Menig bezoeker van een amateurclub moet langs een houten of stenen hokje voor hij/zij*) de galavoorstelling van zijn favoriete club kan bijwonen. In, voor of naast dit geval staat soms een vrijwilliger kaartjes te verkopen. ,,Tis voor je jeugd meneer” wordt er ongevraagd, maar vriendelijk aan toegevoegd als men zijn beursje trekt. In ruil voor een paar luttele euro’s krijg je een kaartje in je handen gedrukt. Die moet je een enkele keer onmiddellijk afgeven aan de controleur die zich een halve meter verderop bevindt. ,,Ik sta hier niet voor niets. Hier met dat kaartje.” Hij zegt het niet, maar ogen en lichaamstaal laten aan duidelijkheid niets te wensen over.

 

Als kind kwam ik met regelmaat bij een grote Leidse vereniging. Nooit heb ik het gezicht van de verstrekker van de toegangsbewijzen gezien. Ik was te klein en het minuscule ruitje verborg het gezicht. Jaren later kwam ik er eens terug. Opnieuw kon ik geen gezicht ontwaren; dit keer was ik te lang en ik zag alleen een hand het geld weggrissen en er een zalmkleurig toegangsbewijs voor terugleggen. Was het dezelfde man of vrouw als vele jaren terug? Geen idee.
Ik heb een diepe en oprechte bewondering voor deze vrijwilligers. Om de week zijn zij daar om hun nederige, maar belangrijke werk te doen. De opbrengst van de entreegelden is vaak een leuk extraatje voor een kleine club met een beperkt aantal sponsors. Als de laatste bezoekers binnen zijn vertrekken ze, het geldkistje onder de arm geklemd, richting clubhuis om de administratie af te handelen en de prangende vraag ,,Zijn de inkomsten in verhouding met het aantal verkochte kaartjes?” te beantwoorden.
De secundaire arbeidsomstandigheden van deze trouwe clubmensen zijn ronduit erbarmelijk te noemen. Het hokje kent meestentijds geen verwarming bijvoorbeeld. In de winter is het bitter koud en met een beetje pech giert een barre noordooster door de ruime kieren die de tand des tijds heeft veroorzaakt. Het onderkomen van de Man van de Kaartjes is de sluitpost op de begroting. Soms word ik overmand door diep medelijden. Wat moet hij het koud hebben! Dit gevoel wordt nog eens versterkt als ik later zelf sta te sterven langs de kant.

 

Niet alleen de kou is de vijand. Verveling kan ook een ronduit onaangename rol spelen. Wat te doen als er weinig toeschouwers komen? Een computeraansluiting is er niet. Ruimte om een sjoelbak neer te zetten evenmin, tenzij je deze oud Hollandse sport verticaal wilt beoefenen. Tijd genoeg voor een goed gesprek met de bezoekers zou je zeggen, maar die haasten zich óf naar de bar van de kantine óf naar de omheining langs het veld.
Tijdens de jaarvergadering wordt lof toegezwaaid aan het bestuur ,,dat zo hard heeft gewerkt” en aan sponsors ,,zonder wie weinig verwezenlijkt zou zijn.” Is in de geschiedenis van het Vaderlandschen Voetbal ooit de Man van het Hokje naar voren geroepen om zijn welverdiende clubspeld van verdienste in ontvangst te nemen? Ik vrees van niet. Ik wil hier een lans breken voor deze ultieme clubman. Maak eens een praatje, haal eens een bak koffie of als dat teveel gevraagd is, pers er een glimlach uit en mompel ,,Bedankt”

IMG_2712