Oude clubhelden- De in de Leidse Pasteurstraat geboren Leo Steinmetz is vanaf zijn 15e jaar lid van ASC (Ajax Sportman Combinatie). Nu – dik 60 jaar later – bonst het rood-zwarte hart nog steeds trots in de borst. ,,Ik heb levenslang”,  vertelt hij op deze druilerige maandagmorgen. ,,Het prettigste levenslang dat een mens zich kan wensen, namelijk levenslang bij ASC.” Leo ís ASC. Binnen de Oegstgeestse combivereniging – er is ook florerende afdeling cricket – heeft hij binnen de tak ‘voetbal’ alle functies bekleed die maar te bedenken zijn. Sinds ASC verhuisde vanuit het centrum van Oegstgeest naar het makkelijk bereikbare en van vele parkeerplaatsen voorziene complex aan de rand van het dorp, heeft Leo er een taak bij: samen met anderen houdt hij het fraaie clubgebouw bij, spic en span. Dat gebeurt op maandag- en donderdagmorgen.

Op de achtergrond staat het nieuwe voetbalspel. Rond Oud/Nieuw wordt bij ASC een voetbaltafelspelcompetitie gehouden.

Als een veldheer staat Steinmetz zijn bezoek op te wachten, onder de erepoort die als een welkom wenkt. Hij excuseert zich voor het feit dat de vlaggen niet ter begroeting  wapperen. ,,In de was, maandag wasdag.” LAV’s reporter Cees Mentink en kiekjesschieter Johann Kranenburg knikken begrijpend. Excuses geaccepteerd. In het clubgebouw is het een drukte van belang, er wordt geboend, gestofzuigd, geveegd, ramen gelapt, elders in het complex worden de vloeren schoongemaakt, rondom het gebouw zwerfvuil verzameld en in kliko’s gestort. Aan het eind van de ochtend wordt het ‘to-do’-lijstje nagelopen en alles in orde bevonden. De groep, grappend ‘Miep Kraak’ gedoopt, bestaat uit een 10-tal ASC’ers, die het ‘levenslang’ op hun voorhoofd hebben staan.

Enkele mannen van de ‘Miep Kraak’ Schoonmaakploeg. Vrnl: ien Bergers, Rachid, Klaas van Welzen, Leo Steinmetz, Chris Zweistra, Cees Mentink (stagiair).

Ballotage

,,Ja, waar komt de naam Steinmetz vandaan? Dat heb ik mezelf ook afgevraagd natuurlijk, er zelfs onderzoek naar gedaan, maar ik moest al snel stoppen, bij mijn opa.” Opa, zo vertelt Leo, handelde in paarden. Op een dag zei hij tegen zijn vrouw: ,,Ik ga naar Groningen, paarden bekijken, tot vanavond.” Zo gezegd, zo gedaan, opa is sindsdien foetsie, verdwenen, nooit meer iets van hem vernomen. ,,Wanneer je jong bent, vraag je niet naar het naadje van de kous, ik dus ook niet en heb het maar zo gelaten.” Wedden, zegt het LAV-duo onderweg naar Oegstgeest, dat Steinmetz een nazaat is van een Pruisische edelman, met landerijen en een hofhouding. Niet dus. Ook zijn er geen familiebanden met de inmiddels 86-jarige zangeres Thérèse Steinmetz. Op zaterdag toog Leo naar de Marnix van Sint Aldegonde Scouting. Daar werd hij welp, later padvinder. Doorstomen naar de voortrekkers wilde hij niet. Het woord ‘voortrekker’ was toen ook al ‘beladen’. Hij maakte de overstap naar voetbal, naar ASC. Daar werd Steinmetz  niet zonder slag of stoot ingeschreven als lid. ASC stond toen ook al bekend als een ‘aparte’ club. Hij moest verschijnen voor een 3-koppige ballotagecommissie, met de heren van Geen en Eichhorn, en onder aanvoering van de legendarische voorzitter Gerrit Prevo. Daar legde Leo uit waarom hij uitgerekend voor ASC wilde uitkomen en niet voor een van de talloze Leidse voetbalclubs.

            Eén van de indrukwekkende medaillekasten van ASC

,,Er waren nog meer vragen, die ik vergeten ben. Dat ik voor dat prachtige tenue koos, lag voor de hand: mijn vader en moeder  runden de kantine en de bar van ASC. Ik zal dat ook wel gezegd hebben, dat was een pré natuurlijk.” Leo ontpopte zich als iemand die tegenwoordig ‘een slimme rakker’ wordt genoemd. Hij beheerde de fietsenstalling.  Bij penningmeester Wim Rietbergen declareerde hij de geperforeerde en genummerde bonboekjes. ,,10 cent per fiets,’ lacht hij breed, ‘5 cent voor de club en 5 cent voor mij. Sommige supporters kwamen met de brommer, dat kostte 15 cent, 5 voor ASC en 10 voor mij. Haha.” Over het rapen en voor het statiegeld terugbrengen van flesjes in de kantine, bewaart de Leiderdorper het stilzwijgen. Naarmate meer en meer aanhangers en bezoekers per auto naar ASC kwamen, verloor Leo deze lucratieve bijverdienste.

In de Bestuurskamer staan 2 vaandels opgesteld. Het originele vaandel uit rond 1900, dat wordt gekoesterd, en een nieuw exemplaar.

‘Potje ballen’

Bij de in 1892 opgerichte vereniging (19 voetbalclubs in Nederland zijn ouder dan ASC) wordt op de valreep van 2019 plezier nog altijd gezien als het belangrijkste van het spelletje. Een wedstrijd, ook een officiële, wordt in de wandeling een ‘potje ballen’ genoemd. Prestatie en recreatie gaan hand in hand. Oh ja, het plezier mag niet ten koste gaan van het per se willen winnen.  Of de aan het eind van dit seizoen vertrekkende hoofdtrainer trainer Mo Bougrine het 100% eens is met deze olympisch getinte clubvisie, moet hem nog eens worden gevraagd. Het antwoord laat zich raden. Cricketfanaat en als archivaris graver in de rijke geschiedenis van ASC, tevens fervent verzamelaar van rood-zwarte memorabilia, Emiel Sluyterman, schuift even aan. Hoorde hij dat Ajax Amsterdam ooit toestemming aan Ajax Oegstgeest had gevraagd dezelfde naam te mogen gebruiken? Ja, goed gehoord: ,,Dat is een gerucht dat wij de wereld maar niet uitkrijgen. Nee, Ajax Amsterdam, in 1900 opgericht heeft ons nooit over de naam benaderd. Zou ook niet nodig zijn geweest. In die tijd konden namen nog niet exclusief worden vastgelegd.”

ASC-archivaris Emiel Sluyterman wijst op de unieke medaille. De club werd 3e in de 1ste klasse Haagsche Voetbalbond (HVB).

Emiel gaat voor naar de bestuurskamer, hij wil ons wijzen op de indrukwekkende medailleverzameling van ASC die allemaal een verhaal hebben. ,,Kijk”, wijzend op de medaille, uiterst links bovenaan: ,,Deze is uitgeloofd door Carl Hirschmann, 1ste voorzitter van de HVB, de Haagsche Voetbalbond. De inscriptie aan de achterzijde vermeldt dat het gaat om de nummer 3, ASC,  in de 1ste klasse HVB in het seizoen 1895-1896.”Emiel, kenner als geen ander van de ASC-historie weet, dat het om Ajax (Leiden) gaat, want zij speelden destijds in de HVB. Deze Hirschmann, makelaar in effecten, een hoge Piet, stond aan de wieg van de FIFA, ook was hij een van de oprichters van het NOC.

Bij werkzaamheden trof Emiel Sluyterman een medaille uit 1934 aan, die aan RCL toebehoorde. Een ASC-delegatie kwam het kleinood onlangs overhandigen. Vlnr: Leo Steinmetz, Sjoerd Bronsgeest, RCL-voorzitter Dick van der Bijl, Hans Schiphorst.

Gouden Krielbeker

Steinmetz mag graag stilstaan bij de tradities die ASC kenmerken en ze tot die ‘aparte’ club maken. Zo is het tenue sinds 1911 hetzelfde, daar is nooit iets aan veranderd. De kousen zijn weleens aan de tijd aangepast. Daar kwam zoveel protest op dat de oude, vertrouwde kousen snel in ere werden hersteld. Recepties met het bestuur in jacquet, dat hoorde zo bij ASC. Winnen of verliezen, promoveren of degraderen, het wordt allemaal gevierd. Gaat het een tijdje op het veld niet zo best, of zitten de rood-zwarten zonder bestuur, zoals in de jaren 1905/1908 en 1918/1920, lopen de ledenaantallen terug, het woord ‘paniek’ komt niet voor in het woordenboek van de vereniging. ,,Weet je,  zegt Emiel, bij ASC is er pas sprake van paniek wanneer het bier op is.” Hilariteit alom. Leo vindt het wel jammer dat traditionele toernooien zijn geschrapt, zoals het toernooi om de Gouden Krielbeker. De humor zat ‘m in de 1ste prijs, een minuscuul bekertje van goud. Dan weet Emiel te vertellen dat in 1939 voor het eerst om die ‘beker’ werd gestreden: ,,ASC werd kampioen van de 3e klasse A, na een bloedstollende wedstrijd tegen Hillinen (Hillegom). We hadden één punt nodig, stonden kansloos met 0-3 achter en kwamen terug tot 3-3.’ Tijdens de feestavond ter gelegenheid van het kampioenschap verschijnt de hele ploeg van Lugdunum. De ‘kikkers’ hadden Scheveningen, dé concurrent van ASC, een punt afgesnoept en hadden ons zo enorm geholpen. Een vriendendienst die uitmondde in een veteranentoernooi, met als inzet een echte gouden beker. De ‘beker’, 2 centimeter hoog, toepasselijk vernoemd naar de man die hem had uitgeloofd: H.P.G. (Henny) de Cler, bijgenaamd ‘de Kriel’. Sluyterman: ,,In 1957 is de gouden beker door De Cler verrijkt met een echte parel, 10 jaar later – ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van ASC – werd voor de laatste keer om de Gouden Krielbeker gespeeld. ASC wordt winnaar. Maar of de beker nog fysiek bestaat, weet ik niet. Hij staat in ieder geval niet in onze prijzenkast.’ Dan vertelt Leo dat de organisatie van dat toernooi een ‘tour de force’ was, een 10-tal verenigingen kwamen 2x 7 ½ minuten in het veld, er werd voor lunchpakketten gezorgd en een feestavond sloot dit jaarlijkse festijn af.”

1957. ASC laat voetballend van zich horen. De titel in de 4e klasse A wordt veroverd. Helaas geen automatische promotie. In de beslissingswedstrijd haalt ASC bakzeil. Op de foto onder meer: Joop Aniba (staande 2e van links, met bloemen), Henk Vreeken, bijgenaamd ‘de blonde pijl’(staande 3e van rechts), voorzitter Gerrit Prevo (staande uiterst rechts); publiekslieveling Flip Lasander (gehurkt 2e van rechts).

Blijft de vraag:  waarom staan toernooien niet meer op de sportieve ASC-kalender? Met een schuinoog naar Emiel – cricket – Sluyterman: ,,Dat komt door de bespeling van de velden.” Hoe bedoel je? ,,Er wordt van september tot en met eind mei/begin juni gevoetbald. Meteen daarna begint het seizoen voor de cricketters. Er is dan in verband van onderhoud en het ontbreken van kunstgras geen ruimte voor toernooien.” Kunstgras, dat heeft ASC keihard nodig. De onderhandelingen met de gemeente over de overleg zijn gaande.

Kerst en Oud/Nieuw werden bij ASC op traditionele wijze gevierd. Smoking en lange, stemmige robes, en daarbij behorende staatsieportret. Vooraan links: Martin van der Broek (voormalig kantinebaas) en Har Meijer (voormalig huisarts, columnist Leidsch Dagblad).

Kampioen

Nog geen woord over de voetbalprestaties van Steinmetz. Hoe zit het daarmee? ,,Via de Aspiranten kwam ik bij de Junioren. In 1960 werden we met de B1 kampioen, een hoogtepunt in mijn voetbalcarrière.” De tweebenige roodzwarter haalde hoge cijfers als rechts- en linksback. Trainer Ton Kantebeen zag het wel zitten in hem, liet Leo bij tijd en wijle met de selectie meetrainen en debuteren in het 2e. In 1958, Leo was 35 jaar, kwam er een abrupt einde aan zijn actieve voetballoopbaan. Een mooie baan kwam voorbij, waardoor hij niet meer kon trainen. Bij het woord ‘trainen’ schatert Leo uit. Waarom? ,,Niet trainen betekende niet opgesteld worden. Dat was protocol. Daar kon niet streng aan vastgehouden worden, want met 6 man op het veld, gaat de wedstrijd niet door. Zo beroerd was soms de trainingsopkomst.”

De B1 wordt kampioen. De leider van het elftal is Follie Dolstra. Staand vlnr: Puck van Cleef, Lodewijk van der Ven, Roel Veldhuizen, Peter Susan, Ruud Wareman. Gehurkt vlnr: Hans de Bruycere, Leo Steinmetz, Hans Holland, Sjaak Menijn, Peter Onvlee, Paul van Rooyen.

Dan verhaalt hij van het oude clubhuis waar vader en moeder de scepter zwaaiden: ,,Daar mocht wel een biertje geschonken worden, maar geen sterke drank. Maar aan de bar wilde men wel een jenevertje. Dus pa had de flessen jonge en oude klare zo verstopt, als het ware, dat niemand het kon vinden. Ook de politie, die regelmatig kwam controleren niet.” Snacks, patat, kroketten en frikandellen waren nog niet te krijgen. Nu wel. Leo: Tegenwoordig  is er een frituur en een keuken waarop een restaurant jaloers kan zijn.”

The Good Old

De commissies waarin Steinmetz zitting had zijn niet te tellen. De aardigste zijn de commissies Lagere en Hogere Elftallen. ,,Officieel stelden wij de elftallen samen, maar dat gebeurde natuurlijk in nauwe samenspraak met de trainers. Tegenwoordig beslist de trainer, als enige. Zo hoort dat ook.” Aan het meewerken aan het clubblad bewaart hij ook prettige herinneringen.  Naarmate de leeftijd der sterken vordert, houdt Leo zich meer en meer bezig met het ‘randgebeuren’. Hij is een ‘Jack of all Trades’, oftewel ‘alom inzetbaar’. Hij kan het niet laten: Leo maakt deel uit van de Commissie The Good Old, waarvan Emiel Sluyterman ook enthousiaste lid is. De doelstelling van deze commissie is 2-ledig: Het onderhouden en bewaken van de clubcultuur van ASC, die is gestoeld op traditie en sfeer en het onderhouden van contacten met oud-leden en reünisten.

Drukbezet vrijwilliger

De ‘Miep Kraak Groep’ is bedacht en geformeerd op het oude veld, tijdens de koffie, en op het nieuwe complex van start gegaan. In wisselende samenstellingen, niet iedereen kan altijd aanwezig zijn. Iedereen heeft een taak. Niet toegewezen door een ‘chef’, het ging vanzelf ‘lopen’. De onderlinge sfeer past naadloos bij de club. Een gebbetje hier, een geintje daar, bakkie koffie, nabesprekingen op maandagmorgen, voorbeschouwingen op donderdagmorgen. Namen passeren de revue: keeper Bert Rooyakkers van kolenhandel, Wim Schalks, ook op doel, die het tot internationaal scheidsrechter bracht, Jan de Troye, die na de wedstrijd in volle vaart naar Hilversum reed om tijdig het sportprogramma van de VARA te presenteren, Wout Bergers, een gouwe vent, huisarts Har Meijer die in zijn wekelijkse  Leidsch Dagblad-column regelmatig zijn tijd bij ASC aanhaalt. ,,Bij ASC maalde men misschien niet om verlies”, bekent Leo, ,,bij ons thuis lag dat anders. Wanneer ASC verloren had, werd er niet gegeten. Ook al was alles al klaargemaakt. Echt waar, zo waar als ik hier zit.”

De schooltuinen in Leiderdorp hebben een waardevolle en voorval trouwe vrijwilliger aan Steinmetz. ,,Een goede zaak wanneer de jeugd ziet wat er komt kijken om groenten op tafel te krijgen. Wat zij telen mogen ze ook meenemen naar huis. Laatst zei een jochie tegen mij: ,,Ik hoef het niet meneer, we kopen alles in blik.” Het moet niet veel gekker worden.

                               ,,Ik in het doel? Never nooit, het zou een modderballet worden.”

De gastheer begeleidt het LAV-duo naar de auto, vertelt al lopend een sappig verhaal over de zwarte (en verboden) toto, zegt nooit in het doel te hebben gestaan en dat nu niet doet (,,Het wordt een modderballet”) en laat weten niet te kunnen koken, zelfs geen water (,,Ik laat het gegarandeerd aanbranden”). Onder de toegangsboog heeft Leo nog een sterke uitsmijter: ,,Goed dat hier geen elektrische poortjes zijn, zoals op Schiphol, ze zouden gillend afgaan. Ik heb namelijk 2 nieuwe kunstheupen.”

Als een veldheer staat Leo Steinmetz onder de ereboog het LAV-duo op te wachten. Gelukkig zijn er geen poortjes, ze zouden gillend afgaan, Leo heeft 2 nieuwe (kunst-) heupen.

Foto’s en knipsels: Archief ASC (met dank aan Emiel Sluyterman)

Actuele foto’s: Johann Kranenburg