ROAC is de nieuwste aanwinst voor LeidenAmateurVoetbal. En daar is ons team trots op. Niet enkel omdat de paarswitten promoveerden naar de eerste klasse op zondag. Natuurlijk, de prestatie mag er zijn en er is historie geschreven. Een club uit een dorp die al jaren aan de weg timmert, maar zich ondertussen ‘gewoon’ naar het vierde amateurniveau voetbalde. Onze trots is echter zeker ook gebaseerd op het gegeven dat het de voorbije jaren moeilijk was om clubs uit de regio Kaag en Braassem te ‘strikken’. Na de promotie kwam er echter witte rook uit de schoorsteen van sportpark Hertogspark. Het een-tweetje zal er toe leiden dat de club ruimschoots aandacht zal krijgen via onze verslaggevers. Om alvast een kijkje in de keuken te nemen, werd er medio augustus een afspraak gemaakt met de voorzitter. Rob van der Hoorn ging er voor zitten en de rustig ogende en welbespraakte preses toonde zich meteen gastvrij. Bij deze een ruime samenvatting van het interview als aftrap van de samenwerking.

Voor wie jou niet kent, Rob, graag een tipje van de sluier.

,,Ik ben geboren en getogen in Rijpwetering en eigenlijk mijn hele leven al betrokken bij de club. Voor onze kinderen is dat ook zo. Dochterlief beoefent de handbalsport en onze zoon voetbalt bij ROAC. Ik heb hier al veel functies bekleed. Ik was er al vroeg bij om mijn trainersdiploma’s te halen, want dat leek mij wel wat voor mij. Die papieren heb ik gescoord tijdens mijn militaire dienst. Een bestuursfunctie heb ik zo lang mogelijk uitgesteld. Ik stond liever op het veld. Men bleef in de loop der jaren echter aan mij trekken en uiteindelijk ben ik ook op bestuurlijk niveau actief geworden. Nu al zeven jaar als voorzitter. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds de Onder19 train omdat ik dat nog niet kan missen, hoewel het moment van stoppen wel dichterbij zal komen. Omdat ik ondernemer was, voordat ik niet lang geleden stopte, had ik het heel lang heel druk en voor een bestuursfunctie moet je wel tijd uittrekken. Al met al is het passen en meten geweest, maar de combinatie is wel gelukt. Dat veldwerk met de jeugd vind ik nog steeds heerlijk. Lekker vrij op een veld bewegen terwijl ik jaren lang vooral veel op kantoor zat of in de auto. Verder heb ik met een team gewerkt om de sporthal hier te ontwikkelen, ik heb de sponsorcommissie geleid en heb de commissie voetbalzaken voorgezeten. Ik heb het altijd graag gedaan en nog. ROAC is een niet onbelangrijk deel van mijn leven geworden, maar daarbij gaat het niet enkel om de club. Het zit meer in de mensen uit het dorp waarmee je veel samen doet. Als je dan tot resultaten komt,  geeft dat een heerlijk gevoel.”

Een voorzitter is belangrijk voor een club, maar kan het werk uiteraard niet in zijn eentje verrichten. Toch valt te horen dat jij zeker op je plaats bent hier. Vertel.

,,Het heeft natuurlijk voordelen dat ik ondernemer ben. Die ervaring en de expertise op diverse vlakken neem je mee. Als ondernemer moet er ook ondernomen worden en dat past dus bij een club waar altijd werk ligt en beslissingen genomen moeten worden. Als je als voorzitter alleen op de winkel past, is dat niet goed voor een vereniging. De taken van een voorzitter passen wel bij mij. Men noemt mij een ‘verbinder’ en ik denk dat dit essentieel is binnen een club met louter vrijwilligers. Met elkaar moet je klussen klaren. Prima als ik de katalysator mag zijn. Belangrijk is dat als ik straks, om welke reden dan ook, wegval dat dan alles gewoon doordraait. Daar streef ik naar. Wat ik soms wel moeilijk vind, is dat het soms niet snel genoeg gaat. Dat hoeft niets met de mensen zelf te maken te hebben, maar dat kan komen door factoren van buitenaf waar je geen of weinig grip op hebt. In zulke gevallen moet je een lange adem hebben en daar leer je als mens weer van. Ik heb nu nog twee jaar te gaan in deze termijn en als die tijd verstreken is, moet ik voor mezelf gaan bepalen of de leeftijd het nog toelaat. Ik ben nu 67 jaar en fysiek nog in orde, maar dat zegt niets over de toekomst uiteraard. Het komt nu in elk geval nog allerminst in me op om te stoppen. Ik sta nog midden in het leven en de club.”

Meteen maar even naar het veld toe werken. Is het als voorzitter moeilijk om niet al teveel supporter te zijn?

,,Soms moet ik er voor waken om mij teveel als toeschouwer te bewegen. Dat gaat wel steeds beter. Ik vind dat je een voorbeeldfunctie hebt en het mag nooit zo zijn dat een scheidsrechter bijvoorbeeld de gebeten hond is. Hij bepaalt uiteindelijk de uitslag niet van een wedstrijd, ook al kunnen beslissingen in jouw nadeel uitvallen. Uiteindelijk moeten de spelers tegendoelpunten voorkomen of ze er aan de voorkant juist inschieten. Natuurlijk leef ik mee, maar ik ben vooral voorzitter en dus is beheersing een vereiste.”

Maar is beheersen niet heel moeilijk geweest, in positieve zin dan, toen ROAC promoveerde voor de zomer. Jouw trots moet nog grenzeloos zijn geweest?

,,Het seizoen, de promotie en wat het los maakte op de club en in het dorp was heel leuk, ja. Ik heb daar inwendig intens van genoten, maar ik ben niet iemand die compleet uit zijn dak gaat. De polonaise zal je mij niet zien lopen. In elk geval pakt niemand het meer van ons af en dat heeft zeker een enorme glimlach opgeleverd die best lang aanbleef. Wat het met de club zal doen, moet gaan blijken. We werken er hard aan om de organisatie verder neer te zetten. Eigenlijk is dat al ingezet in de zomer. Wel kon je merken dat het voor iedereen wel even klaar was na de promotie en het feest. Zo’n seizoen is slopend en iedereen moet ook weer even kunnen ontkoppelen.”

ROAC is meer dan voetbal. Een bijzondere combinatie met handbal, badminton, biljarten en judo. Een georganiseer van jewelste?

,,De voetbaltak is heel belangrijk, maar het handballen gebeurt hier bijvoorbeeld al veel langer op respectabel niveau. ROAC wil in de breedte professionaliseren en de diverse takken van sport moeten van elkaar profiteren. Ook van de promotie van de hoofdmacht van het voetbal. Het is nu zaak om in die eerste klasse te blijven en dat zie ik zeker wel zitten. Organisatorisch leren we veel van elkaar en versterken we elkaar ook. Al met al is het meer een voordeel dan een nadeel om diverse sporten te koppelen als 1 club.”

Geen zorg dus over lijfsbehoud bij de voorzitter?

,,Voor voetbaltechnische zaken moet je bij de trainer zijn, maar ik heb in al die jaren wel de meeste wedstrijden gezien. Ik weet wat de jongens kunnen en het is een hechte groep. Dat moeten ze blijven uitstralen. Er is wat bijgekomen van buitenaf, maar bovenal stroomt er ook weer jeugd door. Daar moet deze club het vooral van hebben. Iedereen is hier welkom, tenzij een speler een verleden met zich meedraagt die niet door de beugel kan. Wij benaderen echter zelf niemand actief. De deur staat open, maar wij trekken niet aan spelers. Wij kunnen spelers geen geld bieden en dat zal niet veranderen. Daardoor vallen er sowieso een hoop spelers af tegenwoordig. De selectie en alle teams krijgen elk jaar een bedrag en daar kan iets leuks mee worden gedaan. Denk bijvoorbeeld aan een bijdrage voor een trainingskamp. Verder bieden wij een leuk complex en gezelligheid. Iedere sporter kan verder gebruik maken van sportverzorging. Deze is elke dinsdag aanwezig. Zowel voor een jonge voetballer, een handballende dame of een tachtigjarige biljarter. Ze kunnen er allemaal gebruik van maken.  Maar verder doen we hier niet gek met centen. Dat past niet bij deze club. En gezien de ontwikkelingen binnen de club werpt dat ook zijn vruchten af om het zo aan te pakken.”

Wat zijn de belangrijkste speerpunten van de club op dit moment?

,,Die liggen niet zo zeer op prestatief vlak. Het gaat in de eerste plaats om het verwerven van de eigen accommodatie en de overdracht van het maatschappelijk vastgoed. Dat is een issue in de gemeente Kaag en Braassem. Er is op dat gebied veel kennis in het dorp en het gaat erom die goed in te zetten om zo stappen te kunnen maken. Daarnaast staat hoog genoteerd de verduurzaming van de accommodatie. Een stichting is eigenaar van de sporthal hier en op bestuurlijk vlak heeft ROAC daar een relatie mee. Het clubgebouw en de kleedkamers zijn wel van de club. Verder moet je denken aan de overdracht van de paden, velden, bosschages en dat soort zaken. Een en ander gaat een forse financiële wissel trekken, maar het zijn mooie projecten en er wordt door veel mensen hier hard aan gewerkt.”

Weekendvoetbal. Er is al veel over gezegd. Wat is de zienswijze van deze club?

,,ROAC is een echte zondagclub. Wij betreuren het dat er veel clubs zijn overgegaan ondertussen naar de zaterdag, maar iedereen heeft zo zijn of haar beweegreden. Zonde dat we bepaalde vaste tegenstanders niet meer gaan tegenkomen. Dat neemt niet weg dat ROAC per definitie geen tegenstander is van weekendvoetbal. Over een paar maanden komt er een bijeenkomst voor eerste-en tweedeklassers in Nootdorp. Daar zullen wij zeker ons zegje gaan doen, maar wel nadat we hier op de club nog de nodige noten hebben gekraakt. Het weekendvoetbal is een verhaal met veel haken en ogen. Als het straks wordt doorgevoerd, moet dat wel structureel zijn. Niet na een jaar weer terugvallen, want dat is organisatorisch niet meer te regelen voor een club. ROAC beschikt over veel vrijwilligers en daar participeert een deel van de selectie ook in. Zij trainen veel jeugdteams en zijn op zaterdag met die knapen bezig. Dus als er dan ook op zaterdag gespeeld zou gaan worden, kan dat een issue worden. We zoeken als club zeker naar oplossingen, maar we moeten als club, net als de KNVB, een duidelijke visie hebben. Aan veranderingen kleven nu eenmaal voor-en nadelen. Een experiment zie ik persoonlijk niet zitten, want we kunnen  niet blijven veranderen per seizoen.”

De start in de eerste klasse komt eraan. Al ingelezen over de tegenstanders?

,,Uiteraard ken ik de indeling en ik weet dus dat er drie verre reizen in zitten die dus per bus ondernomen moeten worden. Voor het overige vallen de afstanden wel mee. Het is leuk om ingedeeld te zijn bij het Leidse FC Boshuizen. Een tegenstander uit Leiden is voor ons in competitieverband niet dagelijkse kost, hoewel we voor de districtsbeker een abonnement lijken te hebben op UVS. Het is een nieuw avontuur al met al en ik kijk er naar uit. Ik zeg bij deze dat we ons in elk geval zullen gaan handhaven. Overigens stonden we open voor district West 1, want daar hoorden we positieve berichten over. Het is echter goed zoals het nu is. Het is leuk om met een thuisduel te beginnen (Olympia) en op 3 november wilden we graag uitspelen ivm activiteiten in het dorp. We spelen dan uitgerekend uit bij FC Boshuizen en dat komt dus ook goed uit. Kunnen spelers en supporters daarna rap weer terug zijn in het dorp.”

In de steden hebben veel clubs het niet makkelijk. Met ROAC gaat het voor de wind. Heb je daar een verklaring voor?

,,In een stad is het veel lastiger om mensen aan je te binden. Wij hebben hier nauwelijks concurrentie en het dorp is van de club en andersom. Slechts af en toe gaat een speler het in een buurgemeente proberen en dat is ook niet erg. Zo ook niet als een speler van deze club eens een uitstapje maakt. In elk geval is er altijd even contact met clubs als bijvoorbeeld DOSR of WVC om elkaar te informeren. Dat gaat al lang zo en dat werkt prima. Ik steek nog steeds graag tijd in de club, maar dat doen er zoveel hier. Daardoor loopt alles lekker door. Zoals bekend heeft dit dorp een aantal zeer trieste gebeurtenissen meegemaakt en dat laat zich nog steeds voelen. De onderlinge opvang is echter geweldig en we slepen elkaar er doorheen. We vergeten hier niemand en staan op zekere tijden stil bij mensen die het dorp kwijt is geraakt. Dit is een gemeenschap die voor elkaar klaar staat en in dat plaatje past ROAC prima. Ik ben een gelukkig man om daar voorzitter van te zijn.”