column167x60Op 11 jarige leeftijd  zag Yamuri Yamamoto een documentaire over een land waar de mensen de hele dag kaas aten, in molens woonden en vingers in dijken staken om overstromingen te voorkomen. Vanaf dat moment wist hij het zeker: ik ga Nederlands studeren en ga er minimaal een half jaar wonen.
Dat zei hij in het Japans natuurlijk, want hij woonde in een van de betere buitenwijken van Tokyo.
En zo geschiedde het: vijftien jaar lang studeerde onze vriend Yamuri Nederlands aan de universiteit aldaar. “Hoe gaat het met U?”, “Het weer is buitengewoon aangenaam vandaag”, “Er zit een sterretje in mijn voorruit” ja, het Nederlands kende weinig geheimen. In het kader van een uitwisselingsprogramma heeft hij een half jaar lang in mijn huis gewoond. Toen heeft hij het vliegtuig terug genomen en heeft zich volkomen gedesillusioneerd een tijdje teruggetrokken in een klooster. Hoe is het zover gekomen?

Laat ik dit vooraf vertellen en misschien verklaart dat het een en ander: voor Yamuri was voetbal net zoiets als cricket voor de gemiddelde Nederlander.
De eerste zaterdagochtend zag onze Japanner kleine jochies uit auto’s stappen om hun wedstrijdje te spelen.  Al gekleed in hun wedstrijdtenue liepen ze dollend, duwend en opgewonden naar de overkant van de straat waar de dauw nog op de velden lag. De boomlange voetbalvader, die hen met de auto gebracht had werd aangesproken met Kees. “Dat is toch een meneer?” vroeg Yamuri me, “Is er geen  respect voor een oudere?”.  Ik zweeg, want ik wist hoe er straks over een andere oudere gesproken zou worden: de scheids. Zolang er gewonnen werd was er niets aan de hand, maar als de pikkies verloren… Tja.

Ik moet eerlijk zeggen dat Yamuri meestal genoot van de jeugd. Vooral de jongsten boeiden hem. Je weet wel; die kereltjes die in plukjes achter een veel te grote bal aanrennen. Soms haakt er eentje af om volkomen in gedachten een grassprietje te plukken of een wurmpje aan papa of mama langs de kant te laten zien.

Van de 15-plussers begreep en verstond hij niet zoveel; vijftien jaar Nederlandse  grammatica, woorden leren en zinnetjes uit het hoofd leren bleken helemaal voor niets geweest. Nooit had zijn Eerbiedwaardige Meester hem iets over voetbal verteld. “Meneer Hanepen””, vroeg hij mij, “Wat betekent dan “La legge, Rob neemp ‘m”, “Mag-tie in ene?” of “Die gosert met die kale bledder is mijn” . Ik deed mijn best maar onze Japanse vriend zag in dat hij zo weinig Nederlands begreep en het werd hem droef te moede.

In de kantine werd hij weinig vrolijker; geen woord snapte hij van de taal daar. Er moest meer geknepen worden???? Scharen op een voetbalveld en niet bij de kapper?? Stiffies, he? Wat?  Een enkele keer sprak hij iemand aan: “Pardon mijnheer; ik begrijp volstrekt niet wat U zojuist bedoelde. Kunt U de strekking van Uw woorden wellicht verduidelijken?” Glazige blikken waren meestal zijn deel.  Zijn laatste zin in het Nederlands was als goedmakertje bedoeld: “Mag ik U een alcoholische versnapering aanbieden?” vroeg hij een breedgeschouderde getatoeëerde man in een t-shirt die naast hem aan de bar stond. Net op tijd kon ik hem wegtrekken en meenemen naar huis. Daar bestelde hij onmiddellijk een retourticket via een Japanse site.

 “Hai Sunshu” zei hij nog en vertrok vol onbegrip. Later werd hij een hoge piet bij een Japanse multinational. Wie zegt dat voetbal voor de simpelen is?