Afgelopen dinsdag kwam Ajax-trainer Erik ten Hag al in de tweede minuut van de wedstrijd in beeld toen hij de 4e official er op aansprak dat de doelverdediger van Besiktas in zijn ogen al tijd aan het rekken was. Meerdere malen demonstratief op zijn horloge wijzend, maakte Ten Hag de man aan de zijlijn er op attent dat de doelverdediger van Besiktas wel erg veel tijd nam voordat hij de bal weer in het spel bracht.

Wat was het geval? De doelverdediger ving een bal op, die recht op hem afgeschoten werd, waarna hij zich voorover op de grond liet vallen en gedurende een seconde of tien, met de bal in zijn bezit, bleef liggen. Nadat hij was opgekrabbeld liep hij met de bal in de handen op zijn dooie akkertje het halve strafschopgebied door om na de nodige aarzeling de bal met een ferme trap weer in het spel te brengen. Bij elkaar kostte dit een seconde of veertig. Normaal gesproken (mar wat is normaal) zie je deze vorm van tijdrekken aan het eind van een wedstrijd om maar zoveel mogelijk tijd te winnen. Nu aan het begin van de wedstrijd was de bedoeling ongetwijfeld om daarmee het onstuimige tempo waarmee Ajax de wedstrijd begon te ontregelen.

Premier League tickets

Natuurlijk had ik er begrip voor dat Ten Hag de arbitrage hier op wees maar het kwam op mij tegelijkertijd wat hypocriet over juist omdat de Amsterdammers zelf in Andre Onana en Maarten Stekelenburg twee keepers hebben die er ook niet voor schromen om dezelfde streken uit te halen.

Natuurlijk zal geen enkele trainer zich aan de zijlijn melden om de arbitrage te wijzen op tijdrekken van zijn eigen keeper. Maar dan moet hij achteraf ook niet zeuren als een scheidsrechter hier extra tijd voor bij telt zoals na de Champions Leauge wedstrijd tegen Tottenham Hotspur. De perikelen van Onana, die bij elkaar minuten lang aan het tijdrekken was, kostte Ajax een paar jaar geleden een plek in de finale vanwege een goal die in de toegevoegde tijd werd gescoord. Gegokt en verloren dus; de verontwaardiging en onvrede van dezelfde trainer over de toegekende blessuretijd was daarom niet op zijn plaats.

Toch had hij dinsdag een punt. In het verleden werd de zes-seconden regel namelijk ingevoerd om het spel sneller en aantrekkelijker te maken. Voor diegenen die zich afvragen waar ik het over heb; de regel zegt dat een doelverdediger de bal binnen zes seconden nadat hij deze in bezit heeft gekregen weer in het spel gebracht moet hebben. Ik kan me voorstellen dat deze regel voor sommigen totaal nieuw is. Want aanvankelijk werd hier behoorlijk goed de hand aan gehouden maar de laatste jaren lijkt de regel niet meer te bestaan omdat steeds meer scheidsrechters hier domweg niet meer tegen optreden.

Ik heb geen idee waarom want ik weet 100% zeker dat de behandeling van deze regel tijdens de opleiding nog steeds aandacht krijgt waardoor bij mij de vraag rijst: kunnen onze  scheidsrechters eigenlijk wel tellen?

Om dezelfde reden (sneller en attractiever maken van het spel) werd besloten dat een doeltrap op elke willekeurige plaats in het doelgebied genomen mag worden. Waarom deze regel is ingevoerd is mij echt een raadsel. In het verleden moest de doeltrap genomen worden op een plek zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal de doellijn was gepasseerd. Om de snelheid in het spel te waarborgen was dit een logische regel; immers de bal ligt in 99% van de gevallen ook aan die zijde van het doel, zodat niets een snelle spelhervatting in de weg staat.

Maar door de verandering van deze regel heeft de doelverdediger (of speler) die de doeltrap gaat nemen juist ruimte gekregen om de spelhervatting naar hartenlust te vertragen. Steeds vaker zie je dat de doelverdediger de bal naast zijn doel opraapt (of aangereikt krijgt van een ballenjongen) om daar dan doodgemoedereerd mee naar de andere zijde van van het doel te wandelen om de doeltrap daar te nemen. Deze wordt dan, na de nodige tijd genomen te hebben om te kijken naar wie hij de bal zal (proberen te) trappen, uitgevoerd. Voordat de doeltrap wordt genomen gaat er gemiddeld anderhalve minuut aan tijd verloren.

Hoewel Nederland ook een aantal specialisten kent zijn vooral doelverdedigers van clubs uit landen rond de Middellandse Zee meesters in het vertragen van de spelhervatting. Dit bleek onder andere tijdens de wedstrijden die PSV speelde tegen Benfica en Real Sociedad. Die keepers begonnen bij wijze van spreken al tijdens de warming up met tijdrekken. Het mocht ook allemaal ongestraft gebeuren. De scheidsrechters waarschuwden wel meerdere malen maar om de gele kaart die zij vanwege hun handelen pas ver in de blessuretijd kregen werd natuurlijk hartelijk gelachen.

Dit opzichtige tijdrekken leidt zowel binnen het veld als op de tribune steeds vaker tot irritatie en frustratie. Als de FIFA en UEFA werkelijk iets willen doen aan het sneller en attractiever maken van het spel zullen zij niet alleen hun arbiters moeten instrueren om de zes-seconden regel weer strikt te gaan toepassen maar zouden ze ook eens moeten nadenken om een tijdlimiet voor het nemen van de doeltrap in te voeren. Men zou bijvoorbeeld kunnen voorschrijven dat de bal binnen 20 seconden nadat deze in het bezit is van de doelverdediger (of speler die de doeltrap gaat nemen) in het spel gebracht moet zijn. Het zou mijn inziens de snelheid van het spel in ieder geval ten goede komen.

Het zou helemaal mooi zijn als scheidsrechters tegen die tijd allemaal weer hebben leren tellen want dan moeten de spelers in ieder geval de hele wedstrijd weer op hun tellen passen.

Voormalig docent en onderwijsmanager aan de Politieacademie, actief scheidsrechter voor de KNVB, ruim 12, 5 jaar actief geweest in de top van het amateurvoetbal. -Voormalig docent arbitrage bij de KNVB, voormalig trainer en jeugdleider, voormalig voorzitter van zondag 2e klasse ESTO. Reageert kritisch en direct op ontwikkelingen binnen het (amateur) voetbal en benut daar columns voor die regelmatig te lezen zijn op LAV.