Mijn wenkbrauwen gaan fronsen als ik bij  verenigingen weer een rits namen ontwaar in de lijst der overschrijvingen. Een bekende Leidse voetbaluitspraak is die van “het vreemdelingenlegioen is weer aangevuld“. Een uitspraak voor clubs die jaar in, jaar uit een rits spelers aantrekken en die via de achterdeur weer hetzelfde aantal zien vertrekken.

Het binnenhalen van tal van spelers kan om meerdere redenen gedaan worden.
1) de club wil op niveau blijven presteren en vers bloed is welkom.
2) als vereniging kiezen we voor een coach, die zijn vriendjes meeneemt.
3) er is geen sfeer in de club en na een jaar komen de aangetrokken spelers daar achter en zoeken hun heil ergens anders.
4) het gaat niet om de spelers, maar  de manager krijgt er een kick van als hij met zijn geraffineerde overhaal tactiek spelers weet te paaien en helaas bestaat een team maar uit 11 spelers en vertrekken de teleurgestelde spelers, die in de “mooie praatjes “ getrapt zijn weer na een jaar.

Tegenwoordig zie je nog weinig teams, waarvan de spelers jarenlang met elkaar optrekken. Spelers zijn onrustig geworden. Zij zijn op zoek naar hun “eigen ik“. Hoe goed ben ik eigenlijk? Oorzaak?

Misschien evalueert de coach niet met spelers waarin zij zich kunnen verbeteren?
Een glad praatje, een klasse hoger kunnen spelen, de centjes, het zijn allemaal redenen om het ergens anders te proberen. Zeker jeugdspelers zijn kwetsbaar in deze. De vraag, die zij zich zelf niet stellen is: gaat deze trainer mij beter maken? Zij of hun familie denken dat ze op weg zijn naar de top, doch het ravijn gloort. Een belangrijke rol speelt de trainer in dit proces van aantrekken van spelers. Wanneer er zoveel spelers binnenkomen dan vraagt dat nogal wat van de persoonlijkheid van de coach. Omgaan met al die spelers, gaat het hem lukken?

De beschikking hebben over veel spelers geeft de ene coach een prettig gevoel. We hebben nu concurrentie en de spelers moeten mij maar aantonen op de training, dat ze een basisplaats verdienen. De meeste spelers zijn niet gekomen om te gaan spelen in het tweede elftal. Om ze te  paaien, dient er beloofd te worden. Toch heeft een coach al een idee, hoe zijn basiself er zal uitzien. Voor het geval van schorsingen of blessures is het goed dat hij wat achter de hand heeft. Zoveel mogelijk spelers dienen speelgerechtigd te worden gemaakt, dus draaft Jan en Alleman op in de bekerwedstrijden voor aanvang van de competitie. Zodra alle namen het wedstrijdformulier gepasseerd zijn, begint de echte selectie en valt menig naam af.

De belofte van een plaats in het team onder de 23 en opgesteld worden in doordeweekse oefenwedstrijden moet de pijn doen verlichten. Naarmate het seizoen vordert neemt de motivatie van deze spelers af. ‘Geen echte kans gehad, de trainer ziet het niet in mij zitten en ziet mij niet staan. Ik ben er klaar mee en nu is het tijd om hem te laten staan.’

De trainer, die dus veel spelers krijgt en echt met zijn spelers begaan is, moet dus een people manager zijn, die alle spelers gemotiveerd moet zien te houden. Dat vraagt communicatieve – sociale en motivatie vaardigheid. Of de trainer dit bezit, wordt na een seizoen duidelijk. Om zijn kwaliteiten te beoordelen is er maar een maatstaf : het aantal vertrekkende spelers na een seizoen. Is dat laag, dan staat er een trainer, die je met een groep zijn gang kan laten gaan. Vertrekken er veel, dan zegt dit iets …..

De trainer, die met zijn vriendjes hopt van club naar club, is niet de man die een stevig fundament bij een vereniging neerlegt. Is zijn dienstverband ten einde, dan vertrekt de trainer en neemt zijn “onderdanen “mee naar zijn volgende klus. Een ander probleem dat zich in zo’n groep gaat voordoen is de verhouding tussen alle spelers en de gekomen vriendjes van de trainer. Die vriendjes gaan alleen maar mee als ze zeker zijn van een basisplaats. De trainer traint en coacht immers het tweede elftal niet.

Het gevolg is dat veel aangetrokken spelers, die net zo goed zijn als de vriendjes, toch niet aan de bak komen. Teleurstellingen liggen op de loer. Ook hier zal je meemaken dat na een seizoen veel spelers vertrekken. Mits de trainer aan iedereen kan uitleggen om welke redenen hij heeft gekozen voor een bepaalde opstelling.
Zo niet, dan is menig “talentvol jeugdvoetballer “ klaar. Want een jaar niet op niveau spelen is haast niet meer in te halen. Met ‘klaar’ versta je, dat het in de meeste gevallen niets meer wordt, omdat het talent niet verder ontwikkeld is.

Het moraal van dit verhaal. Haal alleen spelers, die het team kunnen versterken. Haal je teveel, dan lijdt je aan “hamsterwoede “ en we hebben net geleerd, dat in Coronatijd je niet moet hamsteren. Getalsmatige spelers verdwijnen naar de reservebank of stoppen, teveel ingeslagen etenswaren gaan naar de voedselbank!

Jan Lovink

1 REACTIE

Comments are closed.