Vrijwilligers, je kunt  er als club niet genoeg van hebben. Zonder deze mensen is het voor een vereniging simpelweg onmogelijk te bestaan. Dat geldt ook zeker voor een voetbalclub als Koudekerk, waar onlangs een van hen in het zonnetje werd gezet. En met reden. Dirk Vergunst is sinds zijn veertiende aan Koudekerk verbonden en heeft al heel wat uurtjes op het complex doorgebracht.

Vergunst over het belang van vrijwilligers: ,,Het clubhuis aan de Gruttolaan is helemaal door mensen van de club gebouwd. Natuurlijk hebben we deskundige hulp gehad waar dat nodig was, maar er is werkelijk ongelooflijk veel werk verzet door mensen die belangeloos hun tijd staken in Koudekerk. In het dagelijks leven zit ik op een hydraulische graafmachine, dus het graven van de bouwput was een kolfje naar mijn hand. Het metsel- en timmerwerk? Allemaal door vrijwilligers gedaan. Dat past wel in de warme sfeer van een ons-kent-ons dorpsclub.”

Trotse woorden van een man die verknocht is aan de vereniging. Terugkijken op een bloeiende carrière als speler van het vlaggenschip van Koudekerk kan hij niet. Met een hartelijke lach: ,,Ik hield teveel van een biertje en speelde eigenlijk vooral voor de gezelligheid en niet voor de punten. Toen ik de keeperstrainer van de dames of jeugdtrainer was, kon ik wél serieus zijn hoor. Ook als vlagger bij het eerste maakte ik er geen potje van. Er is een tijd voor een lach en een tijd voor ernst.”

Net als iedere rechtgeaarde voetballiefhebber is deze tijd er een van een oneindige saaiheid. ,,Man! Er komt geen einde aan de weekenden. Vreselijk. Naar voetbal op teevee kijk ik niet. Je ziet alleen van die verwende snotapen die bakken geld verdienen in ruil voor heel weinig werk. Ik houd het op amateurvoetbal, daar vind je nog echt voetbalplezier.”

Die lol van echte wedstrijden in competitieverband ziet Vergunst er dit jaar niet meer van komen: ,,De lockdown is net verlengd en stel dat alles als bij toverslag beter gaat, dan moet er eerst nog getraind worden. Dan heb je het over april. Nee, we zullen het hoogstens met wat oefenpotjes moeten doen. Het is niet anders.”

Tot die tijd zal Vergunst toch nog menig uurtje op het complex van zijn Koudekerk vertoeven: ,,Er is altijd wel wat te doen qua onderhoud. Op woensdagmiddag komen we met een groepje bij elkaar om wat te klussen en te kletsen. Daar zullen we het dan maar mee moeten doen.”