Verzorger, masseur, dat leek hem wel wat, ze zijn niet meer weg te denken in de sportwereld. Hij ging te rade bij Ed Immink, voorzitter van vv Leiden. Die twee lagen (en liggen!) elkaar. ‘Ed adviseerde mij de cursus verzorger te gaan volgen. De club zou het cursusgeld betalen – 1750 gulden, een heel bedrag, mits ik minimaal twee jaar verbonden zou blijven aan vv Leiden. Top, Ed en ik hadden een deal.’

Boting bleef nog een jaar keepen, volgde intussen de cursus bij MSP opleidingen en bracht wat hij leerde meteen in praktijk. Theorie en praktijk, hand in hand, wat wil je nog meer? ‘De cursus was pittig, vergis je niet, zeven uur per week. Het diploma heb ik niet gehaald. De theorie, hè, al die Latijnse woorden, ik kreeg ze er niet ingestampt.’

Bij vv Leiden, Ed Immink voorop, begreep men het probleem. Boting vond toen zijn mentor, zijn leermeester in de persoon van Rien van Staveren, ook vv Leiden. Rien en Wim praatten veel. Rien legde de fijne kneepjes van het tapen, masseren bandageren uit; Latijnse benamingen voor knieën, scheenbenen en enkels waren taboe, trouwens ook voor zwellingen, bloeduitstortingen en andere kwetsuren. Voor een masseur heeft Wim Boting kleine handen, dat valt op, maar zijn handen lijken wel klauwen, zo hard; voor massages is die hardheid een bonus. Wanneer dochter Bianca pijn in haar rug heeft, gaat ze niet bij papa op de tafel: ‘Hij is mij te hardhandig.’

Boting heeft de prettigste herinneringen aan vv Leiden. Aan v.l.n.r.: Ed Immink, trainer Cees van Tongeren en Wims mentor en leermeester Rien van Staveren.

Daar dachten de voetballers die door Boting werden behandeld anders over. Ze merkten dat hij grote kennis van het voetbal heeft. Het is een pre als een verzorger zelf de sport vele jaren heeft beoefend. Wim kon zich als geen ander inleven in wat de sporter die hij behandelde voelde, fysiek en geestelijk. Dat Wim bijna elke avond op de club was, mag geen verrassing heten. Per jaar zorgen vier miljoen actieve sporters voor 850-duizend sportblessures. Bij welke club de sociaal vaardige Boting de handen liet wapperen – vv Leiden, FC Rijnland, Sporting Leiden, UVS, FC Oegstgeest, FC Boshuizen en Voorschoten ’97 – overal werd hij geprezen om zijn vakmanschap, zijn oprechte interesse in de sporter en diens persoonlijke omstandigheden. Zo kon het zelfs gebeuren, dat voetballers thuis bij Wim extra behandeld werden. Boting heeft nu een punt gezet achter zijn loopbaan als verzorger/masseur.

Naast de dug-out, in het zonnetje, zittend op een kratje met bidons, volgt Wim Boting nauwlettend de wedstrijd

Dit afscheid zou geruisloos zijn gegaan, wanneer LeidenAmateurVoetbal hier niet van gehoord zou hebben. Niks stille trom. ‘Anja en ik hebben een andere, heel erg leuke taak erbij,’ vertelt Wim met omfloerste stem, ‘Wij gaan oppassen op Jade en Bodi, de tweeling van Bianca, en op Luuk van Raymond en Marit. Een heel nieuwe fase in ons leven.’

De waterzak en spons zijn aan de wilgen gehangen. Wim (en Anja) gaat genieten van zijn kleindochters en kleinzoon

Anja en Wim, die 40 jaar zijn getrouwd, zijn jong genoeg om volop te genieten van het nageslacht. De huwelijksverjaardag werd gevierd met een etentje bij het Grieks Restaurant Olympia, waar de bruidegom zichzelf en het gezin met een “op naar de 50 jaar” extra speciaal trakteerde op een glaasje cognac uit Griekenland, Metaxa tien sterren.

In het Grieks Restaurant Olympia vierde het gezin Boting het 40-jarig huwelijk van Anja en Wim ‘Op naar de 50 jaar’, proostte het gezelschap, met een glaasje Metaxa 10 sterren, een verrukkelijke cognac uit het land van de Sirtaki. Vlnr: Raymond, Marit, Frans, Anja, Ronald, Bianca en Wim

De posterijen

’s Morgens om 04.45 uur wanneer elk “normaal” mens nog ligt te ronken, hooguit de sponde voor vijf minuten verlaat om te plassen, staat Wim Boting op. Klokke 05.00 uur springt hij op de fiets en rijdt naar zijn werk, de posterijen in Katwijk. Daar is hij al tig-jaren een zeer gewaardeerde medewerker. Posterijen, vertel daar niets van. Het leek of daar – toen nog aan de Leidse Schipholweg – alleen maar voetballers post sorteerden en bezorgden. Moeiteloos somt Wim hun namen op: De “heren” Bram en David Brandt (RCL), Jan Verver (UVS), Roel Pecht (ZLC), Rinus en Jacques Nievaart (Roodenburg) en Bert Kort, die later als trainer successen boekte bij onder meer SJZ.

Vlak voor het 1ste fluitsignaal bespreekt Wim de laatste ontwikkelingen met trainer Huib van Oostrom Soede

Namen noemen

Goede herinneringen bewaart Boting aan mannen met wie hij als verzorger heeft samengewerkt: Paul Pikaar, Arjan van der Werf, Fred Filippo, Ronald van Wattum en Per Crispijn. Ook denkt hij aan voetbalmaatje Jeroen den Hollander, die helaas overleden is. Evenals Peter Ciere, die hij opvolgde bij FC Oegstgeest. Bij die momenten is Wim Boting niet de “lolbroek”, de ernst van het leven heeft dan nadrukkelijk de overhand. Welke trainers hem zijn bijgebleven? Wim Visser, Laurens Mouter, Arie van Duijn, Huig Jan Heering, Cor Varkevisser  (FC Oegstgeest), Arnold Overdijk van UVS, Huib van Oostrom Soede, Denis Luhilima en Jeffrey van Veen (Voorschoten ’97).

Huig Jan Heeringa (links) en Cor Varkevisser, met wie Wim nauw samenwerkte bij FC Oegstgeest.

Voormalig trainer Ronald Rosdorff laat in een e-mail weten: ‘Ik ken Wim al jaren, maar heb nooit actief met hem samengewerkt bij een club. In al die jaren ben ik hem diverse keren tegengekomen en hem leren kennen als een sociale en loyale kerel met verstand van zaken als het gaat om verzorgen. Zover ik weet lag Wim bij iedere trainer en spelersgroep goed door zijn manier van doen. Typerend voor hem is dat ‘ie bij het onlangs gehouden LAV-toernooi bij Sporting Leiden met al doe “oudjes” bij mij blijft informeren naar een speler die met een serieuze achillespeesblessure naar het ziekenhuis is gegaan. Hij stuurt mij dan appjes of ik al info heb over de man en de ernst van de blessure. Kortom, Wim heeft belangstelling voor een ander. Ik wens hem alle goeds.’

Oud-trainer Ronald Rosdorff: ‘Wim Boting heb ik leren kennen als een sociale en loyale kerel, met verstand van zaken als het gaat om verzorgen.’

De reactie van Boting: ‘Ze zijn mij allemaal even lief. Spelers, trainers, bestuursleden. Ik ben met iedereen goed, omdat we elkaar waarderen en respecteren.’ Eén club springt  er uit waar het zijn hart betreft, FC Oegstgeest. Waarom? ‘Wanneer ik daar de kantine binnenkom, komt er direct een man altijd als een flits op me af, hij knuffelt me en geeft me een zoen. Dat is Frans van der Spek. Hij zegt dan: “Fijn dat je er bent, Wim”. Zoiets doet wat met mij.’ Een mooiere afsluiting van een middagje bij Anja en Wim Boting is nauwelijks denkbaar. Om nog te noteren: Anja is op 3 oktober jarig. Wim:  ‘Op die dag vlagt heel Leiden, voor haar, al jaren. Haha.’

Foto’s: Luuk Oerlemans, Anja Boting, Jan van der Lubbe, Ruud Fray

Speciale dank: Bianca Boting