Jan Lovink, ofwel ‘Mister Roodenburg’ werd door de pupillentrainers van de club gevraagd een Pietentraining te maken. Er is niet zoveel oefenstof als het gaat om dit onderdeel, maar Jan draaide zijn hand er niet voor om en zette een programma in elkaar. Wellicht ook handig voor uw club deze week?

De bedoeling is dat er een aantal oefeningen / spelletjes worden gedaan, waarbij het Sint Nicolaas verhaal de rode draad vormt.

Ik ga uit van groepjes van 4-6 kinderen met 1 begeleider.
Gelet op het aantal kinderen, dat op zaterdagmorgen verschijnt, zijn dit zo’n 60 kinderen en moet je er een soort tienkamp van maken.

SPEL 1.    CADEAU ESTAFETTE

organisatie.  2 pylonen als startpunt.  Het parcours tweemaal uitzetten. 15 meter uit elkaar maken we 2 vierkanten van 3 x 3 meter van hoedjes.  4 spelers per parcours. 1 bal. 1 cadeautje in de hand.

 

De bal ligt in het vierkant. Spelers staan klaar bij pylon. Op teken van begeleider sprint de eerste speler met cadeau in de hand naar de bal en dribbelt de bal naar de overzijde. Daar stopt hij de bal met de voetzool af en tikt vervolgens de volgende speler aan, die achter zijn pylon blijft. hij geeft ook zijn cadeau over.  Die doet hetzelfde, maar nu in tegenover gestelde zijde. Iedere verplaatsing van de bal van de ene naar het andere vierkant levert 1 punt op.  Hoeveel x zijn de kinderen samen overgelopen na 2 minuten?
Dit puntenaantal wordt vermeld achter de naam van iedere speler van het team.

Eerst voordoen en kinderen laten oefenen.  Dan volgt de wedstrijd.

Vervolgens is er een 2de wedstrijd. Daarbij moeten de kinderen dribbelen met zwakke been en met zwakke been de bal afstoppen voor de volgende speler. Eerst weer oefenen, daarna er een wedstrijd van maken. Punten noteren op de scorelijst van de desbetreffende speler.

SPEL 2.   LOODRECHT OMLAAG

We gebruiken een jeugddoel en hangen aan dit doel een viertal pakjes. El Houssein El Baroudi zou die pakjes kunnen maken. Voor mini F geldt dat de kinderen mogen gooien vanaf 4 meter. Voor oudere jeugd geldt 8 meter als werplijn. De Pieten moeten hun pakjes recht door de schoorsteen gooien, zodat ze niet beschadigd worden.

Spelopdracht

De kinderen gooien de bal in van achter de werplijn en proberen een pakje te raken. Die valt daardoor recht naar beneden. Ieder kind krijgt 5-7 pogingen. Eerst weer even oefenen en voordoen. Dan komt de wedstrijd.  Ieder geraakt pakje levert 1 punt op.
Hoeveel punten scoort een individuele speler. De score wordt op zijn scorelijst gezet.

SPEL 3.   DE SINT NICOLAASQUIZ.

Op het terras wordt 1 tafel gebruikt, indien slecht weer, dan moet het binnen. Een kind verschijnt aan de tafel en moet een aantal keuzevragen beantwoorden over Sint Nicolaas.
Ieder goed antwoord levert 1 punt op. Hoeveel vragen heeft het kind goed. Dit wordt op zijn scorelijst gezet. De andere kinderen wachten op bijvoorbeeld de volgende tafel, zodat ieder kind apart de vragen rustig kan beantwoorden.

SPEL 4   NETJES NEERLEGGEN

In een jeugddoel plaatsen we op 1,5 meter van iedere paal een grote pylon en daarop een kleinere pylon en een stok er in. Voor de mini F maken we op 7 meter een vierkant van 4 x 4 meter. Voor de oudere jeugd op 11 meter ditzelfde vierkant. Daar achter een pylon, waar de spelers staan, die niet aan de beurt zijn. In het vierkant liggen 6 ballen klaar.

De Pieten moeten de cadeautjes netjes neerleggen, want soms is een cadeau breekbaar.
Een speler van het team begint. Hij/ zij moet 3 ballen met de rechtervoet in de linkerruimte van het doel passen en daarna 3 ballen met de linkervoet in de rechterruimte.
Alleen een pass, die tussen de pylon en de paal door het doel gaat levert 1 punt op.
Hoeveel punten scoort een speler na 6 pogingen?

De spelers mogen eerst oefenen en de leider doet de oefening voor.
Het aantal gescoorde punten vermelden op scoreformulier.
Een andere optie is 5 x trappen met goede been, als iedereen geweest is dan 5 x met het zwakke been en vervolgens het puntenaantal vermelden op het scoreformulier.

SPEL 5     HANDIGE PIETEN.

We maken een vierkant van 5 x 5 meter.   1 speler in het vierkant. De overige spelers wachten op 10 meter. In het vierkant liggen 2 ballen. De Pieten krijgen veel pakjes te verwerken, die ze moeten rondbrengen. Pakjes, die worden uitgeladen , dient een Piet goed en snel te kunnen vangen. Een speler krijgt 10 beurten.  Hij werpt beide ballen tegelijkertijd minstens 1 meter omhoog en moet beide ballen vangen, zonder dat de bal op de grond komt. Voor iedere gelukte actie , krijgt de Piet 1 punt.  Hoeveel punten worden er gescoord na 10 acties? Dit aantal op scoreformulier vermelden.

Voor de mini F, onder 8 geldt twee ballen vangen. Oudere groepen kan je ook na het werpen eenmaal in de handen laten klappen en dan vangen.

SPEL 6    OVER HET DAK LOPEN

De Pieten bewegen van dak naar dak en als je over een dak loopt, dan moet je goed in evenwicht blijven, want voordat je het weet lig je beneden en dat kan Sint Nicolaas niet hebben. Voor een jeugddoel maken we een corridor met hoedjes. De hoedjes liggen voor de mini F / onder 8 op 5 -7 en 10 meter van het doel.  Voor de oudere jeugd op 7 – 11- 15 meter.  Achter deze corridor een startpylon maken, waar vandaan de kinderen vertrekken.
In het doel ZIT een trainer op zijn knieën. Ieder kind krijgt 5 -7 pogingen .
Een kind kan zelf bepalen, vanwaar hij uit de dribbel op doel schiet met een keeper er in.
Schiet hij op doel en scoort hij van voor de lijn, die het dichtst bij het doel is, dan krijg je voor een gescoord doelpunt 2 punten, scoor je vanaf de tweede lijn dan 3 punten en scoor je vanaf de verste hoedjeslijn dan krijg je 4 punten.  Voor ieder schot op doel krijg je 1 punt.

Het aantal gescoorde punten vermeld je op het scoreformulier.

SPEL  7   DE INPAKPIETEN TEGEN DE UITDEELPIETEN.

Voor dit spel maken we een veld met minidoelen.  Twee teams worden ingedeeld en spelen ongeveer 8 minuten tegen elkaar. Je kan via loting bepalen tot welke groep Pieten een kind behoort. Voorbeeld met speelkaarten. Speelkaarten schudden en als er 8 kinderen zijn 4 x rood en 4 x zwart schudden.  Ieder kind trekt een kaart. De rode en zwarte kaarten vormen ieder 1 team.

Als de wedstrijd is afgelopen, dan wordt het aantal gescoorde doelpunten van het team als puntentotaal vermeld op het scoreformulier van die speler.
dus als rood wint met 5-3, dan krijgt iedere speler van rood 5 punten en iedere speler van zwart 3 punten.

SPEL 8.    SCHOENTJE ZETTEN
De kinderen zijn in vol verwachting. Zal de Sint langs komen? Wanneer de Sint komt, dan moet er wel een schoen bij de verwarming of de schoorsteen worden neergezet. De kinderen oefenen, waar ze hun schoen moeten zetten, namelijk in het minidoel.

We gebruiken een minidoel en op 5 meter plaatsen we een hoedjeslijn.  Op 10 meter afstand van de hoedjeslijn maken we een ballenreservoir , die we vullen met ballen.
spelverloop:  1 speler begint. Hij pakt een bal uit het reservoir en dribbelt tot VOORBIJ de blauwe hoedjeslijn en passt de bal in het doel. Daarna loopt hij terug en herhaalt de actie.
Na 1 minuut stopt de tijd en telt de leider het aantal ballen, dat in het minidoel ligt. Ballen, die er buiten liggen, tellen niet mee. Iedere bal in het minidoel levert 1 punt op.
Het totaal aantal scoorde punten vermelden op het scoreformulier.

SPEL 9  STOUTE KINDEREN

We maken een vierkant van 12 x 12 meter. 1 kind is de tikker. Hij heeft een bal in de handen . De Piet heeft gehoord, dat er veel stoute kinderen zijn, die thuis horen in de zak van Sinterklaas. De andere kinderen zijn de stoute kinderen en verspreiden zich over de speelruimte. Op teken van de spelleider begint de tikker te jagen op de stoute kinderen. hij moet de kinderen tikken met de bal. Niet met de hand. Na 45 SECONDEN stopt de tijd.
Hoeveel kinderen zijn er getikt?  Dit aantal vermeld u  op het scoreformulier.
Daarna komt de volgende tikker. Het spel is klaar als alle kinderen aan de beurt zijn geweest.

SPEL  10  PAKJES VERVOEREN

De Pieten hebben een belangrijke taak. Ze vervoeren de pakjes en daarbij mag men onderweg geen pakje verliezen.

We maken met hoedjes een vierkant van 10 x 10 meter met daarin een viertal hoeken van 2 x 2 meter. Voor twee vierkanten zetten we een startpylon neer. Bij het gele en bij het oranje vak. Twee spelers staan klaar. Beide spelers hebben een bal.

De bedoeling van de oranje speler is dat hij dribbelt door het gele vierkant, dan door blauw, vervolgens door rood, weer door oranje en terug naar geel en dan weer naar blauw.
Hij dribbelt dus met de klok mee. De rode speler begint bij oranje, dan naar rood / blauw/ geel en weer naar oranje enz. De spelers hebben als extra hindernis, dat ze elkaar tegen komen.

De spelers krijgen 1 minuut de tijd. Ieder gepasseerde hoek levert 1 punt op.
Hoeveel punten scoort een speler na 1 minuut?
Als iedereen is geweest volgt de 2de ronde, waarbij het oranje en rode team wisselen van startpositie.

Het totaal aantal gescoorde punten komt  op het scoreformulier, waarbij men alleen maar een punt mag tellen als de speler door het vierkant dribbelt.

Met dit onderdeel is de Pietentraining klaar.
Maak voor ieder kind een PIETENDIPLOMA  EN VERMELD DAAR DE GESCOORDE PUNTEN.

Hierbij de quiz:

De Sint Nicolaas Quiz

1) Hoe komt Sint Nicolaas vanuit Spanje naar ons land ?

a)     met het vliegtuig

b)     met de boot

c)     met de trein

antwoord: De Sint komt met de stoomboot naar Nederland

2) Wat leg je in de schoen van het paard van Sint Nicolaas?

a)     een wortel

b)     een banaan

c)     ontbijtkoek

antwoord: Het paard van de Sint is gek op wortel

3) Hoe heet de Goed Heiligman nu echt?

a)     Sinterklaas

b)     De Sint

c)     Sint Nicolaas

Antwoord: Toen hij geboren werd kreeg hij de naam Nicolaas. Het Sint werd later toegevoegd toen hij bisschop werd. Het werd dus Sint Nicolaas

4) Hoe oud is Sint Nicolaas ongeveer?

a)     600 jaar

b)     1700 jaar

c)     5000 jaar

De Sint werd geboren in het jaar 250 – 270 jaar en is dus ongeveer 1750 jaar oud

5) Waarvoor dient de roe die Zwarte Piet bij zich heeft?

a)     om mee te slaan

b)     om zijn rug te krabben als hij jeuk heeft

c)     om de schoorsteen schoon te maken, voordat hij afdaalt

Antwoord: Goede zwarte pieten gebruiken de roe om de schoorsteen schoon te vegen, zodat ze er door heen kunnen gaan. Omdat er tegenwoordig niet meer zoveel schoorstenen zijn, zie je dat niet iedere Piet meer een roe meeneemt.

5)     Hoe noem je de stok, die Sint Nicolaas bij zich heeft?

a)     wandelstok

b)     houten lat

c)     de staf

Het goede antwoord is staf. Alle bisschoppen hebben een staf. Die staf lijkt op de staf van een herder, die voor zijn schapen zorgt. Zo zorgt een bisschop voor zijn mensen

6)     Hoe heet het paard van Sint Nicolaas?

a)     witje

b)     schimmel

c)     Americo

Het paard is een schimmel en het heet Americo

7)     Wat wordt er traditioneel gedronken op Sinterklaasavond?

a)     cola

b)     chocolademelk

c)     limonade

Het antwoord is chocolademelk

8)     Hoe heet de Zwarte Piet die Sint Nicolaas helpt met de computer?

a)     hoofdpiet

b)     handige piet

c)     Digipiet

Het is de digipiet

9)     Wat is een albe?

a)     de rode mantel van Sint Nicolaas

b)     het wit onder het kleed

c)     de veer op de pet van Zwarte Piet

Het antwoord is b, het wit onder het kleed.