Bij de overschrijvingen afgelopen zomer sprak RCL van vijf aanwinsten. Robin Brasker, Tommy Sinteur, Jesper van Overloop en Ali Barokzay keerden terug bij de Leiderdorpers. Abel Bormans beëindigde zijn avontuur bij Katwijk en streek ook neer in de Bloemerd. Daarbij was de club uitermate content met de aanstelling van Hein van Heek als nieuwe hoofdtrainer. Toch bleef het niet bij dit rijtje, want ook Michiel de la Mar meerde aan. De verdediger blijkt eveneens een plus te zijn in de selectie van de tweedeklasser.

,,Ik ben min of meer door mijn vriendin terecht gekomen bij RCL. Zij speelde eerder bij de club en is nu speelster bij FC Rijnvogels. Zelf speelde ik bij hoofdklasser Velsen. Daar had ik het goed naar mijn zin, maar na mijn aanvankelijke basisplaats kwam ik geleidelijk aan op de bank terecht en daar had ik geen zin in. Door blessureleed heb ik in de jaren daarvoor ook al de nodige wedstrijden moeten missen en nu wilde ik volop spelen. Ik heb mijn licht laten schijnen bij clubs in Haarlem waar ik woon, maar dat liep op niets uit. Mijn vriendin woont al in Leiden en zij gaf mij aan waarom ik het niet zou proberen bij RCL. Bij deze club had zij prettige ervaringen en zo is het balletje gaan rollen. Het komt nu helemaal geweldig uit want we hebben inmiddels samen een huurwoning gevonden in Leiden.”

Van Heek bleek ook geen onbekende voor De la Mar (op de foto’s in oefenduel met Meerburg, red.). ,,Ik doe de HALO in Den Haag en daar is de trainer werkzaam. Daar ken ik hem enigszins van. Ook speelde ik met Velsen tegen zijn oude club Alphense Boys toen hij daar trainer was. Daarnaast hoorde ik hele positieve verhalen over hem, ook via FC Rijnvogels waar Drita speelt, en ik kan ondertussen aangeven dat het heel prettig werken is met hem.”

Voor de verdediger, die overal achterin kan spelen maar vooral als linksback wordt ingezet, is RCL een uitkomst. ,,Het is wel een andere benadering qua niveau. Bij Velsen was Martin Haar de trainer, een man met naam. Ik heb wel veel van hem geleerd, maar ik had niet de beste klik met hem. Hij legde de lat erg hoog, alsof het een profclub was. We trainden vijf tot zes keer per week, wat mij betreft een tikkeltje teveel. Toen hij aan het begin bepaalde frisdranken in de kleedkamer zag, werden die verbannen. Er moest water komen en proteïne repen. Dat soort werk. Niet dat ik alles afkeur hoor, want het was ook wel gaaf dat men zo met ons bezig was. Maar wel volslagen anders dan in de periode dat ik bij een plaatselijk cluppie speelde in de vierde klasse. Nu zit het er met RCL een soort van tussenin, waarbij ik mij prima thuis voel. Het is ook aangenaam dat we aardig gestart zijn in de competitie.”

De rood-witten openden met een ruime zege op Wateringse Veld, verrasten met een zege op DSO, gingen onderuit bij Van Nispen en maakten het kwartet aan wedstrijden vol met een overduidelijke overwinning op Soccer Boys. ,,Het is jammer dat we de drie punten weer kwijt zijn van Wateringse Veld. Aan de andere kant kon je wel merken dat er daar wat aan de hand was en we wonnen ook heel eenvoudig. Tegen DSO hebben we veel mazzel gehad. We wonnen dat duel op karakter, maar ik moet wel zeggen dat Andrew Bontje ons er doorheen heeft gesleept. Zelf moest ik ook twee keer redding brengen op de doellijn. De overwinning gaf wel een boost, maar we werden tegen Van Nispen op ons nummer gezet. Het was ronduit slecht van onze kant en vergelijkbaar met een paar wedstrijden uit de voorbereiding. Toen zag het er ook niet uit, eerlijk gezegd. Tegen Soccer Boys hebben we wel een goeie wedstrijd gespeeld, maar de uitslag moeten we niet groter maken want de tegenstand was wat pover. Maar goed; met zes uit drie is de start bemoedigend te noemen.”

De lar Mar, die vlak voor de deadline van de overschrijvingen zijn handtekening zette, heeft nogal wat pech gehad de voorbije jaren. ,,Ik heb onder meer te kampen gehad met een onwillig botje in mijn enkel, een kruisbandblessure en een scheenbeenvliesontsteking. Daarom baalde ik er zo van dat ik op het tweede plan kwam bij Velsen. Nu is alle plezier weer terug en ik krijg veel vertrouwen van de trainer. Hij is erg positief en ontspannen en dat geldt ook voor zijn assistent Serge den Os. Ze zijn eigenlijk nog niet boos geweest en als een speler gepasseerd wordt dan krijgen ze daar uitleg over. Dat zie je wel eens anders.”

Ondertussen ligt alles weer stil en daar baalt De la Mar, geboren en getogen in Haarlem, stevig van. ,,We zagen het wel aankomen na Soccer Boys. Zonder publiek spelen was niet leuk, maar op zich maakt dat voor mij niet voor de intensiteit waarmee ik speel. Enkel wil je na afloop graag nababbelen met een biertje en dat ging ook al niet. Nu resteert trainen in kleine groepjes. Het kan helaas niet anders, maar veel lol beleef je er niet meer aan na een paar weken. Onze gezondheid gaat uiteraard voor, maar wat zal ik blij zijn als we weer lekker kunnen ballen. Ik geloof erin dat RCL zich bij de beste zeven kan spelen.”