maandag, juli 22, 2024
HomeUit de oude doosOude clubheldenOude clubheld: ,,Het avontuurlijke leven van Leidenaar John Verschoor

Oude clubheld: ,,Het avontuurlijke leven van Leidenaar John Verschoor

-

Het avontuurlijke leven van de vliegende profvoetballer John Verschoor, met een verrassende rol voor Frans ‘Sinterklaas’ Stouten

Het voelde als het meest ontroerende moment van het 2 ½ uur durende interview, toen John Verschoor (1955) vertelde over zijn moeder Rie: ‘Zij is mijn grootste fan geweest, bezocht alle thuis- en uitwedstrijden. Als ik het veld opging, zwaaide ik en blies handkusjes naar haar en ging er extra tegenaan.’

Waar John Verschoor ook speelde, hij zorgde altijd voor een plaatsbewijs voor zijn moeder. Hoog en droog op de tribune, met het beste zicht op het veld en haar zoon.

John Verschoor was met onder meer Wim Rijsbergen, Alfons Groenendijk, Glenn Helder, Leendert de Goey, Marcel Valk en Jeffrey van As, een van de meest interessante voetbalambassadeurs van Leiden en omstreken. Zo voetballers en trainers ‘nomaden’ zijn, lieden zonder vaste woon- en verblijfplaats, hoort John als geen ander bij dit gilde. Verschoor legde de basis van zijn turbulente voetballoopbaan bij LFC, werd geselecteerd voor het Leids en het Zuid-Hollands elftal, liet voetstappen na bij profclubs als Telstar, FC Haarlem en SC Veendam, reisde met het Nederlands Amateur Elftal naar Suriname, ging met FC Haarlem op trainingskamp naar Roemenië en Duitsland,  met Telstar naar Oostenrijk, en…. : Thuis bij John en Mirjam Verschoor.

Twee voormalige voetballers, twee ouwe vrienden poseren op het Stadhuis. John Verschoor en Alfons Groenendijk. Op de achtergrond De Koornbeurs waar John op marktdagen bloemen en planten verkocht.

Wanneer de deur aan de Lodewijk van Deijsselstraat zwierig openzwaait, John Verschoor met een luide stem, omlijst door een brede glimlach, het paar apart van LeidenAmateurVoetbal warm welkom heet, staat daar niet een man, die op 24 november 1955 het levenslicht zag. Er moet een vergissing in het spel zijn, er is ergens een fout gemaakt. Dronken ambtenaar van de burgerlijke stand wellicht?  ‘Een jonge God’ gaat iets – maar niet veel – te ver, een uitstekend geconserveerde 50-er omschrijft hem passend. Hij is gebruind, loopt soepel en kaarsrecht vanuit de heupen en straalt een aanstekelijke energie uit.

Post van de KNVB uit Zeist, met de uitnodiging met het Nederlands Amateur Elftal deel te nemen aan de Koninkrijks Spelen in Suriname.

Geen zwembandjes in de taille, geen grammetje vet teveel. Het geheel afgerond door een jaloersmakende volle, zwarte coiffure die door de vitale Leidse voetbalhaarsnijder en vriend Dick van Paridon op eredivisieniveau wordt gehouden. Hier staat de voetballer-van-weleer, voor wie de liefhebbers naar de stadions snelden, die als trainer zijn pupillen wist te motiveren en inspireren tot onvermoede prestaties.

Onder Roodenburg-trainer Wim Rijsbergen speelde John Verschoor uitstekende wedstrijden. ‘Willem kon me tot in de haarvaten motiveren,’ aldus John.

Eén brok liefde voor het spelletje, daarbij 100+% in de rug gedekt door zijn Mirjam, die hem haar liefde al op 16-jarige leeftijd verklaarde en nimmer van zijn zijde week. Niet zo vreemd dat het onafscheidelijke tweetal een ‘tintje’ heeft. Net terug uit Spanje, een maandje luieren aan het strand, wandelen over de boulevard, San Miguel afwisselen met café negro (in Spanje mag dat woord nog vrijelijk gebruikt worden), elke dag de kranten lezen op de tablet, urenlang Sudoku-5-sterren invullen en in hun twee-onder-een-kap commentaar leveren op elke voetbalwedstrijd van enig belang uit ons land, Frankrijk en Spanje, gevolgd via een beeldscherm-op-kamermuurformaat.

John Verschoor met zijn Mirjam in Paramaribo tijdens de Koninkrijks Spelen

De auto-met-de-ster-op-de-grill voor de deur staat niet uit te hijgen, het meer dan betrouwbare vehikel kent na zoveel retourtjes wat van hem wordt verwacht. Er is koffie (een sterk bakkie graag, het is nogal vroeg in de ochtend) voor Hennie, de fotograaf-van-dienst, en thee voor de man met pen en blocnote in de aanslag. Zoetekauw John verwent zichzelf met een tablet Milka witte chocolade, 20 blokjes van 1 bij 1 centimeter. Tijdens het gesprek steekt hij met korte tussenpozen een stukje genietend in de mond.

‘Zaalvoetbal vraagt om aanvallend voetbal,’ kopte het Leidsch Dagblad. Een uitspraak van Joop Honsbeek, hier op de voorgrond, coach van Sanitair Sjardin. John Verschoor en Bles Zuma volgen het spel. Honsbeek sprak van ‘moeilijke jongens met wie hij geen problemen had’. Dank je de koekoek. Het team stond weken lang strak bovenaan in de hoofdklasse zaalvoetbal.

Zelfstandig ondernemer, bloemen en 007

Natuurlijk zou het meer voor de hand hebben gelegen dat John Verschoor in plaats van LFC lid van DoCos zou zijn geworden. Hij is van rooms-katholieke huize. LFC had zijn velden dichter bij huis dan DoCoS. Trouwens, broer Tom speelde al bij de Kanaries. ‘Toch is het iets anders gegaan,’ zegt John. ‘Bij ons aan de overkant in de straat woonde Bram Massaar, secretaris van LFC. Hij zag hoe ik als ventje van 5, 6 jaar al bezig was met ballen. Elke minuut was ik aan het voetballen. Dag en nacht. Hahaha. Massaar zei tegen mijn  ouders, dat ik lid moest worden van LFC.’

• LFC kampioen seizoen 1975-1976. Staand v.l.n.r.: Henny Kwaak (grensrechter), Wouter Bentink (verzorger), René Holswilder, Teun Hoek, John Verschoor, Koos Bekooy, Aad Neuteboom, Hans Kruijff, Alex Neuteboom, Cor Sip (sponsor, begeleider), Melbie Raboen (trainer); Zittend v.l.n.r.: Rob Groenendijk, Bles Zuma, Cock van Weerlee, Wim en Piet Gubler, Henk Spies, Paul Hartevelt.

Hoewel John volgens iedereen ‘een gezond stel hersens’ had, moest hij niks van school hebben. De  lagere school aan de Potgieterlaan doorliep hij met opgewekte tegenzin, maar de HAVO, die hij makkelijk kon halen, maakte hij niet af. De MAVO boeide hem nog minder. Dus zonder diploma’s stapte hij de wijde wereld in. Ging werken voor en bij vader Tom, die kramen verhuurde, John verkocht bloemen en planten. Ook toen had de jonge Verschoor altijd wel een bal bij zich. Balletje hooghouden? Tot vervelends toe. Balletje mikken tegen stoepranden? Ontelbare keren raak. Daar en toen werd het fundament gelegd van een glanzende carrière op de groene mat en in de zaal.

Het 1ste van UVS seizoen 1976-1977. Staand v.l.n.r.: Gerard Désar, Piet Kruit (voorzitter), Piet van Putten, Cees du Prie, Frits v/d Heiden, Peter v/d Wal, Aad Otto, Wim van Loef (elftalleider), Koos Hannaart, Wim Polane (secretaris), Arie Lagendijk, Arie v/d Hoogt (penningmeester), Wil Henskens ; gehurkt v.l.n.r.: Cees Pouwiel, Henk Zandbergen, Bert Kort, Fred Filippo, John Verschoor, Cor Pennenburg, Hans Neuteboom. Niet op de foto: Jan Verver en Wijnand Sloos.
Het seizoen dat John Verschoor debuteerde bij UVS kwam het tot een aanvaring met trainer Gerard Désar en voorzitter Piet Kruit. John betichtte de trainer van ‘vriendjespolitiek’, hij weigerde zijn woorden terug te nemen en keerde terug naar LFC. Kort overigens, het contract met Telstar hoefde alleen nog maar getekend te worden.

‘Ik wilde maar één ding: voetballen.’ De hazen liepen anders. John: ‘Op 18-jarige leeftijd heb ik beperkte handlichting gevraagd en gekregen. Daarmee werd ik meerderjarig verklaard en was ik niet meer afhankelijk van mijn ouders. Toen ben ik ècht in de bloemen- en plantenbranche begonnen als zelfstandig ondernemer.’

John Verschoor en Piet Gubler nemen afscheid van LFC. Zij krijgen een fraai bord-met-inscriptie ter herinnering aangeboden. John noch Mirjam weten waar het bord is gebleven. Flip Massaar is ook nog zichtbaar.

Wat tijd daarna kwam hij tijdens zijn rondzwervingen over de voetbalvelden in contact met Frans Stouten. ‘Toen kwam het ondernemen in een stroomversnelling,’ vervolgt John. ‘Vrij snel begonnen wij twee bloemenzaken, waarvan wij er een binnen een jaar doorverkochten aan Dick van Paridon, ook een fenomeen als kapper, met een salon aan het Bizetpad in Leiden Zuid-West.’

Stouten en Verschoor zijn Feyenoordfans, geen woorden maar daden is ook hun lijfspreuk. Ze gingen de horeca in en kochten Bar Dancing 007 in de Wolsteeg van Cor Sip, sponsor van LFC, ook eigenaar van café ’t Snickeltje en uitbater van een huis-van-plezier. Flip ‘Mr. LFC’ Massaar ontving daar een tijdje de gasten en runde de garderobe.

John Verschoor, een jaar of 18. Staand v.l.n.r: Albert Klunder (grensrechter), Paul Harteveld, Dick ?, Koos Bekooy, Hennie Zee, Teun Hoek, René Holswilder, Henk v/d Berg, Aad Neuteboom, Jan Neuteboom (trainer); gehurkt v.l.n.r: Sjaak Bouwmeester, Cock van Weerlee, John Verschoor, Reggie Douwes, Hans van Eijgen, Herman Roedoe.

Ajax – FC Amsterdam – Telstar

Wanneer alles op de rit staat, de zaken goed lopen, beschikt John over nogal veel vrije tijd. Wat te doen? Zijn horecatak uitbreiden, een andersoortige winkel openen? Nee, er is tijd en ruimte om de wereld van het profvoetbal, nog altijd zijn droom, te ontdekken. Zelf zegt hij dat Telstar al aan de bel had getrokken. Ook dat hoofdstuk heeft een ander begin.

Voor FC Amsterdam speelde John Verschoor enkele proefwedstrijden in het Olympisch Stadion, ook trainde hij met de selectie mee. Het kwam niet tot een contract; John voelde zich ‘gepiepeld door scout Bruins Slot. Let op de LFC-tas.

Het leven van John Verschoor zou een totaal andere wending hebben genomen, wanneer hij op die avond in mei de vier heren had binnengelaten. Ze waren vanuit Amsterdam naar Leiden gereisd. Bobo’s van Ajax die het jonge talent een plaats aanboden in de Ajax opleiding. De beloften van rozengeur en maneschijn kleurden een gouden toekomst.

Interessant: het oplopende premiestelsel van Telstar. ‘Voor die tijd waren het mooie bedragen,’ zegt John Verschoor.

‘Niet doen, John,’ luidde het advies van pa. ‘In het voetbal is niets zeker. Blijf bij je bloemen en planten.’ Zoals het een goede zoon betaamt, luisterde John naar de raad van zijn wijze vader, die overigens niet zo dol op voetbal was als zijn vrouw. Toen John een paar jaar later bij de Amsterdamse club mocht meetrainen en een paar proefwedstrijden speelde, kwam het ook niet tot een verbintenis. ‘Daar ben ik zelf  schuld aan geweest,’ weet hij nog. ‘Ik hing daar de branie uit, had een te grote mond. Fout.’

In het Olympisch Stadion bij fusieclub FC Amsterdam (Blauw-Wit, DWS, De Volewijckers) mocht John laten zien wat hij in zijn voetbalmars had. Gescout door Tonny Bruins Slot speelde hij een wedstrijd-bij-kunstlicht tegen een C-elftal van FC Amsterdam. De toen 19-jarige Leidenaar kwam 90 minuten binnen de lijnen, had na afloop een woordenwisseling met Bruins Slot aan wat voor soort contract er werd gedacht en reed in zijn bestelbus terug naar de Sleutelstad.

De selectie van Telstar. Bovenste rij v.l.n.r: Ton Kamphues, Rob v/d Meer, Marcel Liesdek, Koos Kuut, John Verschoor, Siem de Graaf, Theo van Seggelen; middelste rij v.l.n.r: Joop Brand (trainer), Ted Immers (ass. trainer), Cees Mens, Manfred Nan, Sem Wokke, Henk ten Cate, Eef Melgers, Gerfred Greveling (fysio); onderste  rij: Ben Haverkort, André Wetzel, Douglas George, Kees Schoo, Joy St Jago, Floor Buma.

Onderweg vertelde hij Leidsch Dagblad verslaggever Ad van Kaam dat ‘Die Bruins Slot wilde mij met een kluitje in het riet sturen’. Eerdere contacten met trainer Joop Castenmiller van Telstar en  andere belangstellende clubs liepen ook uit op niks. ‘Ik kon een zogenaamd C-contract tekenen, een soort amateurcontract. Dan speel je voor een appel en een ei. Of voor een kop thee met een roze koek in de rust en een consumptie na afloop.’

De shirts van de verschillende clubs waarvoor John Verschoor speelde. ‘Ze inlijsten en ophangen?’ vraagt hij en antwoordt: ‘Nee, dat gaat mij te ver. Net als die fanclub voor mij bij Telstar.’

Met Joop Brand kwam de ondernemer wel tot een deal. John: ‘Telstar had Bennie Heemskerk van RCL ingelijfd. Rond Bennie werd het team opgebouwd, Bennie zou de nieuwe Ruud Geels worden, de aan de lopende band scorende spits.’  Voor de aanvoer van ballen moesten een paar Leidenaren zorgen: Theo van Seggelen (Lugdunum, UVS), Bob van Bohemen (RCL)  Ton Kamphues (Roodenburg, UVS), Sjoerd Boot (Noordwijk), John Verschoor. Kortom, ze speelden in dienst van Bennie. ‘Eindelijk gingen we met voetballen centen verdienen,’ lacht John. ‘Joop Brand was lijp van mij. Dat kwam goed uit want Bennie die op een sokkel was getild door Telstar, blesseerde zich en speelde dat jaar een wedstrijd, terwijl ik een geweldig seizoen had.’

Behalve het 1ste van ASC trainde John Verschoor ook de A-jeugdselectie van de club. Na een weer succesvol seizoen kreeg hij dit naambord aangeboden.

FC Haarlem

Extra aantrekkelijk voor Telstar was het feit dat de Leidenaren in een auto naar de club kwamen, dat scheelde reiskosten. ‘Daar kwam nog bij dat Theo van Seggelen, Ton Kamphues en mijn persoontje de Spelersraad vormden. Er hoefde niet op de club vergaderd te worden, dat deden we in de auto. Hahaha. Wij drieën waren de verbinding tussen de selectiespelers, technische staf en het bestuur.’

Een salarisoverzicht van FC Haarlem. Het vlaggenschip met John Verschoor voorop pakte die maand alle premies van 600 gulden.

Die taak bleek gebakken voor Van Seggelen, hij studeerde Notarieel Recht aan de Universiteit Leiden, hij zou later een van de oprichters en voorzitter zijn van de Vereniging van Contractspelers (VVCS) en nog later secretaris-generaal van FIFPro, de internationale vakbond voor profvoetballers, met 55 aangesloten landen. De afrekeningen van Telstar heeft Mirjam tevoorschijn getoverd. Leuke bedragen voor een ‘Glibber’ die naast het voetballen nog zijn bloemen, planten en 007 had. Verschoor kon zich volop aan zijn liefde wijden, zonder daarvan afhankelijk te zijn. 1 en 1 = 3.

Bij Telstar liepen ze weg met de charmante, flamboyante Verschoor. Zo zeer dat er spontaan een John Verschoor Fanclub in het leven werd geroepen. De fanclub organiseerde regelmatig bijeenkomsten met John in de hoofdrol. Er werden buttons, plaatjes, sjaals-met-opdruk uitgebracht. Wanneer John tekent bij FC Haarlem houdt de club op te bestaan. ‘Zo’n fanclub streelde mijn ego, ik vond het wel over de top,’ meent hij, ‘zeker voor een voetballer.’

John en Mirjam, samen in de zon. Wat wil ’n mens nog meer? Ze leerden elkaar kennen op 3 oktober 1974, tijdens de 400ste verjaardag van Leidens Ontzet.

‘Niet meer doen, maat’

Bij Haarlem ontmoet hij goaltjesdief Piet Keur, met wie hij nog steeds bevriend is. Net als John een levensgenieter, die niet in een biertje spuwt. Op doel staat Stanley Menzo, Luc Nijholt (die later naar Schotland verhuisde) en de Metgodjes, met wie hij het binnen en buiten de lijnen uitstekend kan vinden. Door het snellere en hardere spel in de eerste divisie en zijn ijzersterke conditie blijkt John zonder problemen te kunnen functioneren in de Eredivisie.

Een echte jukebox, stond ooit in de kantine van UDWS. John Verschoor heeft hem op laten knappen. Nu speelt ‘ie weer als in z’n beste jaren. Barry White, Neil Diamond, The Drifters, Cliff Richard. Een nummertje kost een ouderwets kwartje.

Inmiddels hebben hij en zijn Leidse kompanen geleerd om de boetepot niet te veel meer te spekken. ‘In het amateurvoetbal is een avondje stappen voor een wedstrijd geen issue, een paar pilsjes na de wedstrijd ook niet, een training laten schieten of op het nippertje voor de aftrap verhit het veld op rennen, wordt ook door de vingers gezien. In de profwereld gaat het er veel serieuzer aan toe. Hoe stevig de bloemen- en plantenman in zijn voetbalschoenen moest staan, werd hem keihard duidelijk op de trainerscursus.

Zaalvoetbalteam Sanitair Sjardijn. Staand v.l.n.r: Frans Stouten (in bontjas), Cock Slingerland, Cees de Roode, Ger Nagtegeller, Joop Honsbeek (coach); zittend v.l.n.r: Paul ? (grensrechter), Bart v/d Weijden, Wim Visser, Bles Zuma, John Verschoor, Cock van Weerlee.

‘Ruud Heus van Feyenoord en ik reden altijd samen naar de cursus. Tijdens een spelletje speel ik de bal door zijn benen. Even later haalt hij mij bikkelhard onderuit en zegt ‘moet je niet meer doen, maat’. Op de weg terug geen woord over dat incident. Dat is profvoetbal. Dat was wel wennen.’

Wat gebeurde in het seizoen ‘83/’84? Het is niet de eerste keer dat hij het verhaal vertelt: ‘De wedstrijden tegen Ajax zullen mij tot de laatste snik worden nagedragen. Bij de rust stonden wij met 0-3 achter. In de rust ging het van ‘gvd, we laten ons niet piepelen’. Getergd gingen we de tweede helft in. Ik scoor er twee en Joop Böckling maakt de 3-3. Iedereen juichend op de banken. Later in De Meer winnen wij met 3-0, ook toen schopte ik ze erin.’ Met Böckling speelt John bij speciale gelegenheden in oud-Haarlem.

Het Leids Selectie-elftal. Staand v.l.n.r: Theo van Seggelen, Aat de Groot, Fred Filippo, Koos Hannaart, Jan Verver, Piet van Putten, Koos Bekooy, René Holswilder; gehurkt v.l.n.r: Jaap Schildhuizen, Reinier Verkuylen, Sjaak Bouwmeester, Peter? (‘Hij speelde in Roodenburg’), John Verschoor, ? (verzorger).

Verschoor, die jongen uit het westen

In die tijd kon een speler niet zelf of via zijn zaakwaarnemer bepalen in te gaan op een contract of een verlenging. Laat staan over transfersommen. Zo kon de club een speler als een ‘slaaf’ verhuren of verkopen aan een andere club. Door een profvoetballer in België, Jean-Marc Bosman, kwam er een einde aan deze onvrijheid. John Verschoor was nog de pineut. FC Haarlem verhuurde hem aan SC Veendam, dat aan de Lange Leegte zijn povere partijtjes speelde. De Lange Leegte stond bekend als ‘Siberië’, als een strafkamp waar je nog niet dood gevonden wilde worden. ‘Nee, nee, nee,’ protesteert Verschoor. ‘Ik heb het daar een jaar uitstekend naar mijn zin gehad. SC Veendam stond bekend als een cultclub, met een minimum aan budget, in een ambiance minder dan die van 4e klasse amateurs. Daar heerste een uitgelaten sfeer met veel bier. Nuchtere, over het algemeen weinig spraakzame voetballers kleunden er elke week in, promoveerde zelfs tweemaal naar de Eredivisie en kelderde meteen weer tweemaal.’

• Nog een selectie van Telstar. Bovenste rij v.l.n.r: Floor Buma, Rob v/d Meer, Koos Kuut, Bart van Nieuwpoort, Jan Nederburgh, John Verschoor; middelste rij v.l.n.r: Ruud Elzerman (arts), Gerfred Greveling (fysio), Frans Reuser, Jan Over De Linden, Coen Akersloot, Cor Plaizier, René Smit, Joop Brand (trainer), Ted Immers (ass. trainer); onderste rij vlnr: René van Breevoort, Theo van Seggelen, Ben Heemskerk, Kees Mens, Ab van Oorschot, Mink Verbaan (materiaal verzorger).

Verschoor had bedongen eenmaal per week naar Oost-Groningen te komen om te trainen, driemaal 475 kilometer per week was een bovenmenselijke opgave. Hij zou zijn conditie op peil houden bij UVS, bij Arie Lagendijk. ‘Daar kwam natuurlijk niet veel van,’ herinnert John zich. Weer die lach. ‘Ik nam toe in gewicht. Dat ontging trainer Henk Nienhuis niet. Hij vroeg naar het telefoonnummer van Arie om te overleggen. Arie heeft geen telefoon, zei ik. Geen telefoon? Kom nou. Nee, Arie heeft echt geen telefoon, hoe woont in een afgelegen boerderij, ver van de bewoonde wereld, daar is geen telefoon. Verdomd, Nienhuis geloofde mij.’

Ook Arie viel voor de altijd vrolijke, praatgrage Leidenaar, die door zijn ervaring zo belangrijk was in de kleedkamer en op het veld. ‘Ze keken tegen mij op, omdat ik uit het westen kwam, aanwijzingen gaf, zonder boven de groep te staan. Die gewone jongen werd dus tot aanvoerder gebombardeerd.’

Na SC Veendam bouwde John Verschoor af, bij LFC, oriënteerde zich op de trainersmarkt en ging onder meer aan de slag bij Roodenburg. De mooiste jaren als coach beleefde hij bij ASC, waar hij 8 jaar aan het roer stond. Alleen al zo’n ongehoord lange periode van de ‘volksjongen’ bij het studentikoze ASC zorgde voor een golf van verbazing. ‘Hij haalt daar de Kerstmis niet,’ werd er aan de tap voorspeld. ‘Net als een kalkoen.’ Wat hadden al die kenners ongelijk. ‘Er is een klik geweest vanaf het prille begin tot en met het afscheid.’

Maar liefst 8 jaar stond John Verschoor aan het roer van ASC, 2004-2012. Het klikte tussen de ‘Leidse volksjongen’ en de als ‘elite’ bekende staande Oegstgeestse formatie. Op doel stond Paul Goulmy, huidig voorzitter van de Leidse Sport Federatie.

John is een sfeermens, hij  houdt van gezelligheid en ontspannen een wedstrijd ingaan, levert de beste prestaties. Dit ‘Verschoor Medicijn’ werkte. Driemaal loodste hij de rood-zwarte formatie de nacompetitie in. Nog steeds kan hij smakelijk lachen om een uitspraak van clubicoon Leo Steinmetz: ‘Bij ASC breekt alleen de pleuris uit, wanneer er geen bier meer is.’ Dan komt John  met een onthulling: ‘Toen John van Berkel een tijdje terug bij MMO vertrok, werd ik gevraagd het seizoen af te maken. Zal ik het doen, vroeg ik me af? Het ging kriebelen, MMO is een mooie club, ik heb een seizoen meegelopen als stagebegeleider van mijn zoon Pascal. Ik heb het niet gedaan. Je legt je vast, hè, neemt verantwoordelijkheid. De club rekent op je. Laat mij zo af en toe naar Spanje gaan, een rondje golfen.’

John Verschoor in het shirt dat hij koestert. Het was een cadeau van de ASC-selectie bij zijn afscheid. Er is één exemplaar van gemaakt, dus ’n collector’s item. Kijk even naar de tekst die er op gedrukt staat. Ook ontving John de prachtige ASC-stropdas.
Bij zijn aantreden als trainer bij ASC werd John Verschoor geïnterviewd door de sportredactie van Het op Zondag.

Even voordat ze vanuit Spanje naar huis reden, kwamen het Leidse stel Phil Verstraaten (voormalig voorzitter van Lugdunum, CM) nog tegen. Hij woont bij hun in de buurt. Dan komen de namen van nog meer voetballers voorbij die naar Spanje zijn geëmigreerd of er een paar maanden per jaar verblijven. Bram Brandt (RCL), Gösta van den Burg (UVS, De Rijnsons), Arie Lagendijk, André Zonneveld, Martin Hereur, Jurgen Kok (Roodenburg). Het laatste stukje van de witte chocolade heeft John met smaak opgepeuzeld, het zilverpapiertje tot een balletje gekneed, de herkenbare blauwe verpakking met de Alpenkoe is in de prullenmand beland. Een subtiel signaal: einde interview.

In de Lodewijk van Deijsselstraat is John Verschoor geboren en getogen, hij woont er nog steeds. De tuin aan de voor- en achterkant zijn het domein van Mirjam. Die zien er dus tip top uit. Zo uitnodigend dat een koolmeesje er zijn intrek heeft genomen.

Foto’s: Collectie Mirjam en John Verschoor, Archief A.S.C. (Emiel Sluyterman)

Actuele foto’s: Hennie Kanbier

Lees ook het interview met Tom Verschoor, de 4 jaar oudere broer van John.

Tom Verschoor: de giga-grote liefdes van een kanariegele krachtpatser

‘Wanneer Feyenoord kampioen wordt, zijn wij in ons huis in Spanje,’ vertelt John. ‘Reken maar dat wij in de zon dat kampioenschap met de nodige biertjes gaan vieren.’

 

 

Must Read