Oude clubhelden: Cengiz Donmez

In de wereld van voetbalminnend Leiden (en omgeving) is hij een meer dan bekende figuur. Cengiz Donmez (1959) voetbalde bij Roodenburg, LFC en maakte korte uitstapjes naar andere clubs, zoals in zijn studententijd naar Devjo en vv Wilhelmus in Voorburg. Met het Leids Turks elftal werd  hij in een sterke competitie driemaal kampioen van ons land en met het Nederlands Turks elftal speelde hij in en tegen Duitsland. Maatschappelijk zette en zet Cengiz zich in voor integratie en acceptatie van Turkse Leidenaars. Een hartelijke ontvangst door de gastheer, gastvrouw Houria (Algerijnse van geboorte) en de zonen Resat (30) en Raouf (22). Schoenen uit alsjeblieft. ,,Koffie?”. ,,Liever thee, kan dat?” ,,Natuurlijk, wij drinken de hele dag thee.” In Huize Donmez kunnen ze vele talen spreken: Turks, Nederlands, Engels, Frans, Arabisch. En vloeiend Leids! Van een bijbelse spraakverwarring is geen sprake.

Cengiz Donmez: ‘Mijn oudste zoon Resat heeft vanaf zijn 12de een aantal jaren bij Roodenburg gevoetbald, daarna nog twee jaar bij RCL. Hij is commandant bij de Luchtmacht. Mijn jongste zoon Raouf is een jaar of tien lid van RCL geweest. Nu studeert hij Economie aan de Erasmus Universiteit.’

Afmattende reis

Nauwelijks 14 jaar was hij, toen Cengiz Donmez met zijn ouders en broers en zusters voet aan wal zette in Nederland. Het gezin vestigde zich in Leiden, om nooit meer weg te gaan. Het gezelschap uit Gaziantep, een stad ten zuidoosten van Turkije, met Aleppo (Syrië) om de hoek, sprak totaal geen Nederlands, laat staan Leids, had een uitermate vermoeiende reis van zeven dagen achter de rug. Alleen al aan de 1400 kilometer lange bepakte en gezakte autorit van de anderhalf miljoen inwoners tellende geboortestad naar Istanbul werd een ware beproeving, die het uiterste vroeg van het negental.

     De Turkse staatstelevisie TRT interviewt Cengiz Donmez over – lach niet!  – de habitat van Onzelieveheersbeestjes

Eenmaal wonend in de Merenwijk ging moeder Donmez aan de slag bij Dekenfabriek Van Wijk en ’s avonds tot 9 uur deed zij schoonmaakwerkzaamheden voor de Cemsto. Pa Donmez kreeg een baan bij de Nederlandse Spoorwegen. Wisselend aan de Haagweg en de spoorwegovergang Herenstraat/Zoeterwoudseweg bediende hij handmatig de slagbomen, wanneer de trein Leiden-Utrecht zich fluitend aankondigde. De puberende Cengiz deed meteen van zich spreken: hij sloot zich aan bij Roodenburg. ,,Ik was het 1ste allochtone lid van de club.” Op meerdere terreinen presenteerde hij zich als ‘haantje de eerste’: Cengiz Donmez staat bij de KNVB te boek als 1ste allochtone jeugdtrainer van Nederland en de eerste allochtone leerling van de Sleutelstad die LTS, MTS en HTS met succes afrondt. Dat hij op de (Haagse) HTS in eenzelfde klas zit als Achmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam, is aardig als een ‘weetje’. Door privéomstandigheden zit er geen verdere studie in aan de TU in Delft. Hij had zo graag ingenieur (ir) geworden. Nu, zo’n 45 jaar later, kent iedereen hem:  de voetballer, de trainer, die gelijkenis vertoont met zowel Napoleon als filmacteur Danny de Vito, klein van stuk, groot van daden.

‘Bij Roodenburg,’ aldus Jan Lovink van de club, pakte Cezgin de kans om jeugdtrainer te worden. Hij heeft het trainersvak met verve uitgevoerd. Daarbij heeft hij met diverse clubs en culturen kennis gemaakt, zich aangepast en resultaten geboekt.’

Respect

,,Respect, diep respect heb ik voor mijn ouders”, vertelt hij in zijn Leiderdorpse doorzonwoning. ,,Ze verlieten huis en haard om in een volslagen ander land, met een cultuur die hemelsbreed verschilt van die van ons in zuidoostelijk Anatolië, om ons een goede toekomst te bezorgen.” Respect verwachtte pa Donmez ook van zijn kinderen. Eerbied voor hun ouders zat al hun genen. Die eerbied diende de kinderen ook te tonen naar de Nederlanders. ,,Daar ging mijn vader ver in, hoor”, weet Cengiz. ,,Wanneer wij ruzie hadden op straat, er over en weer klappen vielen en ik met een gat in mijn hoofd of bebloede knieën thuis kwam, vroeg mijn vader niet waar ik pijn had of mij over mijn bol aaide, nee, ik kon nog meer klappen voor mijn kont krijgen.” Ook al had de jonge Cengiz part noch deel aan incidenten, zijn vader wilde niet dat anderen last van zijn kinderen hadden. Hij ging ’s avonds zijn excuses aanbieden voor het gedrag van zijn zoon.

Als voetballer onderscheidde Cengiz Donmez zich als een stevige voorstopper, die voor niemand opzij ging. Hij was karaktervol en ging tot het gaatje.

Wie iets afweet van de technische opleiding van de inmiddels 62 jarige Cengiz zal het niet verbazen dat op deze zonnige dag zonne-energie ook een gespreksthema is. Als enige in de straat heeft Donmez jaren geleden al het dak bekleed met zonnepanelen, het voordeel betaalt zich allang uit. Maar zwarte panelen, waarom niet wit? Docerend: ,,Zwart houdt warmte vast, wit straalt terug. Daarom.” Hij wil bij zwart gekleurde zonnepanelen niet horen van beeldvervuiling, daar zorgen schotelantennes voor; windmolens, dat is horizonvervuiling.

Na een maand of drie wat rondgekeken te hebben in de Merenwijk nam een vriendje Donmez mee naar Roodenburg en hij werd lid. Hoe ging dat met de taal? Niks apies kijken, de spraak van de jeugd blijkt universeel te zijn. Met kunst- en vliegwerk, met handen en voeten en gebaren begrijpen die jochies elkaar. Toen werd het in beton gegoten fundament gelegd voor een  levenslange liefde voor het voetbal. Hij keerde de blauw-zwarten in Noord op 19-jarige leeftijd de rug toe. De reden? ,,Ik kon als voorstopper best goed voetballen, maar werd niet voor de selectie gekozen. Dat is voor zo’n ambitieus iemand als ik moeilijk te verteren.” De Turkse Leidenaar stapte over naar LFC, speelde vooral in de B-selectie, met een enkele invalbeurt in het 1ste, en droeg zes jaar de kanariekleuren. Melbi Raboen werd een van zijn trainers.

De Nederlands-Turkse Voetbalfederatie

Er wordt een interessant nieuw sportief hoofdstuk begonnen. ,,Het aantal Turken in Nederland groeide en daarbij de wens om met elkaar te voetballen”, vertelt Cengiz. ,,In heel veel steden werden voetbalclubs voor Turken opgericht. Best heel goede ploegen met jonge gasten. Van het een kwam het ander: de Nederlands-Turkse Voetbal Federatie werd opgericht en een competitie los van de KNVB georganiseerd.”

Het elftal van Leiden Türk Gücü, dat weer kampioen van Nederland werd. Cengiz Donmez zit gehurkt (2e van rechts) trots te zijn.

Maar liefst 36 verenigingen speelden in die competitie, waarvan 24 in de zogenaamde 1ste divisie. De Leidse Turken staken met kop en schouders boven de andere clubs uit en werden drie jaar achter elkaar kampioen van Nederland.  Met Cengiz Donmez als de ‘Spielmacher’. ,,Achter elkaar kampioen is uniek”, weet hij. ,,De eerste keer wonnen wij op het SVV-terrein in Schiedam. Er waren 5000 toeschouwers. De media uit Turkije waren hiervoor naar Nederland gekomen. Het 2e kampioenschap werd op het Haagse VUC-veld behaald en het 3e bij ADO Den Haag op Houtrust. We waren het Ajax van deze competitie.”

                     1980. Benefietwedstrijd Basaranspor – Leiden Türk Gücü. Cengiz Donmez, gehurkt, 3e van rechts.

De cups werden uitgereikt door de Turkse consul in ons land. Waar deze trofeeën zijn gebleven, weet Cengiz niet. De interland tegen Duitsland, een hoogtepunt in zijn voetballeven, vond plaats in Gelsenkirchen, met 15.000 man publiek op de tribune. Andere Nederlands-Turkse verenigingen hadden een suikeroom, spelers werden (goed) betaald. Dat was niet het geval in Leiden: ,,Wij betaalden 7 gulden 50 contributie per maand en 5 gulden voor de benzinekosten bij uitwedstrijden.”

                              Cengiz Donmez in de Rotterdamse Kuip voor de wedstrijd Nederland – Wit Rusland

 

Een eigen voetbalfederatie, eigen voetbalclubs, dat heeft weinig met integratie te maken. Eerder met het tegendeel. Er wordt bevestigend geknikt: ,,Klopt. Ik ben er ook uit gestapt.” De federatie, die in 1977 werd opgericht, heeft tot in de jaren ’90 bestaan. Roodenburg, zijn 1ste voetballiefde lonkte, hij ging terug naar Noord. Daar bouwde Cengiz zijn actieve loopbaan af in een vriendenteam. In die periode komen een paar ontwikkelingen tot wasdom, die hij later in zijn trainerscarrière voortdurend zal blijven uitdragen: wees snel en slim, en sluw wanneer je daarmee de tegenstander kan verslaan; met andere woorden: in de luren leggen. Dat heeft ook iets van ‘Tom Poes bedenkt een list’. Waar Cengiz ook geen boodschap aan heeft is aan gelijk spelen. ,,Daar heb ik ronduit een hekel aan”, bekent hij. ,,Het is winnen of verliezen. De punten pakken of de bietenbrug op.” Hoe staat het met de 3e helft? Verrassing. ,,Toen ik nog voetbalde bleven we na afloop nog een tijdje of langer bij elkaar…. in de kleedkamer.” In de kleedkamer? ,,Ja, in de kleedkamer.”

                                      Op vakantie in de Verenigde Staten. Deze foto werd in San Francisco gemaakt.

Fanatiek

Vanaf het moment dat Cengiz Donmez zijn voetbalschoenen aan de wilgen hangt, begint zijn tournee langs voetbalverenigingen waar hij als hoofdcoach, assistent- of jeugdtrainer zijn kennis, ervaring en visie overbrengt. Hij komt in de technische staf van Roodenburg, de club die hij grappend ‘een vrolijk gekleurde toverbal’ noemt. Waarom? Omdat daar rijkgeschakeerde culturen met plezier voetballen. Roodenburg is een kweekvijver, die elk jaar tenminste twee talenten in het profvoetbal aflevert (Glenn Helder, Jeffrey van As, Wout Holverda, John van de Wetering, Henny de Romijn, Marco van Alphen, om er wat te noemen).  In niet chronologische volgorde stond Cengiz ook op de loonlijst bij: LFC, GOL Sport, Katwijk, Noordwijk, UDO, DoCoS, Aarlanderveen, Koudekerk. Om er later ook vv Oegstgeest en FC Boshuizen aan toe voegen. Nu is hij actief bij Rohda ’76 in Bodegraven, waar hij de JO17 onder zijn hoede heeft genomen. Wanneer jij meisjes/vrouwen zou trainen, wat is dan anders vergeleken bij jongens/mannen? ,,Voor zover ik weet zijn vrouwen taakbewuster, hun motoriek is anders. Als trainer moet je er wel rekening mee houden dat ze een keer per maand chagrijnig zijn. Maar verder zijn ze net zo goed, gezellig en talentvol als mannen.”

                       Cengiz Donmez (uiterst rechts op de foto) pakt met SV Aarlanderveen de Rijnstreek Cup

Tegenstanders heeft Cengiz altijd serieus genomen. ,,Ik deed mijn huiswerk, las de verslagen in de krant, bekeek als het kon de club en maakte analyses van sterke en zwakke punten. Daarbij ging ik altijd uit van ‘hoe kunnen wij winnen’. Om de drie punten te pakken hoef je niet per se beter te voetballen, vaak win je eerder  door slimmer te zijn. Wanneer ik de tegenstander in de 2e helft conditioneel zag terugvallen, vertelde ik mijn spelers om ze in de 1ste helft af te matten en in de 2e helft toe te slaan. Dat werkt, zo hebben we menige wedstrijd gewonnen, zelfs na een achterstand.” Je bent nogal onrustig langs de lijn, klopt dat? ,,Onrustig? Dat is heel vriendelijk gezegd, ik ben fanatiek, kan niet zitten, loop mee met de defensie en de aanval. Zo zit ik in elkaar.” Cengiz heeft een binnenpretje, lacht. Waarom? ,,Ik moet opeens denken aan mijn tijd bij Roodenburg D1, een sterk elftal met onder meer Ronald Mink, Jopie Teegelaar en Paul Pikaar. In die tijd was een Turkse trainer nog bijzonder, nu gelukkig niet meer. Toen hoorde ik Ronald Mink tegen vriendjes roepen: ‘Ik heb een Turkse trainer’. Ja, dat was interessant.’

1981. Roodenburg D1, Staand v.l.n.r.: René van Dijk (trainer),  Paul Pikaar (‘Pilaar’), Ronald Mink, ?, ?, ?, Cengiz Donmez. Gehurkt v.l.n.r.: Jeffrey ?, Ronald de Jong, Ronald ?, Joop Teegelaar (‘Tegelpaadje’), Jeffrey Stikkelorum, Arjan van der Paverd.

Johan Cruijff

Op welke eigenschappen kies jij de aanvoerder? ,,Op leiderschap, hij of zij moet een voorbeeld zijn voor de teamgenoten. De aanvoerder is in het veld het verlengstuk van de trainer, moet beschikken over de belangrijkste vaardigheden, lijnen uitzetten en altijd komen trainen.” Hoe sta je tegenover countervoetbal? ,,Niet om aan te zien. Ik ben een voorstander van karaktervoetbal. Maar tactiek hangt af van de spelers over wie je als trainer beschikt.” Geef je aparte keeperstraining? ,,Nee, ik geef wel aanwijzingen, praat en overleg met keepers.” Vind je een mooi ontworpen tenue belangrijk? ,,Nee, dergelijke tenues hebben maar een tijdelijke uitstraling. Geef mij de klassieke kleding, die is herkenbaar en staat voor trots.” Hoe omschrijf jij jezelf als trainer? ,,Ik ben menselijk, zakelijk, heb humor en beschik over tactisch inzicht. Ik houd rekening met de kwaliteit van de groep als geheel om er het maximale uit te halen. Een trainer moet kunnen omgaan met de euforie van een gewonnen wedstrijd en met de tranen van spelers als er wordt verloren.” Jij staat bekend als bewonderaar van de manier waarop Cruijff speelde en training gaf? ,,Dat is zo. Maar Cruijff had meer, hij dacht verder dan de tijd dat je met voetballen geld verdient. Daarom introduceerde hij het leertraject, de school op de club waar je les krijgt en diploma’s kan halen. Niet iedereen kan zich in korte tijd levenslang rijk voetballen. Dat zijn er maar weinigen. Vroeger begonnen voetballers na hun loopbaan een sigarenwinkel. Dat bestaat niet meer. Dus, zei Cruijff, leer en zorg voor je toekomst buiten het voetbal.”

2001. Roodenburg B2. Staand v.l.n.r.: Jeffrey, Khalid, ?, Martijn, ?, ?, Robert Guller, Mo; gehurkt v.l.n.r.: Cengiz Donmez, Mehmet, Tarik (helaas overleden), Benjamin, Semih, ?, Robbie, Ben.

Spraakwater Donmez is op toeren gekomen. De wedstrijd Feyenoord A1 tegen Roodenburg A1, daar mag hij graag over vertellen: ,,Kraay senior kwam kijken, kreeg de schrik van zijn leven. Roodenburg speelde zo goed, er waren momenten dat wij Feyenoord-speler Sjaak te Hennepe tweemaal door de benen speelden.” Met zaalvoetbal heeft Cengiz niet veel, eigenlijk niets. Hij had er geen connectie, zegt hij. Hij heeft er ook minder goede ervaringen mee: ,,Het gebeurde vaak dat spelers niet kwamen opdagen. Dan ben je snel genezen.” Het lijkt of Donmez er tot het laatst mee heeft gewacht om te verklaren waaraan spelers volgens hem qua talent en instelling moeten voldoen: ,,Ik wil soldaten die vechten, de bal veroveren en direct afspelen; artiesten, die weten te verrassen; soldaat/artiest, die beide eigenschappen bezit; leider/commandant, die voorgaat in de strijd, het voorbeeld geeft.” Over zichzelf als voetballer: ,,Ik was slim en soms driftig, een doorzetter, had een winnaarsmentaliteit, ging nooit opzij. Mijn lievelingsplek was die van doorschuivende laatste man, zoals Ruud Krol, Franz Beckenbauer, en centraal midden, als spelbepaler.” Ondanks zijn kunstknie loopt de Leiderdorper minimaal elke dag vier kilometer. Zijn conditie is goed, Cengiz kan op de training nog altijd voordoen wat hij bedoelt.

Cengiz Donmez (op de foto naast ‘onze’ Cees Mentink): ‘Ik werk liever met snelle, slimme en sluwe spelers, dan met werkpaarden.’

Het interview met de grote kleine man loopt uit. Nog even de traditionele foto bij de LAV-auto. Dan blijkt dat Cengiz nog veel heeft te vertellen en de LAV-reporter het een en ander te vragen. De klok is onverbiddelijk. Hennie Kanbier roept: ‘Ook deze foto is gelukt’. Donmez springt in zijn bolide, draait het raampje open, roept ‘tesekkür ederim’ en ‘hoscakal’, wat zoveel betekent als ‘dank je wel’ en ‘tot ziens’. Hij scheurt met piepende banden weg, alsof er geen sneeuw ligt. Hoe verder? Er komt later nog wel een ontmoeting met hem. ‘Neem dan wel een pyama en tandenborstel mee,’ adviseert Kanbier, ‘jullie kennende, wordt het een latertje.’

Cengiz Donmez geeft nu training bij Rohda ’76 aan spelers van de  JO17: ‘Ik wil ze beter maken, met behoud van plezier in het voetballen.’

Foto’s en knipsels: Cengiz Donmez

Actuele foto’s: Hennie Kanbier

1980. ‘Het beste Turkse elftal van Nederland,’ schrijft de krant Hürriyet. Cengiz Donmez (6e van rechts/links)
1981. Verslag van de voetbalwedstrijd Rozenburg – Klein Azië
Competitiestand Turks-Nederlandse competitie. In de ‘blauwe’ stand gaat Leiden Türk Gücü aan de kop
In dit verslag werd geschreven dat Leiden Türk Gücü zich uitstekend van een achterstand heeft teruggevochten en een belangrijke wedstrijd won.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here