Leidenamateurvoetbal.nl en het Leidsch Dagblad hebben al enige tijd een samenwerkingsverband. Bijna elke week levert onze redactie een bijdrage in de krant over het Leidse voetbal. Zo ook deze week. Dit keer kwam Henk de Cler van Lugdunum aan het woord. Voor wie het interview in de krant van vandaag niet las nu nog eens het vraaggesprek en dan ook nog eens de uitgebreide versie.

Vorig seizoen zat Henk de Cler (43) nog op de bank bij Lugdunum. Nu is hij assistent-trainer van Roberto Escudero. Tot zijn eigen verbazing moest hij echter de voorbije weken aan de bak als speler. ,,Op zondag speel ik als veteraan bij de kikkers. Door personele problemen heb ik echter recent moeten spelen tegen Be Fair en Blauw Zwart. Geen wenselijke situatie natuurlijk, maar ik laat Roberto niet vallen. Hij heeft enorm veel energie gestoken in de club en dat waardeer ik enorm. Het is een goede trainer en de club heeft veel aan hem te danken. Het is erg triest voor hem dat hij af en toe geen kant op kan. Sancties zijn nauwelijks mogelijk voor hem. Aan het begin van het seizoen was er niets aan de hand, maar gaandeweg stopten er spelers en anderen raakten geblesseerd. De spoeling is inmiddels heel dun. In Waddinxveen speelde ook veteraan Henk van der Weijden mee en afgelopen zaterdag werd de voorhoede op een zeker moment gevormd door drie noodgrepen. Er wordt makkelijk afgezegd tegenwoordig. Ik heb het mijn hele leven als sport beoefenen gezien, maar tegenwoordig is het voor velen niet meer dan een hobby.”

Lugdunum is nu middenmoter en het lijkt niet reëel om te veronderstellen dat de nacompetitie nog wordt gehaald. ,,Er komen wel wat spelers terug. Zo is mijn broer Tim weer aan het trainen. Het zou voor mij erg leuk zijn om nog eens met hem te spelen. Ik sta echter wel op zijn plek dus wellicht houd ik hem uit de basis. Zottigheid natuurlijk, maar het mag duidelijk zijn dat dit zo niet vol te houden is. Gelukkig is ‘Achie’ (Faridi Blazques, red.) terug van een buitenlands avontuur en kunnen we ook eindelijk beschikken over Mike Aalders. Wel moeten we vrezen dat Martijn van Leeuwen pas volgend seizoen weer terug is, als hij dat al haalt. Natuurlijk is het doodzonde voor deze club dat het zo moeizaam gaat. Als ik zie, op een ledenvergadering, hoe echte Lugdunummers weer op staan als vrijwilliger dan krijg ik daar warme gevoelens van. Het bestaat nog steeds gelukkig. Aan de andere kant moet er wel een plan zijn en naar mijn idee is dit probleem aan de orde bij het gros van de Leidse clubs. Daarvoor pleit ik er voor dat bijvoorbeeld Docos, UVS, FC Boshuizen en Lugdunum samensmelten. Zonder een grootscheepse fusie gaat het niet meer lukken in Leiden om het niveau op te trekken. Misschien dat UVS eersteklasser zou kunnen worden op zaterdag, maar dan heb je het wel gehad. Bij de genoemde clubs is er een sponsortekort en vrijwilligers worden steeds schaarser. Door de handen ineen te slaan, kan deze situatie dusdanig in positieve zin veranderen. Ook koppel je dan de kennis en visie van sterke mensen vanuit die clubs en ik geloof er in dat het dan weer wat wordt in deze stad. Ik zou het geweldig vinden om over een jaar of vijf te kunnen gaan kijken bij een Leidse club die op niveau speelt. Nu wordt er op zaterdag op het vijfde niveau gespeeld bij de amateurs. Voor een stad als Leiden geen reclame.”

De zelfstandige stukadoor stipt ook aan dat initiatieven binnen het Leidse gedragen moeten worden. ,,Het is top dat Leidenamateurvoetbal een regionaal toernooi organiseert. De deelnemende clubs moeten daar vol hun medewerking aan geven. Zo gebeurt er tenminste weer wat. Op de finaledag kunnen clubs met en bij elkaar zijn. Dat moet toch het streven zijn? Zoiets heb ik ook voor ogen met 1 grote Leidse club. Samen kom je veel verder.”

De Cler, die in zijn leven heel vaak geblesseerd was, lijkt aan zijn derde jeugd bezig. ,,Het was grappig dat ik tegen Blauw Zwart eigenlijk niet zou spelen, maar toch werd opgesteld. Bij de tegenstander werd er meteen een andere speler op mij gezet omdat ze dachten dat daar de zwakte lag bij ons. Ik kon me echter prima staande houden. Na afloop kreeg ik de complimenten van de tegenstander. Er werd met respect over mij gesproken. Maar of ik twee duels in een weekend ga volhouden dat is maar zeer de vraag.”

En voor wie De Cler niet goed kent nog even zijn loopbaan op een rijtje. Op vierjarige leeftijd begon het voetbal voor hem, aan de hand van opa die trainer was bij de F’ jes van Lugdunum. Vanaf de A-jeugd werd De Cler, die niet toevallig komt uit een echt ‘kikkersnest’, al bij het eerste elftal gehaald. Door een zware blessure moest hij na 2, 5 jaar een seizoen overslaan. Hij speelde onder meer in die tijd met Cees van Tongeren, Alex Redel en Menno Ooijendijk. Na een kort uitstapje naar UVS volgden twee seizoenen RCL. Blessures bleven hem echter achtervolgen, ook toen hij na het voetballen in Leiderdorp weer terug was bij de groenwitten in de Kikkerpolder. Nog eenmaal zou hij vertrekken, maar na 1 wedstrijd bij GHC hield het op, andermaal vanwege blessureleed. Bij Leidsche Boys werd hij trainer en later dus ook bij Lugdunum. De Cler wil echter niet verder in het trainersvak. ,,Een papiertje halen gaat me niet lukken. Ik ben de hele week al met voetbal bezig (ook met zijn kids, red.) en heb geen gaatjes meer in mijn schema. Zo is het goed.”