vrijdag, augustus 19, 2022
HomeInterviews algemeen‘Mijn Ans is nog gekker op voetbal dan ik, oh wat is...

‘Mijn Ans is nog gekker op voetbal dan ik, oh wat is ze fanatiek’

-

Jan van Haastregt (r.k.s.v. Rijpwetering):

‘Mijn Ans is nog gekker op voetbal dan ik, oh wat is ze fanatiek’

Jan van Haastregt (72) speelde tien jaar op het hoogste niveau van de in 1946 opgerichte rooms-katholieke sportvereniging Rijpwetering. Hij stond bekend als ‘gaan met de brandweer’, een bikkelharde voetballer die door de trainers Freek Fillipo en Hans Verkuylen op de gevaarlijkste tegenstanders werd gezet. De coaches uit Leiden ordonneerden tijdens de wedstrijdbespreking op donderdagavond dat de grote, kleine achterspeler zijn vaste opponent in het allereerste duel meteen stevig moest aanpakken, dan zou hij zich de verdere wedstrijd wel koest houden. Freek en Hans, die uitstekende voetballers waren geweest en sportiviteit hoog in het vaandel hadden staan, zouden nooit zeggen: ‘Geef hem zo’n zwiep dat hij vijf meter verder op de sintelbaan belandt.’ Niks doodschoppen, wel stevig aanpakken.

Kampioensteam A-junioren. Staand v.l.n.r.: Freek Filippo (trainer), Jan van Zeil (leider), Nico Disseldorp, Wardy van Emmerik, Charles Beelen, Ben Bakker, Paul van den Hoorn, Kees Bisschop, Wil van der Geest; gehurkt v.l.n.r.: John Witteman, Gerard Volwater, Sjaak van der Star, Jan Borst, Harry van der Star.

Het is maandagmiddag. De zon schijnt, witte wolken kabbelen aan het firmament, buiten lopen schapen geurend gras te grazen. De glazen zijn gevuld, Ans van Haastregt (geboren Borst) schuift ook aan. De tafel ligt bezaaid met foto’s, knipsels en een polsdik boek, getiteld ‘Plakboek 50 – Rijpwetering (1946), VVOA (1947), ROAC ‘79’, stamp- en stampvol foto’s en krantenknipsels in facsimile.

Ans en Jan van Haastregt fietsen maar wat graag door Nederland. Elke avond leggen ze dan aan in een ander hotel, na 50/60 kilometer. Ans is vrijwilligster bij ‘Open Tafel’, een gelegenheid voor mensen die al smakelijk etend anderen beter willen leren kennen. Ans is ook actief achter de bar in het jeugdhonk van ROAC.

Een waardevolle uitgave, een monumentaal document, een ‘dat-wil-ik-hebben’-uitgave waar de liefhebber van likkebaardt. Jan en Ans zijn beiden afgetraind. Geen verrassing, het echtpaar fietst door het hele land, legt steeds voor een nacht aan in hotels en trappen in etappes van vijftig/zestig kilometer naar een volgende stop. Ze genieten van al het schoons dat Nederland te bieden heeft, en van elkaar. Het tweetal is zo close als C&A en H&M, een voorbeeldige twee-eenheid. Ook al zijn ze al tientallen jaren getrouwd, ze tortelen nog als duifjes. Hun geheim? ‘Doe veel samen en geef elkaar ook de ruimte.’

1ste elftal seizoen 1973-1974. Staand v.l.n.r.: Cees van der Star, Gerard Zoetemelk, Hans van Rijswijk, Gerard Schrijvers, Ton Borst, Freek Filippo (trainer); zittend v.l.n.r.: Hans Witteman, Henk Zonderop, Jan van Haastregt, Jan Jansen, Hans Weenink, Sjaak van der Star, Nico Disseldorp.

Humor

De naam van Van Haastregt zit gebakken aan de Ripse voetbalclub, fuseerde in 1979 met VVOA, ging dat jaar de toekomst in als SV ROAC ‘79 (Rijpwetering Oud Ade Combinatie) en in 2010 werd het SV ROAC, met afdelingen voetbal, handbal, gymnastiek en biljarten. Adriaan van Haastregt is 25 jaar penningmeester geweest van Rijpwetering. Hij is een neef van ‘onze’ Jan, een andere neef Van Haastregt, Bert, viel op als scheidsrechter. ‘Dat gaf weleens frictie,’ vertelt Jan. ‘Clubs tegen wie wij speelden dachten al gauw dat de naam Van Haastregt synoniem was voor ‘thuisfluiter’. Van het tegendeel bleek eerder sprake.’

Wanneer Bert floot voor een overtreding in het strafschopgebied en opgewonden spelers op hem afstormden, maakte hij eerst laconiek een korte wandeling rond de zestien. Wanneer de meute enigszins tot bedaren was gekomen, legde hij resoluut de bal op de stip. ‘Hij maakte er een nummer van, man, een act, die ook nog werkte,’ klinkt het genietend. Jan van Haastregt, die het vak van timmerman verkoos boven dat van automonteur, een grote wens van zijn vader, houdt van humor. Hij praat met zachte stem en eist daarmee de volle aandacht op van de LeidenAmateurVoetbal-pennenlikker.

Staand v.l.n.r.: Hans Verkuylen (trainer), Ton van der Meer, Gerard Zoetemelk, Jan Heemskerk, George ten Cate, Gerard Schrijvers, Gerard Bouwmeester (grensrechter), Piet van der Kamp (scheidsrechter); gehurkt v.l.n.r.: Hans Weenink, Cees van der Star, Leo van der Zwet, Cees Zoetemelk, Jan Brugman, Jan Jansen.

Ook schiet hij snel vol bij een mooie of dierbare herinnering. Een emotioneel mens. Daar houden wij van bij LAV. Ans en Jan hebben een zoon en drie dochters. Zoon Frank heeft tot zijn 27ste gevoetbald. Er kwam een min of meer abrupt einde aan zijn voetballoopbaan door gescheurde knie- en enkelkruisbanden. De dochters zijn superlief, zingen als nachtegalen, maar hebben niets met voetbal. Moeder Ans volgt het voetbal vanaf haar dertiende. Met de jaren groeide haar belangstelling voor het spelletje zo zeer, dat zij in een plakboek de wedstrijden van Rijpwetering bijhield, de opstellingen, wie de doelpunten voor hun rekening namen. Dan te bedenken dat andere meisjes op die leeftijd plaatjes verzamelden van popartiesten en zwijmelden bij hun muziek.

Na een wedstrijd gingen Jan en andere spelers vaak naar Het Verre Oosten, de beste Chinees van Leiden. Aan de overkant aan de Steenstraat wandelden aanvallige meisjes.

Genoeg is genoeg

Zelf heeft Ans gehandbald bij NIO (Na Inspanning Ontspanning) en goed ook. Alleen vertrekt haar gezicht wanneer ze zich ‘gemene tegenstandsters’ herinnert: ‘Die krengen kunnen zo gemeen zijn. Ze knijpen in je armen en billen, stoten met hun ellenbogen waar ze maar kunnen, doen dat zo sneaky, geen scheidsrechter ziet het. Ze neemt het dikke schrift met aantekeningen erbij, laat grafieken zien en de lijst van topscorers. ‘Jan scoorde weinig, heel weinig zelfs, begrijpelijk, hij was achterspeler,’ klinkt het vergoelijkt. Haar vingers glijden over de tabellen en zegt dan: ‘Kijk, een doelpunt tegen Altior, een tegen Warmunda en een tegen DoCoS. Topscorer aller tijden zit er dus niet in. Haha.’

Ze knipoogt en aait de harige arm van de liefde van haar leven. Nog steeds, zegt Jan, volgt Ans al het voetbal op de televisie, ze slaat geen wedstrijd over. Ans: ‘Ik ging altijd met mijn vader naar wedstrijden toe, elke zondag. In de rust fietste mijn vader naar huis, dronk een borreltje en was op tijd weer terug voor de tweede helft.’ Jan mag graag een wedstrijd op de televisie zien of er een bezoeken. ‘Leuk, vind ik dat, en gezellig. Maar zij is gekker op voetbal dan ik, Ans is zo’n  fanatiekeling.’

Boekjes van r.k.s.v. Rijpwetering, die in 1979 fuseerde met ROAC en samen doorgingen onder ROAC ’79 bewaart Jan als relikwieën. Hij mag er graag af en toe doorheen bladeren en glimlachen bij zoveel nostalgie.

Snel terug naar Jan, telg van een gezin met zes zonen en een dochter, hij blijkt ook een filosoof. Hij neemt een korte pauze en dan: ‘Weet je, een mens heeft maar weinig nodig.’ Hij spreidt zijn vingers en tikt aan: ‘Water, vuur voor de warmte, een dak boven zijn hoofd, een geit voor de melk en kippetjes voor een dagelijks eitje. Meer niet.’ Hij voegt er ‘genoeg is genoeg’ aan toe: ‘Waarom twee auto’s, drie vakanties en steeds maar méér, méér, méér?’ Stof tot nadenken.

Balafpakker

De voetballer Jan van Haastregt is nog nauwelijks ter sprake gekomen. Over zijn kwaliteiten doet hij bescheiden. Waarom? ‘Als men straks in het dorp dit interview leest en ik heb zitten ophakken, krijg ik dat wel naar mijn kop gegooid.’

De Rijpwetering-selectie 1978/1979. Staand v.l.n.r.: Jan Faas (trainer), Gerard Volwater, Cees Borst, Hans Weenink, Sjaak en Harry van der Star, Nico Disseldorp, Cees van der Star, Anton Spring in ’t Veld (leider); gehurkt v.l.n.r.: Wim van Scheppingen, Albert Bollen, Jan Brugman, Wardy van Emmerik, Jan van Haastregt, Hans Witteman, Jaap van Velzen (grensrechter), Dick Hoogenboom.

Dan de knipsels er maar eens bijgenomen. Wat schrijven de kranten, met name de Leidsche Courant, hét dagblad in de rooms-katholieke gemeente. Daarin staat onder meer te lezen dat Jan altijd een gemiddelde haalt van een 7 of 8. Hij versaagt nooit en werkt de volle negentig minuten, hij is een sjouwer. Dat ziet het publiek graag. Om een vergelijking te trekken met nu, leek Van Haastregt op Toornstra van Feyenoord. Wanneer ik dat zo zeg, veert hij op en zegt: ‘Schrijf dat alsjeblieft niet op. Dat ik nooit opgaf klopt, maar vergelijk mij niet met Toornstra, klassen verschil. Ik kan niet in zijn schaduw staan.’

Wat Jan wel wil toegeven is dat hij de conditie van ‘een paard’ had. Volgens hem door zijn wekelijkse training. Er werd bij Rijpwetering twee maal per week getraind, dat vond men toen voldoende. Niet iedereen verscheen op het appèl. Daar werd niet moeilijk over gedaan. Alleen trainer Hans Verkuylen werd daar boos om. In het clubblad liet hij vaak van zijn ongenoegen blijken, wanneer de opkomst weer minimaal was geweest.

Seizoen 1968/1969. Rijpwetering-SJZ 3-1. Kopsterke Gerrit Schrijvers kopt bij hoekschoppen alles uit het doel.

‘Toch stelde Hans vaak ook de wegblijvers op,’ weet ‘de kleine dondersteen’, zoals Verkuylen hem kozend noemde, ‘jongens met scorend vermogen. Bijvoorbeeld Gerrit Schrijver, een kopsterke jongen, die een paar maal flitste in een wedstrijd en verder onzichtbaar was. Gerrit zorgde wel voor de punten.’

Over koppen gesproken: ‘De fenomenale kopbal van Robin van Persie in de WK-wedstrijd in Brazilië tegen Spanje. Vallend koppend scoren, weergaloos, 1-1 vlak voor de rust. Een keerpunt in de wedstrijd, het werd 1-5.’ Koppen was niet zijn sterkste punt, technisch ook niet begaafd. Maar, staat er in de krant: ‘Jan van Haastregt is een werker, een balafpakker, die maar een kant op wil, namelijk: vooruit.’ De timmerman – linkspoot – strooit met  passes richting de vleugels, van waaruit de spits wordt bediend en moet doen waarom hij daar staat, scoren.

Hersenschudding

Wat een glorieus moment moet worden in zijn actieve loopbaan, loopt uit op een deceptie. Het seizoen 1967-1968 wordt bekroond met het kampioenschap, ongeslagen kampioen. Rijpwetering verlaat de LVB (Leidse Voetbal Bond) en betreedt de vierde klasse van de KNVB-arena. De beslissende wedstrijd moet Jan missen. Hij heeft een hersenschudding opgelopen bij een training in de zaal. Van Haastregt doet voor wat er precies gebeurde. In een duel valt hij achterover en boem! Hij klettert met zijn hoofd op de vloer die niet meegeeft.  Hevige hoofdpijn. Duizelig alsof hij een paar uur in een achtbaan heeft gezeten. Hij ligt een week in zijn donkere slaapkamer. Wanneer de club na het seizoen de spelers fêteert in het dorpshuis, is er ook voor Jan een zilveren minitrofee met inscriptie. Hij staat nog op de kast, het mooie miniatuurtje. Jan is eraan verknocht.

4e Klasse KNVB. Staand v.l.n.r.: Henk Zonderop, Sjors ten Cate, Gerard Zoetemelk, Jan Jansen, Gerard Schrijvers, Ton van der Meer, Jan Heemskerk, Gerard Weenink; zittend v.l.n.r.: Hans Verkuylen (trainer), Cees van der Star, Hans Witteman, Leo van der Zwet, Hans Weenink, Jan van Haastregt.

‘Leienaars’

Er zijn spelers waaraan de pensionado uit sportief oogpunt niet de prettigste herinneringen bewaard. Hij schudt de namen uit zijn mouw, alsof het gisteren heeft plaats gevonden, dat wil wat zeggen. Stan  van der Meel van DoCoS, die was nog behendiger en slimmer dan Jan, nauwelijks te stoppen. Kees Baader van Altior, nog zo eentje. Vooraf had de trainer gezegd: ‘Die is voor Jan.’ Maar Baader liep Jan er finaal uit. Bij Bernard Kraan van MMO kon je beter uit de buurt blijven, zeker wanneer hij een vrij trap nam. ‘Bernard legde aan, schoot zo hard, altijd raak en wonder dat de bal niet door het net ging.’

Bij DOSR speelde Pim van der Meer, spits, ook hem moest Jan laten gaan. Van der Meer ging later naar LDWS. ‘LDWS,’ Ans mengt zich weer in het gesprek. ‘Wij moesten thuis tegen LDWS spelen. Ze waren al kampioen, het ging dus nergens meer over. Maar voor ons was het een beladen wedstrijd. Voetballen tegen die ‘stadsen’. Ze vonden ons maar ‘boeren’. Wat gebeurt er? Wij gaan tot het gaatje en winnen van die ‘Leienaars’. Woest waren ze. Waarom? Ik zou het niet weten. De dames van de eerste elftalspelers kregen allemaal bloemen van ons, die ze schreeuwend tegen de ruiten van de kantine kapot sloegen.’ Het heeft Jan weleens pijn gedaan wanneer een club uit de stad tegen Rijpwetering moest spelen: ‘Er werd dan een beetje minachtend over ons gedaan, op ons neergekeken. Dat werkte wel motiverend, de trainer hoefde ons niet op te peppen. Ik deelde uit en gaf geen krimp wanneer ik voor mijn poten werd  geschopt. Gaan liggen en schreeuwen? Ben je bedonderd, ik liet me niet vernederen door die gasten.’ Trauma’s opgelopen van dergelijke wedstrijden? ‘Totaal niet, na afloop in de kleedkamer blijf je voor het douchen even zitten tot de adrenaline is uitgewerkt. Daarna drink je weer een biertje met elkaar. Zo hoort dat, vind ik.’

Aan de Ouwe Bocht wonen maar liefst zes voormalige voetballers van de Ripse club. Niet zo vreemd dat de deur regelmatig openzwaait om met een ‘ouwe makker’ te praten over toen en nu.

Buikschuiven in de modder

Aan de Ouwe Bocht in Rijpwetering woont een heel gezelschap, dat in het eerste van de club triomfen heeft gevierd. Mannen waren de opeenvolgende trainers konden bouwen. Hans Witteman, Hans Weenink, Jan Jansen, ‘onze’ Jan, Cees van  der Star en Nico Disseldorp. Disseldorp? Disseldorp? Hoewel zijn voetballoopbaan al een tijdje achter hem ligt, komt de naam heel bekend voor. Er zijn veel Disseldorpen in Rijpwetering en wijde omgeving.

Nico Disseldorp mag nog graag een balletje trappen. Deze bal kreeg hij dit jaar op Vaderdag. Op speciale dagen trekt hij het (prachtige) shirt met de V van r.k.s.v. Rijpwetering aan.

Deze Disseldorp is de vader van de Simone, die regelmatig meewerkt aan LAV, een sprankelende presentatrice, die kundig interviewt en een verrassende verrijking zou betekenen voor menig in Hilversumse (sport-)programma. Wat een geluk, ik tref hem thuis. Is Jan van Haastregt een bescheiden figuur, Nico Disseldorp zou familie van hem kunnen zijn. De tongen komen toch los en wat blijkt? Disseldorp heeft zeven aaneengesloten jaren in de hoofdmacht van Rijpwetering gespeeld. Daar denkt hij met het grootste genoegen aan terug. Ook aan voorvallen die toen niet tot een schaterlach leidden, maar nu wel degelijk de lachlust opwekken.

Nico Disseldorp, opeenvolgend zeven jaar verdedigde hij de mooie kleuren van r.k.s.v. Rijpwetering. Hij poseert graag met zijn architectonisch zeer geslaagde dochter Simone. Beiden weten veel, heel veel van het amateurvoetbal in Leiden en de regio.

Nico: ‘Het veld waarop wij trainden was een modderpoel. Ik weet nog dat daarover bij de gemeente zo geklaagd werd, dat ze daar gek van werden. Afijn, als er getraind moet worden, wordt er ook getraind. Stevige partijtjes. Op een gegeven moment trek je je niets meer van de modder aan, je scoort glijdend, valt, staat op, wordt gemangeld. Kortom, we zien er geen van allen uit. Als ik een doelpunt had gemaakt, maakte ik een buikschuiver. Of wij de kleren zelf moesten wassen, weet ik niet meer. Ik denk van wel. Daar waren ze thuis niet blij mee.’ Nico liet zijn voetbalschoenen schoonmaken en invetten door een rakkertje uit de straat. Hij kreeg daar twee kwartjes voor. Een heel bedrag in die tijd.

Simone Disseldorp, medewerkster aan de radio- en televisieprogramma’s van LeidenAmateurVoetbal: ‘Al ruim acht jaar gaan mijn vader en ik samen naar de voetbal. Daarvoor ging hij met mij ook vaak al op zaterdag naar ARC. Maar in die tijd werkte ik nog in het weekend. Toen ik later doordeweeks ging werken en op zaterdag steeds vaker mee kon naar de voetbal, ben ik ook besmet met het voetbalvirus. Ik heb er zelfs een deel van mijn werk van gemaakt. Nu volgen mijn vader en ik ál het amateurvoetbal in de regio en bespreken dit uitgebreid, zowel voor- als achteraf. Competitie, beker, transfers, alles! Mijn moeder en zusje worden er weleens gek van. Zelf heb ik nooit gevoetbald. Maar hoe leuk is het dat ik deze hobby samen met mijn vader kan uitoefenen. Het spelletje, de sfeer en gezelligheid langs de lijn… Zaterdag is de mooiste dag van de week.’

Schapen of koeien op het veld. Die waren er niet alleen bij Rijpwetering. Ik zelf weet nog dat bij DoCoS, toen nog aan de Haagweg, de vlaaien met reuzeschop van het veld verwijderd moesten worden. Bij Bernardus, idem dito, maar daar was het veld zo hobbelig, dat je nauwelijks de bal in iemands voeten kon schieten. ‘Bij ons was het anders,’ weet Nico, ‘wij moesten de schapen van het veld jagen. Dat deden we met een mannetje of acht, opgewonden blèrend renden ze weg. De flinke keutels lieten we maar liggen.’

Binnen de gelederen van Rijpwetering heeft men Disseldorp vooral bezig gezien als ‘laatste man’, vroeger werd zo’n speler ‘spil’ genoemd. Het klopt dat de trainer zijn voetballers ‘op een mannetje’ zette. ‘Je blijft bij hem, al loopt hij naar de wc,’ is een uitspraak van Freek Filippo, die – vindt Nico – ‘misschien wel de beste trainer ooit van Rijpwetering is geweest’. Hij voegt er aan toe: ‘Een aardige man, met psychologisch inzicht, die ons wist te bespelen. Voor hem zette ik me altijd meer in, deed ik extra mijn best.’

Het shirt van r.k.s.v. Rijpwetering van Nico Disseldorp is nog puntgaaf, dat van Jan van Haastregt vertoont de nodige gaten. ‘De schuld van motten,’ volgens hem. Evenals van Disseldorp is Van Haastregt berentrots op het tricot.

Jan van Haastregt en Nico Disseldorp  hebben heel prettige herinneringen aan r.k.s.v. Rijpwetering. Dat de vereniging mét VVOA (Voetbalvereniging Oud Ade) verder is gegaan als ROAC (Rijpwetering Oude Ade Combinatie) is een verstandig besluit geweest. Het samengaan is vlekkeloos verlopen, van cultuurverschillen is geen sprake geweest. Ze kijken met een glimlach terug op het toenmalige donateurschap van 1 gulden per maand, het bedrag werd thuis opgehaald. De strijdkreet kennen de mannen natuurlijk ook nog: ‘Houd hoog uw sportvereniging. Houd daarom hoog ‘Rijpwetering’.’ Supporters gedroegen zich zoals dat hoorde en zoals het bestuur dat ook stimuleerde met: ‘Ook U, toeschouwers langs de lijn: Blijft steeds sportief en houdt het fijn!’

Tot op z’n 48ste heeft Jan van Haastregt gevoetbald, toen viel het elftal van ‘oudjes’ uit elkaar. In zijn hele voetballoopbaan scoorde hij drie maal. Daarmee veroverde Jan geen plaats op de topscorerslijst aller tijden van r.k.s.v. Rijpwetering.

Foto’s: Archief r.k.s.v. Rijpwetering, Jan  van Haastregt, Nico Disseldorp

Actuele foto’s: Ans Borst, Ellen Disseldorp

Cees Mentink
Cees Mentink
Bevlogen, kent vrijwel elke Leidenaar, al lang journalistiek actief, interviewt sinds 2014, nestor van de redactie, lieve opa, graag gezien. 'Oude clubhelden", zijn ding!

Must Read