Vierde klasse A (zaterdag)- Zaterdag staat de eerste wedstrijd in competitieverband op het programma tussen Koudekerk en Bernardus. Opmerkelijk wel want de onderlinge afstand over de weg van de Sweelincklaan in Hazerswoude-Rijndijk via de Rijndijk, over de Oude Rijn, via de Dorpsstraat naar de Gruttolaan te Koudekerk is slechts 2,73 kilometer. Het is dus eigenlijk goed te belopen. Bernardus stapte echter pas dit seizoen over naar de zondag en vandaar dat de clubs elkaar nu pas treffen. Zie ook de voorbeschouwing op onze website. Nu een vooruitblik met Koudekerk-trainer Ronald Rosdorff. Zijn zoon Mitchell speelt bij de oranjewitten.

De derby leeft in de beide dorpen. Hoe is dat bij jou?

,,Het is natuurlijk speciaal voor beide clubs en ik snap het sentiment wel. Ik ben bij Bernardus werkzaam geweest en zoonlief speelt daar en ik zit nu aan de overkant zeg maar. Het zal best drukker worden dan normaal gesproken bij een thuiswedstrijd, maar hoe druk dat durf ik niet in te schatten. Als trainer heb ik het al meegemaakt dat wedstrijden van buurclubs 1200 mensen trokken. Zo heb ik Alkmania-DOSR, Meerburg-SJZ en SJZ-Stompwijk’92 beleefd als trainer. Voor mij is het dus geen nieuw hoofdstuk.”

Praat je er veel over met Mitchell?

,,Dat valt wel mee, hoor. Natuurlijk praten we wel over voetbal, maar niet zozeer over deze pot. Na afloop zullen we het er best even over hebben. Daarna is het een biertje doen en neem je weer afstand van de wedstrijd. We gaan daar niet spastisch mee om. We zijn wat dat betreft allebei realistisch. De buitenwacht is er meer mee bezig. Hij heeft er bijvoorbeeld meer last van bij Bernardus. Daar zeuren ze die jongen aan de kop. ,,Heeft je vader je al uitgehoord”, “Zijn de geheimen al bekend bij je pa”, en meer van dat. Daar zit hij eerlijk gezegd niet zo op te wachten. Mensen maken het groter dan het is. Alsof het van invloed zou zijn op de uitslag als ik meer van Bernardus weet. De spelers zullen het moeten doen. Niet eens een handje vol spelers- van toen ik daar nog zat- speelt daar nog. Mijn zoon, Devlin Harkes en Jeffrey van der Heiden, maar dat is het wel zo ongeveer. Verder ben ik met mijn eigen ploeg bezig. Uiteraard zal Mitchell best van oor tot oor lachen als zij winnen en hij scoort.”

Waarschijnlijk ben jij veel meer bezig met de ranglijst? 

,, Precies. We staan er aardig voor, maar lopen bijvoorbeeld achter op doelsaldo ten opzichte van Hazerswoudse Boys. Wij moeten ons ding doen en geen punten laten liggen. Dan pas maken we meer kans op een eventuele periode. Vorige week ging het bij Koudekerk al over Bernardus. Daar heb ik een stokje voor gestoken, want we moesten eerst nog ‘even’ van Roodenburg winnen. Ik kreeg bijna gelijk, want we wonnen daar met de grootste moeite en pas vlak voor tijd viel de 1-2. Eigenlijk speelden we redelijk dramatisch en Roy Dorrepaal heeft ons als doelman er doorheen gesleept in de tweede helft. Roodenburg was eigenlijk feller en beter en dus zijn we goed weggekomen. Dat was eerder tegen LSVV’70 ook zo dus laten we vooral niet opeens gek gaan doen. Bernardus heeft minder te verliezen en als er sprake van enige druk is, ligt die bij ons. We kunnen ook op onze bek gaan.”

Je bent voorzichtig en reëel naar de ploeg toe. Waar staat Koudekerk volgens jou?

,,Ik reken mezelf niet rijk. Als we compleet zijn, hebben we een aardig ploegje. Daar geloof ik zeker in. Spannen wij ons voor tachtig procent in dan zijn we heel kwetsbaar en winnen we niet zomaar even van tegenstanders. Het is prettig voor ons dat Bryan van Delft er weer aan zit te komen. Hij was fit na de vakantie, maar daarna viel hij weg door een handblessure. Nu duidelijk is dat er geen operatie volgt, kan hij straks weer aansluiten. Hij is belangrijk met doelpunten en wil de bal altijd hebben. Het is een speler die altijd onderweg is. Met hem worden we sterker. Ik sluit mijn ogen echter niet voor andere ploegen. Hazerswoudse Boys zet grote uitslagen neer en SJC heeft ook een hele behoorlijke ploeg met spelers die hoger hebben gespeeld. Kickers’69 doet het ook goed. We hoeven niet kansloos te zijn voor de eerste periodetitel, maar laten we eerst maar eens winnen van Bernardus. Daarna zien we weer verder.”

Niet zelden geef jij aan dat de rol van de trainer niet overdreven moet worden. Vertel.

,,Ik denk dat 75% van de kracht van een ploeg wordt bepaald door de spelers zelf. Daarnaast heb je wat fortuin nodig. Een trainer moet finetunen, er een groep van maken en kan bepalend zijn voor de sfeer. Neem Nico van der Salm bij derdeklasser FC Oegstgeest. Hij wordt regionaal gezien als een uitstekende trainer, maar hij staat wel laatste. Ligt dat dan aan hem? Hij heeft toch echt ook te maken met een spelersgroep die misschien niet al te sterk is. Vaak lees ik ook dat een trainer zegt dat de taken niet goed zijn uitgevoerd of afspraken niet zijn nagekomen. Het kan ook zijn dat een trainer juist niet duidelijk is geweest. Wat ik maar wil zeggen; de rol van een trainer is ook maar betrekkelijk.”

Tenslotte: waar ligt het gevaar bij Bernardus?

,,Op zondag zag ik hen nog wel eens spelen de voorbije jaren, nu uiteraard niet meer. Ik vang zo nu en dan wel eens signalen op. Spits Daniël van Leeuwen is geen verkeerde, maar hij staat vaak op een eiland. Als hij geen aanvoer krijgt, hebben ze een probleem. Wat ik begrijp is dat hij bijvoorbeeld ballen moet krijgen van mijn zoon. We zullen die lijn dus eruit moeten halen. Voor het overige moeten we er vooral zelf staan en ervoor zorgen dat de puntenteller oploopt.”