Featured Roodenburg clubgebouw,,Roodenburg speelde op het landje van groenteboer Beij, tussen de Hoge Rijndijk en de Kanaalweg. Van een kantine en kleedkamers was geen sprake, verkleden deden wij ergens in de keuken en daar was ook een soort douche waar je gebruik van kon maken wanneer je er heel erg smerig uitzag. Maar niemand die daar aanstoot aan nam, je wist niet beter.”

Louis de Bolster, gekleed in moderne geruite pantalon en een hippe gestreepte rode trui, zit op zijn praatstoel en genietend vertelt hij over zijn voetballoopbaan bij Roodenburg. ,,Niet dat die ook maar iets voorstelde, hoor, ik was geen talentvolle voetballer, meer een liefhebber,” relativeert hij meteen. ,,Het eerste heb ik nooit gehaald, in het tweede en derde heb ik mijn partijtje mee geblazen, een heerlijke tijd.”

Hij geldt met zijn 92 jaren als de oudste supporter van Roodenburg, de club waar hij tot zijn 45ste jaar de kleuren van droeg. In die actieve periode en ook daarna bleef het blauw-zwarte bloed door zijn aderen stromen. ,,Het clubblad, hè, dat was mijn liefde. Daar heb ik jaren mijn beste krachten aan gegeven. Niet als de man die het blad volschreef, oh nee, ik verzorgde het technische gedeelte, ook niet onbelangrijk.”

Louis de Bolster, niet te verwarren met zijn neef met diezelfde naam die inmiddels 95 jaar is en ooit – in zijn vrije tijd – furore maakte als  trompettist, vertelt zijn verhaal op de bank in zijn aanleunwoning in Woonzorgcentrum Rustenborch, waar hij sinds begin 2013 met zijn Toos (geboren Koet) is gehuisvest. Het tweetal dat al 62 jaar lief en leed deelt, heeft het naar de zin in de nieuwe omgeving. Het werkwoord ‘zorgen’ wordt nog flink door Toos zelf vervoegd. Hoewel er niets dan lof klinkt over de kwaliteit van de keuken van Rustenborch verzorgt Toos graag zelf het ontbijt en de avondmaaltijd. Bij die arbeid liefdevol gadegeslagen door Louis: ,,Zoveel jaren samen… ik heb er geen dag spijt van.”

Kostelijke anekdote

Op zijn twaalfde jaar ging Louis de clubkleuren van Roodenburg dragen. Waarom Roodenburg? Vriendjes in de buurt waren er lid van, dus was het vanzelfsprekend dat ook Louis hun voorbeeld volgde. Het werd een verbintenis voor het leven. ,,Eens Roodenburg altijd Roodenburg”, klinkt het eenvoudig. Over clubtrouw gesproken.

Door het klimmen der jaren komen namen en gebeurtenissen met enige vertraging aan de oppervlakte. Geen nood, er is alle tijd om zijn voetbalgeschiedenis op te tekenen. En waar het ook na enig nadenken niet wil lukken, geeft Toos een hint, veert Louis op en vertelt met kraaloogjes een geestig voorval.

Deze bij voorbeeld: ,,Wij voetbalden dus aan het Laantje van Beij. Beij was groenteman, naar hem is het laantje genoemd. Hij was ook een fanatieke Roodenburger. Wanneer wij uit moesten spelen, reed hij ons met zijn groentekar onder andere naar Alphen of Zoeterwoude, ook bij slecht weer. Wanneer het ging regenen doken wij onder een zeil, waar ook nog appelen lagen die wij gillend van de lach opaten.”

Een kostelijke ervaring waar Louis nog uitbundig om kan lachen. Zo zeer zelfs, dat hij er van achterover valt op de bank, zijn hoofd belandt in de schoot van zijn Toos.

Het gestencilde clubblad

Hij combineerde werken met sport. Nauwelijks veertien jaar trad hij als knecht in dienst van Drukkerij Raar in de Nieuwstraat. Hij ging letters zetten in het kleine bedrijf. De leerling letterzetter werkte zich op tot typograaf, het vak boeit hem nog steeds. Toen Roodenburg iemand zocht om het clubblad een professioneel aanzien te geven, werd Louis benaderd: ,,Jij bent toch typograaf?” werd er gezegd. De leerling die inmiddels via gezel meesterzetter was geworden, kon dat niet ontkennen.

,,En zo is het gekomen, dat ik het clubblad ging drukken.” Drukken is een groot woord. Van drukken was in feite geen sprake. Het blad werd gestencild. Dat ging zo: op stencils werden de stukjes van het bestuur, de verslagen van wedstrijden en het programma voor de komende week getypt. Met de stencils onder de arm kwam een bestuurslid bij Louis, die dit tere materiaal op de stencilmachine bevestigde, inktpatronen plaatste en met de hand ging draaien. Een precies werkje. Wanneer een stencil ook maar iets gebobbeld was, werd het resultaat niet om aan te zien.

Maar Louis was een ‘echte De Bolster’. Wat hij ter hand nam moest minstens in aanmerking komen voor een negen, met een lager rapportcijfer nam hij nooit genoegen. Was het clubblad eenmaal gestencild, moesten de pagina’s gesorteerd en geniet worden. Al die werkzaamheden werden in de schuur uitgevoerd. Louis werd daarbij vaak geassisteerd door zijn vader. De andere dag – de arbeid begon om zes uur! – nam hij de kant en klare clubbladen mee naar zijn werk, om ze later die dag bij het bestuur af te leveren. ,,Hij was al economisch bezig, Louis, op zijn manier”, merkt Toos op. Wanneer de clubbladen nog bijgesneden moesten worden, ging Louis eerst nog langs bij Drukkerij Labor Vincit aan de Nieuwe Rijn. ,,Ik ben door regen en wind gegaan met de clubbladen, soms ook ’s avonds laat”, herinnert hij zich levendig. ,,Dat was geen pretje. Stel dat ik zou vallen, al het werk zou voor niets zijn geweest.”

Het is met enige regelmaat voorgekomen dat het bestuur nog ‘laatste nieuws’ had, dat per se mee moest. Dan was er echt sprake van ‘stop de persen’. Louis haastte zich dan naar het bestuur of een van de bestuursleden kwam haastje-repje naar hem toe. Geen irritaties of ergernissen van Louis zijn kant. ,,Je deed alles voor de club.”

Broers

Terug naar de groene mat. Er waren drie broers De Bolster, die voor Roodenburg speelden: Piet, Bram en Louis, ‘het jonkie’. Piet en Bram zijn er niet meer. Nu nog schiet Louis vol. Hij hield ontzettend van hen. ,,Ik mis ze.” De tranen worden gewist, ze maken plaats voor nadere informatie over de kwaliteiten van het trio De Bolster.

,,Piet kon geweldig hard lopen, hij was ook stevig in de duels,” vertelt Louis, na een slokje frisdrank, ik was zijn tegenpool. Ik stond wel rechtshalf, toentertijd een pittige plek in het elftal, je moest mee naar voren en je moest helpen verdedigen, maar ik miste snelheid en man tegen man ging ik bij voorkeur uit de weg.” Louis de Bolster heeft wel doelpuntjes meegepakt, ook gescoord met zijn hoofd. Toch was het jammer dat hij niet tweebenig was. ,,Rechts kon ik aardig uit de voeten, maar links kon ik geen bal schoppen, laat staan plaatsen op maat.”

Broer Bram was de man van zijn woord: wat hij afsprak kwam hij altijd na. Middenliniemannen, alle drie, die van De Bolster, maar niet zo als de gebroeders Van der Gijp indertijd bij DHC. De kicksen van toen waren totaal anders dan die flatteuze en fel gekleurde schoentjes van tegenwoordig. Thuis werden de scherpe spijkertjes plat geslagen of dat werd door de schoenmaker gedaan. Dat gold ook voor de noppen die om de haverklap loszaten. Toos: ,,De voetbalspullen waste ik zelf, de voetbalschoenen moest Louis schoonmaken, moddervrij maken zogezegd en weer in het vet zetten voor de volgende wedstrijd.”

Leidse Hout

Er worden goede herinneringen bewaard aan de tijd dat er in de Leidse Hout werd gespeeld. Een accommodatie, niet te vergelijken met die in het Laantje van Beij. ,,Opeens hadden wij kleedkamers, zit- en staantribunes en een prachtig veld,” weet hij. Die ontwikkeling hield gelijke tred met de betere welstand van de mensen.Ook dat hebben Toos en Louis meegemaakt. Bij hun huwelijk trokken ze in bij Toos’ ouders aan de Borneostraat, verhuisden na negen jaar naar een bovenwoning in de Irenestraat, waar ze min of meer buren werden van de Lovinkjes, een echte Roodenburg-familie, waar ook Siem Oudshoorn woonde, ooit voorzitter van Roodenburg die naar Canada vertrok, om vervolgens in de Bachstraat te gaan wonen. En vorig jaar vertrokken ze na 41 gelukkige jaren in de Buys Ballotstraat naar Rustenborch. Het tweetal is realistisch genoeg om te weten dat dit de laatste verhuizing werd. Ze kregen twee zonen – Peter en René – die vreemd genoeg nooit hebben gevoetbald. Ze kozen voor de sportschool en hardlopen. Aan Louis heeft deze keuze niet gelegen, hij nam zijn jongens vaak genoeg mee naar Roodenburg, waar hij zijn partijtjes blies of naar wedstrijden keek.

In de loop der jaren

Roodenburg is voor veel voetballers het startpunt voor een mooie voetballoopbaan geweest. Aan namen geen gebrek: Wim Rijsbergen, Jeffrey van As, Glenn Helder, Ron de Roode, Bert Jansen, Wout Holverda, Marco van Alphen en Hennie de Romijn. Louis weet  het allemaal. Hij kent de jongens en heeft ze altijd gevolgd. ,,Ik koos voor een ander leven,” legt hij uit. Ik koos voor mijn gezin. Trouwens, als ik mijn kaarten op het voetbal had gezet, zou ik dan geslaagd zijn?” De vraag stellen is haar beantwoorden: ,,Nee.” Het vak van typograaf heeft Louis veel voldoening gegeven en het spelletje beziet hij niet meer langs de lijn, maar vanaf de comfortabele bank. In HD, hij wil geen detail missen.

En dan vertelt hij weer lachend over het aan- en uitkleden in een schuur of bijkeuken, het speelveldje aan het Laantje van Beij dat alleen bereiken was via een gammele horizontaal geplaatste trap waar je zo vanaf kon donderen. ,,Dikwijls poedelden we ons na afloop een beetje schoon en gingen naar huis. Daar wasten wij ons, ook in de keuken.” Een trainingspak heeft Louis de Bolster nooit gehad en er was maar één paar schoenen. Om er helemaal zeker van te zijn of een wedstrijd doorging, ging hij zich naar het Gangetje. Daar hing een kastje aan de muur met achter glas  het programma van die dag, een blaadje bevestigd met punaises.

Andere tijden? Ja zeker! Toen Roodenburg overging op een echt gedrukt clubblad, kwam er een einde aan een tijdperk. Gestencilde clubbladen konden echt niet meer. Louis de Bolster heeft daarna nog lange tijd het wedstrijdblaadje van het eerste op zondag verzorgd. Ook dat deed hij ‘op zijn De Bolsters’: dus een negen! Fotografie werd zijn hobby: fraaie opnamen van herkenbare en vooral rustieke Leidse plekjes laat Louis graag en trots zien. Hij hoopt dat zijn kinderen er even  voorzichtig mee omgaan als de liefde waarmee hij al dat moois op de gevoelige plaats heeft vastgelegd.

Onlangs maakte het echtpaar op verzoek van Louis een ‘sentimental journey’ naar het Laantje van Beij. Daar zijn ze vanuit Oegstgeest lopend naar toe gegaan. ,,Ik wilde nog een keer zien hoe het er nu uitziet.” En de Singelloop, waaraan hij vaak heeft deelgenomen, hoopt in april als toeschouwer te volgen. Rhijngeesterstraatweg/Schuttersveld, dat wordt een ‘kippenstukje’ lopen.

•Toos en Louis de Bolster, op de bank in hun aanleunwoning, vertellen over meer dan zestig jaar lief en leed en over ‘de mooie tijd’ bij Roodenburg.
• Toos en Louis de Bolster, op de bank in hun aanleunwoning, vertellen over meer dan
zestig jaar lief en leed en over ‘de mooie tijd’ bij Roodenburg.

Mooie momenten in Noord

Vorige maand vond er een bijzondere gebeurtenis plaats bij Roodenburg. De familie van Louis de Bolster had aangegeven dat ‘de oudste supporter’ nog graag een keer een bezoek zou willen brengen aan de club. Sinds het vertrek uit de Leidse Hout had hij met steeds grotere tussenpozen wedstrijden bekeken en de laatste jaren was er niet meer van gekomen. Tijdens het Sportcafé bij FC Boshuizen werden spijkers met koppengeslagen. Rob Koet, de broer van Toos, was daar, en ook Jan van der Burg, scheidsrechter van Roodenburg-3. De agenda’s werden getrokken en afspraken gemaakt.

Zo maakten Louis de Bolster met aanhang hun opwachting. Roodenburg zaterdag 3, met Dennis Siebert in de gelederen, de kleinzoon van Piet de Bolster, de overleden broer van Louis, tegen Noordwijk 4. In de kantine werd het gezelschap welkom geheten, met koffie en thee en ‘iets lekkers’.

Klokke half één betraden de acteurs het veld, er werden handen geschud en na het eerste fluitsignaal verrichtte Louis de aftrap. Daarmee was deze feestelijke dag nog niet ten einde. Het gezelschap vertrok naar ’t Koetshuis De Burcht, waar werd genoten van een smakelijke lunch. Een verrassing was het aanschuiven van Jeffrey van As, met wie natuurlijk uitgebreid over het verleden, heden en de toekomst van Roodenburg werd gepraat. Gastheer Tom Holswilder had voor de gelegenheid een extra mooie wijn uit zijn kelders geselecteerd. Een dag om niet snel te vergeten.

 

•Scheidsrechter Jan van der Burg geeft het startsein, Louis de Bolster trapt af.
• Scheidsrechter Jan van der Burg geeft het startsein, Louis de Bolster trapt af.

Foto’s en informatie: met dank aan Rob Koet, Jan Lovink en Anton van Zeijl.